Jaap Buijs (1946-2015) nog één keer over het maken en breken van sterren

Zaterdag overleed sterrenmanager Jaap Buijs aan de gevolgen van kanker. Vorig jaar gaf Buijs zijn laatste grote interview in het septembernummer van HP/De Tijd. Als ‘sterrenkundige’ sprak hij samen met Henk van der Meijden en Evert Santegoeds over bekendheid, roem en de media op zijn boot Paloma Blanca in de haven van Volendam.

Na even goed te hebben nagedacht over zijn medewerking (“Tegenwoordig zeg ik tegen alles nee”), laat multimiljonair en voormalig palingvisser Jaap Buijs (68), die grote successen boekte als manager van onder meer Jan Smit, Nick & Simon en George Baker, zich vanwege het gezelschap toch over de streep trekken.

Met zowel Henk van der Meijden (77) als Evert Santegoeds (52) gaat hij al zoveel jaar om dat het haast voelt als vriendschap. Maar of ze dan wel naar hem willen toekomen. Zijn ziekte heeft hem dusdanig verzwakt dat hij een tripje naar Amsterdam of Den Haag niet meer ziet zitten. “Mijn maag was letterlijk verkankerd,” vat Buijs zijn medische geschiedenis nuchter samen, “die hebben ze er helemaal uit moeten halen, en daarna kreeg ik longkanker, daarvoor word ik nu be- straald. Laat ik het zo zeggen: vroeger was ik een beest, nu ben ik een beestje.”

En dus wordt het de ronde tafel op zijn boot Paloma Blanca, naar de internationale hit die hij met George Baker beleefde. “Heb je dit gevaarte aan dat ene nummer overgehouden?” grapt Santegoeds als hij aan boord stapt. “Dat zou zomaar kunnen,” antwoordt Buijs serieus, terwijl zijn stuurman zich klaar maakt voor vertrek. Zelf steekt hij de eerste van een reeks sigaretten op en laat hij de eerste fles witte wijn ontkurken. Dat hij geen maag meer heeft en op sondevoeding leeft, weerhoudt hem er niet van om van het leven te genieten. Broodjes met paling en garnalen worden erbij geserveerd. Niet veel later stuitert zijn Paloma Blanca op de golven van het Markermeer, en spat er steeds een plens water de kajuit binnen.

Buijs, genietend: “Hahaha, en we kunnen nog harder, hè!” Van der Meijden, die naast het water ook een lading wijn over zich heen gekieperd krijgt: “Jezus Christus!” Santegoeds, lachend: “We drinken duidelijk geen droge wijn, Henk. Ik neem snel een paling voordat-ie weer in het water ligt.”

Foto: Ilvy Njiokiktjien

Jullie hebben de sterren altijd vanaf de zijlijn bekeken. Denken jullie dat het leuk is om beroemd te zijn?
Van der Meijden: “Er zijn mensen die zeggen: ‘Het is erg om beroemd te zijn,’ maar het is nog erger om níet beroemd te zijn als je dit vak doet.”

Waarom is het zo leuk?
Santegoeds: “Omdat het altijd makkelijker is om in een restaurant een tafeltje te krijgen, omdat er deuren voor je opengaan, omdat je omgaat met de leukste en interessantste mensen die er op deze planeet rondlopen, omdat alles voor je geregeld wordt als je een manager als Jaap hebt. Er zijn niet zo heel veel nadelen aan beroemd zijn. Het is altijd een vraag in blaadjes als de Hitkrant: ‘Hoe is het om op straat herkend te worden?’ De meeste mensen klagen daar dan niet over. Het is ook zo’n Nederlandse vraag. Madonna wordt echt niet gevraagd hoe ze het vindt om herkend te worden. Handtekeningen schrijven is er tegenwoordig sowieso niet meer bij. Je gaat met iedereen op de foto. Dat doe je even, en daarna geniet je gewoon weer van je roem, datgene waar de meeste mensen heel lang voor hebben gewerkt en heel lang van hebben gedroomd.”

