Voetbalden de mannen maar zoals de vrouwen

Hoe meer ik zie van het WK Vrouwenvoetbal, hoe meer ik denk: voetbalden de mannen maar zo. Ik kan me inmiddels geen voetballer (m) herinneren die na een twijfelachtige beslissing van de scheidsrechter doorloopt met een houding van: pech gehad. Geen voetballer die een botsing niet erger maakt dan het is. In Canada gebeurt dat wel. Op het WK voor vrouwen is het zelfbeheersing wat de klok slaat.

Tijdens Nederland-Japan werd ik gewoon ontroerd door iemand als Daniëlle van de Donk. De aanvallende middenvelder bleef na een trap van een Japanse liggen in een gepijnigde kromming. Geen misbaar, geen gewapper met de handjes, geen gehuil. Terwijl de scheids liet doorspelen, kroop Van de Donk overeind, hinkte nog wat en mengde zich even later stoïcijns in het spel. Ongeveer zoals de mannen dat tot 1960 deden.

Verfrissend
De flinkheid van de Brabantse PSV’er ontroerde omdat ik weinig vrouwenvoetbal zie. Ik ben het niet gewend. Want, zo leer ik nu, het gaat vrijwel steeds zo. Het lijkt wel of vrouwen nooit naar mannenvoetbal kijken. Ze nemen het gedoe niet over, ze voetballen gewoon. Na een doelpunt geen ego show van de maker, niet door het gras glijden van zie mij eens, maar gezellig “Hoi! Hoi!” roepen met zijn allen. Tattoos en narcistische kapsel zijn zeldzaam — gewoon verfrissend. Misschien ontgaat mij iets, maar valsheid, waartoe vrouwen toch heus wel in staat zijn, kom je er nauwelijks tegen.

HP miedema

Geen gezanik en schwalbes
Kennelijk leidt de professionalisering van het vrouwenvoetbal in bijvoorbeeld de VS, Canada, Duitsland en Scandinavië niet tot onsportiviteit en aanstellerij. Of moet die ontwikkeling nog komen? Kan ook natuurlijk, als serieus te nemen topsport is het vrouwenvoetbal nog jong. Wie weet lopen de voetbalsters elkaar over een tijdje net zo te knijpen als handbalsters en doen ze net zo gemeen als waterpolospeelsters. Ook bij het — behoorlijk ontwikkelde — vrouwenhockey gaat het niet correcter aan toe dan bij mannenhockey. Maar stel nu dat de voetbalsters vasthouden aan hun eigen cultuur, zonder gezanik en schwalbes. Dat de stadions almaar voller komen te zitten bij vrouwenvoetbal, en dat de belangen steeds groter worden, maar dat ze intussen domweg hun eigen spel blijven spelen, zoals het oorspronkelijk was bedoeld. Zou wat wezen.

Toegewijde paardenstaarten
Wedstrijden zonder opwinding om niks, zonder opgefoktheid, zonder drommen om de scheids en kankerende trainers bij de vierde official: heerlijk toch? Oké, het vrouwenvoetbal is niet ideaal. Het moet sneller, getructer, swingender en er valt doorgaans wel érg weinig te lachen om al die vlijtige, toegewijde paardenstaarten. Maar voor de rest zou ik zeggen: niets meer aan veranderen.

Ieder weekend schrijft Auke Kok voor HP/De Tijd een column over sport.