Utrecht begint experiment met basisinkomen. Vijf vragen

In een perfecte wereld heeft iedereen gelijke kansen, zijn de mensen tevreden over hun loonstrookje en vieren productiviteit en innovatie hoogtij. In de praktijk gaat het er vaak anders aan toe. Een klein deel van de bevolking verdient exorbitant veel, er is een grote middenmoot, en aan de onderkant van de maatschappij moet men maandelijks rondkomen van soms hele kleine bedragen.

Een idee dat steeds meer omarmd lijkt te worden, is dat van het onvoorwaardelijke basisinkomen. Dit ‘gratis geld voor iedereen’ moet in theorie iedereen gelijke kansen geven. Enig extra werk is dan een supplement op het basisinkomen. Een simpel, doch radicaal idee, dat felle voor -en tegenstanders kent en hier en daar al eens uitgeprobeerd is, met veelbelovende resultaten. De Universiteit van Utrecht gaat na de zomervakantie experimenteren met het basisinkomen.

1. Hoe is dit idee ontstaan?
Het idee van het basisinkomen is een voortvloeisel uit de razendsnelle technologische ontwikkelingen in moderne landen als Nederland. Steeds meer banen verdwijnen of worden overbodig, en de sociale vangnetten die er zijn komen steeds meer onder druk te staan. Meer en meer mensen leven in economische onzekerheid door flexibilisering van de arbeidsmarkt. Een basisinkomen is de enige manier waarop iedereen in economische zekerheid leeft, hetgeen weer een positieve uitwerking op de koopkracht heeft.

2. Komen mensen dan nog wel van de bank af?
Het idee van het basisinkomen zwerft al enkele decennia rond, en is hier en daar dan ook al op kleine schaal uitgeprobeerd. Een van de bekendste experimenten vond van 1974 tot 1979 plaats in Canada, in de grote stad Winnipeg en het kleine dorpje Dauphin. Met name Dauphin is interessant, omdat alle 10.000 inwoners van het dorp een basisinkomen kregen.

Uit de resultaten van het experiment bleek dat de bevolking niet massaal veranderde in werkschuwe ‘labbekakken’ (om er maar eens een beladen term in te gooien), maar dat er wel degelijk minder gewerkt werd, en wel zo’n tien procent. De vraag is of dat erg is. Over het algemeen waren het namelijk de getrouwde vrouwen met zorg voor kinderen (destijds niet de kostwinnaars) en de studenten die het wat rustiger aan deden, maar zich nog steeds nuttig maakten voor de maatschappij.

3. Hoe hoog (of laag) is het basisinkomen?
Het inkomen moet ook voldoende zijn voor kwetsbare groepen, zij die zorg nodig hebben en zij die geen andere inkomstenbronnen hebben. De hoogte wordt daarom gelijkgesteld aan de armoederisicogrens van zestig procent van het mediane inkomen. dat zou neerkomen op zo’n 1500 euro per maand. Of de Universiteit van Utrecht met deze constatering meegaat, is nog niet bekend.

4. Wie keert dat basisinkomen uit?
Als iedere inwoner van ons land een basisinkomen van 1500 euro per maand zou ontvangen, zou het de overheid zo’n 300 miljard euro per jaar kosten. Dat is ongeveer veertig procent van ons bbp, en de overheid beheert nu al meer dan de helft daarvan. Volgens voorstanders van het plan is het eigenlijk een grote herverdelingsorganisatie, en een verhoging van het btw-tarief of de vermogensbelasting zou daarbij nog eens extra kunnen helpen.

5. Waar kan ik me aanmelden voor dit gratis geld?
Dat is helaas nog niet bekend. Maar het kan zomaar dat er nog andere experimenten uitgevoerd worden in steden als Tilburg, Wageningen, Nijmegen en Groningen. In de gaten houden dus!