Buijs: “Ja, wat Evert zegt, het is wel makkelijk. Toen mijn inmiddels overleden broer overspannen was en ik hem mee wilde nemen naar Suriname om bij te komen, zat het vliegtuig eigenlijk vol, maar dat was zo geregeld met de KLM. En toen ik in het ziekenhuis lag, kreeg ik een aparte kamer. En je maakt grappige dingen mee. Ik heb weleens Desi Bouterse aan de lijn gehad toen Oscar Boodie, de Surinaamse minister van Grondstoffen, bij mij op bezoek was in Volendam. Dat was in de tijd dat je net die coup had gehad met Bouterse. Ik nam mijn telefoon op en hoorde (zet Surinaamse stem op): ‘Goedenavond meneer. U spreekt met Desi Bouterse. Jongen, is Oscar Boodie bij u?’ Daarna vroeg Bouterse aan hem of hij president wilde worden, waarop Boodie antwoordde: ‘Dat is geen probleem jongen, ik ben morgen president. Maar dan moet jij wel een tijdje buiten gaan spelen, jongen.’ Dus Bouterse moest dan wel eerst het land uit, haha. Dat zijn grappige dingen om mee te maken.” Santegoeds: “Je moet er wel tegen kunnen. Hazes is eraan ten onder gegaan. Die ging dood voor elk optreden en is daarom steeds meer gaan drinken.”

Van der Meijden: “Nou! Heel veel artiesten zijn eraan ten onder gegaan. Het nadeel van roem is de jaloezie. Marilyn Monroe zei: ‘Heerlijk hoor, dat allemaal mensen me kennen, maar ik blijf me ergeren aan die jaloerse blikken die ik altijd om me heen voel.’ De mate van jaloezie is de thermometer van hoe succesvol je bent. Roem maakt vijanden.”

Santegoeds: “Wat Henk zegt, over blikken die kunnen doden, dat is bij Hazes wel gelukt, hij dronk er vierentwintig voordat hij naar de kroeg ging.”

Buijs: “Het kwam ook omdat hij geen goede begeleiding had. Ik zat een keer met hem in België voor een belangrijk tv-programma, en hij dronk en dronk. De mensen van de platenmaatschappij zaten erbij maar deden niks. Ik snap dat niet. Ik zeg ook weleens tegen mijn artiesten: ‘Jongens, effe remmen nou.’ Maar André ging door, en daarna moest hij dan nog optreden. Als ik er niet had gestaan, was hij plat voorover van de bühne gevallen. Ik ving hem nog net op. Hij had die begeleiding gewoon nodig. Ik ben een keer door zijn advocaat gebeld die zei: ‘André heeft nog één wens: hij wil dat jij zijn manager wordt.’ Ik zei: ‘Dat vind ik een hele eer, maar dan moet het wel anders. Ik ga niet werken met iemand die steeds dronken is.’ Toen zei hij: ‘Sorry, maar dan gaat het niet door.’”

Van der Meijden: “En zo kun je rijen beroemdheden noemen die eraan kapot zijn gegaan. Amy Winehouse, al die rock-’n- roll-sterren, rock-’n-roll staat bijna gelijk aan vroeg sterven. Het komt ook door de angst. Ik ben net terug uit Las Vegas, waar ik Siegfried & Roy bezocht, dat waren ooit de bekendste illusionisten ter wereld. Roy is toen aangevallen door die tijger en zit sindsdien in een rolstoel, en nu hebben ze een dierentuin waar al die dieren zitten waarmee ze vroeger optraden. Dat is ook omdat ze die aandacht missen. Ik vroeg: ‘Hoe is het nu?’ Hij zei: ‘De weg naar de roem is leuker. Want als je er bent, is er toch altijd de angst: hoe lang hou je het vol? Je ziet allemaal jongere illusionisten opkomen waar je bang voor bent.’ Zij hadden het grootste succes van de wereld, maar nu is het toch een beetje Sunset Boulevard. Ze moeten het nu hebben van toeristen die samen met hen op de foto willen. De aandacht die gepaard gaat met roem werkt bij artiesten op den duur natuurlijk heel erg verslavend.” Santegoeds: “Dat zie je ook aan artiesten die angstvallig terug willen komen op de buis. Zoals nu met Frank Masmeijer die dan heel desperaat de naam van John de Mol in de strijd gooit in de hoop zo nog een kansje te maken.”

