Dat je alleen nog maar coke snuift op Oudejaarsavond

‘Ik weet niet of ik een kind wil’, was de strekking van een essay van journalist Bo Jeuken, vorig weekend in het Volkskrant Magazine. Ik vroeg me af wat ik zou zeggen, als iemand me zou vragen hoe het is om een kind te hebben.

Ik zou zeggen dat het klopt waar Bo bang voor is, dat je een stuk van je vrijheid kwijtraakt en het grote egoproject dat je leven tot dat moment is geweest, ook gedeeltelijk.
Ik zou zeggen dat het kindje je zo vaak wakker gaat maken ’s nachts dat je je op een dag huilend over zijn bedje buigt en smeekt of hij je wil laten slapen. Maar het kindje houdt dat wakker maken vol, totdat je uitslapen, of langer dan zes uur achter elkaar slapen, voorgoed en definitief bent ontwend.

Het zal sowieso het grootste deel van de eerste acht jaar van zijn leven (misschien achttien jaar? Maar ik ben pas bij acht) andere plannen maken dan jij op de meeste dagen. Een kind krijgen is eigenlijk een voortdurende les in erbij neerleggen dat het anders loopt dat je had gewild.

Het gaat de eerste vijf jaar van zijn leven zijn snotneus aan jouw broek afvegen en hoewel je zelf nooit ziek was, meld je je in die jaren zo vaak ziek dat je je afvraagt of je werkgever je nog wel gelooft. En al die keren dat je grieperig bent, kijk je geen Netflix in bed maar sta je gewoon tijdens spitsuur in de rij bij Albert Heijn met je koortshoofd. Het kind zorgt ervoor dat je na een nacht te veel bier drinken, de volgende dag ook ‘leuke kinderdingen’ aan het doen bent, hoe erg je hoofdpijn ook is. Dat je op zaterdagmiddag in een pretpark loopt samen met honderden te dikke, andere ouders die irritant schreeuwen tegen hun eigen kinderen, in plaats van op een terras zit waar je vrienden zitten. Dat je je werk gaat zien als ontspanning of een mogelijkheid om ‘even te ontsnappen’ en ruzie krijgt met je partner over wie van jullie even ‘mag ontsnappen’ want tegelijk kan het niet.

Dat je vrienden je mee blijven vragen naar feestjes totdat ze je op een dag niet meer meevragen naar feestjes omdat je te vaak ‘nee’ hebt gezegd. Dat je alleen nog maar coke snuift op Oudejaarsavond en dat je desondanks op 1 januari bij morgenstond al buiten in een park loopt.

Dat je in New York serieus op de speeltuinen let. Dat je jezelf, nog waarschijnlijker dan in New York, terugvindt in all-inclusive-vakantieparken in goedkope landen zodat je niet hoeft te gaan zeuren over de hoeveelheid ijsjes die ze op een dag mogen. Of, nog waarschijnlijker, op kindvriendelijke ecocampings in Frankrijk waar je naartoe rijdt op dezelfde dag als de rest van Nederland. Dat, als je na jaren, stel, op een dag weer tijd hebt om een boek te gaan lezen op vakantie (en dat kan pas als ze minstens zes zijn en er minstens een paar andere Nederlandse gezinnen met kinderen van dezelfde leeftijd op die ecocamping staan), je nauwelijks meer weet hoe lezen moet. Dat je je de laatste keer dat je de hele krant uitlas niet meer kunt herinneren.

Je zult pijnen voelen in je lichaam waarvan je je afvraagt of je ze zal overleven, en waarom niemand je ervoor gewaarschuwd heeft (dat hebben ze wel). Je zal je ook afvragen waarom je zo vaak druppeltjes plas lekt en wat er mis is met je vagina totdat je op een blog op internet leest dat het normaal is na een bevalling (dit, of één van de andere zesendertig lichamelijke ongemakken die ‘normaal zijn’ na een bevalling).

Hoe feministisch je ook bent geweest tot dat moment, hoeveel eerlijke ideeën je ook hebt gehad over mannen en vrouwen en gelijkheid, met een baby is het leven niet meer gelijk voor jou als vrouw.

Je zal de kinderen gaan missen en je zal angst leren kennen zoals je niet wist dat missen of angst voelen kon. En schuldgevoel, vanaf het begin ongeveer, omdat je nooit zeker weet of je het wel goed doet. Of nee: omdat je zeker weet dat je het niet helemaal goed doet.

Voordat je eraan toe bent, eigenlijk als je er net aan begint te wennen, moet je ze alweer langzaam gaan loslaten en dat is minstens even pijnlijk als ze ter wereld brengen en dit proces inclusief de pijn houdt de rest van je leven aan.

Dit allemaal.

Het is simpel. Wil je iemand leren van wie je misschien meteen, misschien pas na een tijdje, maar in ieder geval op een dag, zo enorm veel houdt dat je het er makkelijk voor over hebt? Neem dan een kind.