Van der Meijden: “Als artiesten ouder worden, hechten ze nog net zoveel aan bekendheid als vroeger. Ik ken er die het aantal telefoontjes op hun verjaardag exact bijhielden. ‘Vorig jaar waren het er drieënzestig en nu verdomme maar vijfenvijftig, ik ga er wel op achteruit,’ was het dan.”

Santegoeds: “Over tragiek gesproken, zo’n Antonie Kamerling ook. Dat vind ik echt triest. Je had Reinout Oerlemans en Antonie Kamerling. De een greep zijn kans en stampt een imperium uit de grond, en de ander kan daar totaal niet mee omgaan en hangt zichzelf op.”

Buijs: “Ik vind het ook heel tragisch, maar we krijgen allemaal wat op een gegeven moment. Ik heb nu dit…”

Van der Meijden: ‘“Maar financieel ook, begrijp je. Ze zijn hartstikke beroemd en kunnen zich alles permitteren, maar als het dan ineens afgelopen is en er geen geld meer binnenkomt, zorgen ze niet goed meer voor zichzelf, en gaan ze aan de drugs of de drank.”

Buijs: “Ik heb ook heel veel gedronken, maar drugs heb ik nog nooit gehad. En ik zat midden in die wereld. Iedereen zat van: ‘Neem dit.’ Ik zeg: ‘Jongens, ik drink al veel te veel, dus ik doe daar niet aan mee.’”

Wat raad jij je artiesten aan om te doen als Evert, en voorheen Henk, belt? Opnemen of niet?
Buijs: “Opnemen. En dat zeg ik niet omdat ze er nu bij zitten. Alleen hoeft niet alles in de krant. Als iemand morgen een dood kindje heeft, en Evert belt me op met de vraag of diegene een dood kindje heeft, vertel ik hem dat eerlijk, en dat doe ik niet tegen iemand van een of ander blad. Maar dan zeg ik ook tegen Evert: ‘Wel effe dimmen, want die persoon heeft het er zo moeilijk mee.’ En dan doet hij dat ook. Zo ging het vroeger ook met Henk. En dan kun je eerlijk en vol vertrouwen met elkaar praten. Maar dat kan tegenwoordig verder niet meer. Je kunt geen afspraken meer maken. Bij GlamOrama bijvoorbeeld zitten allemaal redacteuren, te vies om aan te pakken, ze hebben ook overal ontslag gekregen, en die zijn alleen maar bezig om iedereen op een hele vieze manier onderuit te halen. Die gaan zo ver, daar is water ineens niet meer nat.”

Santegoeds: “En het is onderdeel van De Telegraaf, dat vind ik helemaal schandalig. Echt onvoorstelbaar. Dat mijn winst gebruikt word om dat GlamOrama in stand te houden. Schokkend. Dat snijd ik weleens aan, maar antwoord krijg je nooit.”

Buijs: “Ik vind dat zo’n zootje etters, daar werken wij echt niet aan mee.”

Santegoeds: “Terwijl Jaap en Henk destijds samen Jan Smit in de markt hebben gezet. Jans eerste plaat kwam uit, over zijn oma, Jan was toen elf. Henk had TV Privé, en toen is er een uitzending geweest vanuit de woonkamer van Jan Smit met oma, zijn vader en moeder, de hele familie. Dat werd een enorme hit.”

Buijs: “Ja, dat was zo, maar dat is nou dus wel anders. Wij gingen bijvoorbeeld een presentatie met Jan doen in Turkije. RTL Boulevard gaat dan mee, ANP, Telegraaf, maar ik neem niet meer iedereen mee. Kijk, dat vliegtuig wordt helemaal opgetuigd met Jan Smit. Op de buitenkant staat een sticker met ‘Jan Smit’. Op alle stoelen: ‘Jan Smit’. Wie gaat er optreden in het vliegtuig? Jan Smit. Zodat heel Nederland weet: Jan Smit heeft een nieuw album. En dan neem je pers mee en blijkt dat album helemaal niet naar voren te komen, maar staat er iets over de hond van de buurman die zijn poot heeft verzwikt. Die lui vraag ik dan dus nooit meer. Want ik weet bij sommige bladen van tevoren al dat ik vervolgens een pagina of vier voor mijn kiezen krijg met: ‘Jan Smits dochtertje heeft kiespijn.’ Of: ‘Zoontje Jan Smit heeft in zijn broek gepoept.’ Ook als ik vooraf heel duidelijk zeg: ‘Jongens, je schrijft over zijn cd of je schrijft niet.’ Elke keer zeiden ze: ‘Ja, dat komt goed,’ maar dan sla ik het blad open en is het toch weer dat slappe geouwehoer op niks af.”

Wat hebben jullie nog meer zien veranderen?
Van der Meijden: “Je kon vroeger veel makkelijker met sterren exclusiviteit afspreken. Tegenwoordig kun je een inter- view met Britney Spears van drie minuten krijgen en sta je met allerlei andere journalisten in een rij. Dat is wáánzin! Dat er journalisten zijn die daarin meegaan begrijp ik niet, daarmee hol je je eigen vak uit.”

Santegoeds: “Willem Ruis belde Henk om te zeggen dat hij wilde gaan scheiden en dan zei Henk: ‘Nou, dat is goed, maar dan volgende week donderdag.’ Want dan moest dat blad naar de drukker. Dat is nu ondenkbaar.”

Van der Meijden: “Ja, Willem Ruis deed dan zijn hele verhaal, tránen. Maar mensen zagen natuurlijk ook het belang van De Telegraaf, met de oplage van 700.000 bereikte je twee miljoen mensen. En het is ook goed dat sterren niet alleen maar hun verhaal vertellen als het geweldig goed gaat. Toon Hermans was een van de eerste artiesten die dat inzagen. Hij zei: ‘De mensen moeten mij ook als mens kennen. Daardoor gaan ze meer van je houden.’ Dus vertelde hij ook over zijn inzinkingen, over zijn psychiater, al die toestanden.”

Santegoeds: “Frans Bauer is ook zo in de markt gezet. Zijn manager Riny Schreijenberg verstond dezelfde kunst als Jaap, die heeft van een zigeunerjongetje een gewaardeerde artiest gemaakt. Gewoon door hem heel eerlijk en sec in de markt te zetten. Met gewone verhalen over zijn vader, zijn moeder, zijn trui. Frans was heel aandoenlijk. (Hij zet Bauers accent op): ‘Dat je dit op je twintigste mag meemaken, joh.’ En dat zei hij op zijn vijfendertigste nóg.”

Van der Meijden: “Dat is het met roem, het gaat om het verhaal eromheen. De marketing.”

Buijs: “Frans Bauer had zo’n soap. Ik vond het wel een beetje dommig – met alle respect hoor, Frans is een vriend van me, hij was de eerste die bij mij thuiskwam toen ik ziek was – maar om nou naar de Chinees te gaan om nasi te halen en thuis te komen met bami, daar zie ik zelf de humor niet van in. Maar ik dacht wel meteen: mensen willen dus van beroemdheden weten hoe ze nou in het echt zijn. Gerard Baars, toen directeur was de TROS, vond het alleen helemaal niks. Maar ik heb toen toch een filmpje laten maken. Ik zei tegen de maker: ‘Gewoon zoals die jongen is. Jan wordt ’s morgens wakker en moet van zijn moeder naar de supermarkt maar wil dat niet. Precies zoals mijn eigen zoon ook zou reageren. Geen make-up, niet naar de kapper, geen kloterij.’ Ik was ervan overtuigd dat mensen weleens wilden weten wie Jan Smit nou is. Heeft hij een moeder en vader? Een broer en zus? Heeft hij vrienden?”

Van der Meijden: “Je wilde de mens belichten. Niet de artiest.”

Buijs: “Ja. En het moest duren van ’s morgens tot ’s avonds. De dag eindigde er altijd mee dat hij ergens stond op te treden, zodat kijkers geïnspireerd werden ook een keer naar een optreden van hem te gaan. En de volgende morgen werd hij dan weer wakker en zei zijn moeder: ‘Jan, kom je er al af of niet?! Zo ken het wel weer.’”

Dus eigenlijk geïnspireerd op Frans Bauer?
Buijs: “Eigenlijk wel ja. Dus ik zei tegen de directeur van de TROS: ‘Kijk er toch eens naar.’ Diezelfde avond belt hij me op en zegt: ‘Mag ik dat uitzenden?’ Ik zeg: ‘Ja, tuurlijk wel.’ Hij zegt: ‘Wat kost dat?’ Ik zeg: ‘Niks, maar er is één voorwaarde: op primetime.’ Hij zegt: ‘Dat is goed.’ En ik weet het nog goed, het was maandagavond 4 september, het was hier kermis, en zonder dat er aankondigingen waren geweest hadden we een miljoen kijkers. En het waarderingscijfer was 8,3. Dat had je alleen als Nederland tegen Duitsland voetbalde. Toen vroeg de TROS: ‘Hoeveel kun je er maken?’ Ik zeg: ‘Al wil je er tweehonderd, geen probleem.’ En zo is het ontstaan.”

Santegoeds: “En toen met Nick & Simon.”

Buijs: “Die kwamen er automatisch in. En de 3JS ook.”

Dat is toch briljant, hoe jij de ene beroemd- heid gebruikt om de andere beroemd te maken…

Buijs: “Nou ja, zo wil ik het niet zeggen.”

Santegoeds: “De enige juiste conclusie, maar zo wil-ie het niet zeggen. Hahaha!”

Buijs: “Nee hoor, als het wel zo was zou ik het ook zeggen, maar dat was gewoon al één vriendengroep. En heel hecht. Ik weet nog dat Kees Tol homofiel was maar het niet wou weten. Met het lood in zijn schoenen ging hij naar Simon toe en zei: ‘Ik heb een probleem, ik ben homofiel.’ Waarop Simon zegt: ‘Nou en?’ ‘Blijven we dan wel vrienden?’ vroeg Kees. ‘Natuurlijk wel,’ zegt Simon. ‘Maar die anderen ook?’ ‘Natuurlijk, wat is dat nou voor gelul, daar kan jij toch niks aan doen?’ En Simon zegt: ‘Weet je wat, ik zal meteen Jan effe bellen.’ Niet veel later komt die er op zijn brommertje aan. En daar zat Kees, tranen in zijn ogen. Hij zegt: ‘Jan, ik ben homofiel.’ ‘Nou en?’ reageert die, ‘je moet gewoon je poot stijf houden. Weet je wat, donderdag geven we een feest, ik betaal, en dan nodigen we al je vrienden en familieleden uit.’ Dus zijn vader, zijn moeder, de hele rataplan was er. En het heette ‘het Kees komt uit de kast-feest’. Waarmee ik bedoel: het was geen trucage, het zijn gewoon echt vrienden van elkaar.”

Santegoeds: “En hoe is het nu met je sterren?”

Buijs: “We zijn volop bezig in Duitsland, België, Oostenrijk en Zwitserland. Het ziet er heel goed uit. Maar de hele business verandert, hè. Ik had toevallig vanmorgen Jan aan de telefoon, die zei: ‘Als we drie jaar verder zijn, dan maak je een album en dat ga je niet meer verkopen. Dat kost dan gewoon een halve ton, maar dat flikker je gewoon op het net waar mensen het kunnen downloaden of stelen. Maar dat maakt niet uit, want dan heb je er meer fans bij.’ Dat hebben we kort geleden nog meegemaakt. Jan kwam voor het eerst weer in Duitsland in een tv-show en toen mochten de mensen een liedje van hem vierentwintig uur lang downloaden. Binnen vierentwintig uur was dat 1.017.000 keer gebeurd! Die platenmaatschappij schrok zich overigens wel het lazarus, want die zit bij de Duitse Buma/Stemra en die moet wel vangen.”

Santegoeds: “Wat moeten ze aan die Buma/Stemra aftikken dan?”

Buijs: “Zes cent moesten ze per single betalen.”

Santegoeds: “Zes cent?! Een miljoen keer?” Buijs: “Ja, maar daarover hebben we wel enorm zitten lullen en toen is het effe minder geworden. Maar ik wil maar zegen: het grote geld verdien je tegenwoordig met concerten. Dat was vroeger ook al met Jan. Toen bedachten we de ‘Jan Smit komt naar je toe-tour’, het was voor het eerst dat dat gebeurde in Nederland. Collega’s zeiden tegen mij: ‘Je bent niet goed bij je hoofd.’ En wat bleek: achtentwintig hallen, waaronder Ahoy, de RAI, álles uitverkocht! Nou, dat kun je in geen twintig jaar aan een plaat verdienen. Link moet je wezen.”

Santegoeds: “Haha!”

Van der Meijden: “Ik zie dat inderdaad ook bij André Rieu (Van der Meijden ontdekte hem in 1995 als de nieuwe Strauss en orga- niseerde een tijdlang concerten met hem – NH). Die heeft financieel even een moeilijke tijd gehad omdat de platen niet meer liepen, maar nu gaat het weer goed door zijn concerten.”

Buijs: “De zoon van Rieu, die zijn management doet, kwam hier een keer in Volendam. Hij zei: ‘Jaap, ik heb een probleem, hoe gaat het bij jou nou met de dvd-verkoop?’ Ik zeg: ‘Dat moet je vergeten. Je moet hem wel opnemen en uitbrengen, maar daarna moet je een deal maken met een omroep en het op tv gooien.’ Hij zegt: ‘Maar dan verdien je niks!’ Ik zeg: ‘Nee, maar als je honderdduizend van die dvd’s verkoopt verdien je ook niks. Terwijl, als er twee miljoen mensen naar kijken en vervolgens denken: Hee verrek, dat wil ik weleens in het echt zien, dan zit het Vrijthof vol.’ Hij zegt: ‘Godverdomme Jaap. Daar heb je wel gelijk in.’”

Santegoeds: “Link moet je wezen.”

Van der Meijden: “Ik vind het heel knap wat Jaap heeft opgebouwd. Hoe goed Volendammers omgaan met roem. Die blijven, en dat is ook Jaaps invloed, toch met beide benen op de grond staan. Als alle sterren zo waren was het voor ons veel gemakkelijker geweest.”

Santegoeds: “Nou, ze houden alles wel onder elkaar daar, alles onder de pet. Bolwerk Volendam. Het geheim achter ‘de daik’.”

In die zin is het ook wel opvallend dat jullie elkaar zo mogen, want jullie belangen komen niet altijd overeen. Jaap vond de breuk tussen Jan en Yolanthe heel vervelend, terwijl Evert dacht: Haha, ik ga nog eventjes beginnen over die gastendoekjes die Yolanthe had verdonkeremaand.
Buijs: “Ik vond het vooral vervelend dat het alleen maar over die gastendoekjes ging, want dat hele huis had ze leeggestolen.”

Santegoeds: “Ja, daar kon ik niks aan doen, dat vooral dat bij de mensen bleef hangen. Maar is dat het ergste wat er met je sterren is gebeurd?”

Buijs, volmondig: “Ja. Het heeft op ons allemaal grote indruk gemaakt. Door dat Yolanthe-gedoe heeft Jan ook echt een streep gezet onder het delen van zijn liefdesleven. En dat is ook met Nick en Simon zo. Daar valt niet tegenop te praten. Zij is eigenlijk de hoofdschuldige waarom onze artiesten allemaal zeggen: ‘Ho, laat mijn vrouw erbuiten.’”

Santegoeds: “Dat kan de zucht naar roem dus ook doen, dat mensen je als springplank gaan gebruiken.”

Van der Meijden: “Willem Nijholt heeft daar een mooi woord voor: carrièrekut.”

Roem maakt niet alleen het naarste in andere mensen los, sterren zelf worden er vaak ook niet veel aardiger op met al die ja-knikkers om zich heen…
Van der Meijden: “Ja, het worden eigen koninkrijkjes.”

Santegoeds: “De naam Gordon is gek genoeg nog niet gevallen. Dat is iemand van Amerikaanse proporties, als je hebt over hoge pieken en diepe dalen en de emoties daarbij. Nou begint-ie weer een koffieshop terwijl iedereen denkt: Jaja, en over een jaar is de manager er met de kassa vandoor. Ik geloof dat hij er vier ton in geïnvesteerd heeft en dat hij zich niet realiseert dat hij dat met kopjes van twee euro en 75 cent terug moet gaan verdienen. Dan weet je eigenlijk alweer hoe het gaat aflopen. Aan de andere kant ben ik blij met zulke mensen. Ik wou dat er nog zes Gordons en vijf Patty Brards waren, dan gebeurt er tenminste wat.”

Van der Meijden: “Maar ik ben bang dat Gordon ten onder zal gaan aan een overdosis aan aandachttrekkerij. Dat het einde niet lang op zich laat wachten als-ie zo door gaat. Hee, daar komt het jongetje!”
Jan Smit meert met zijn bootje tegen dat van Jaap aan. En stapt samen met zijn vrouw Liza bij ons aan boord.

We hadden het over roem en of dat leuk is.
Jan Smit: “Tja, wat is roem? Alleen als ik aan het werk ben heb ik ermee te maken.”

Van der Meijden: “Maar toen je kind was en ineens beroemd werd, vond je dat leuk of was dat vervelend?”

Smit: “Ik kreeg er praktisch niks van mee, want ik kwam nergens. En dat is eigenlijk niet veranderd, haha. Ik ben negentig procent van de tijd gewoon boodschapjes aan het doen. Kijk, roem is ook dit… (wijst), dat je een boot koopt waar anderen alleen maar van dromen.”

Moet je goed kunnen zingen om een beroemde zanger te worden?
Smit: “Nee. Dat hoeft zeker niet. Ik kan zo een miljoen zangers opnoemen die veel beter zijn dan ik.”

Wat is dan het talent van Jaap om jou toch daar boven uit te tillen?
Smit: “Jaap is gewoon heel zakelijk. Hij heeft mij altijd heel zakelijk opgeleid. Ik ben gestopt met voetballen toen ik twaalf of dertien was. Terwijl dat mijn lust en mijn leven was. Ik ben gestopt met school. Ik heb alles opzij gezet om een kasteel te kunnen kopen als ik groot was, want dat wilde ik graag.”

Buijs: “En dat heb je ook gekocht.”

Smit: “Ja, toen ik 21 was, kocht ik een kasteel. Tenminste mijn huis – als je je ogen dicht doet is het een kasteel. Maar dat was zonder Jaap niet gelukt. Als ik zei: ‘Jaap, ik kan morgen niet, want ik moet voetballen met vrienden,’ dan zei hij: ‘Maar jij wou toch een kasteel?’ Dat klinkt heel hard, maar Jaap hield me gewoon altijd een worst voor, in dit geval een kasteel, en zei: ‘Hou je maar aan mij vast. Dan krijg jij dat kasteel.’”

Is het zo dat je niet beroemd kunt worden zonder de hulp van Henk en Evert?
Buijs: “Nou, je moet het zien als een voetbalelftal. Je kan de beste keeper hebben en de beste back, maar je hebt toch een elftal nodig. Je hebt elkaar gewoon altijd in alle situaties nodig. En dan moet je natuurlijk ook af en toe sportief zijn, je moet elkaar natuurlijk wel een beetje de bal toespelen.”

Dit interview is vorig jaar verschenen in het septembernummer van HP/De Tijd.

Jaap Buijs overleed zaterdag in het ziekenhuis aan de gevolgen van slokdarmkanker. Hij is 69 jaar geworden.

Nathalie Huigsloot