Witteboordenkanker en een hoge zonnecrèmefactor: 9 mythes over de zon

Deze week wordt het in heel Nederland tropisch warm. Vandaag zal de temperatuur gemiddeld oplopen tot 30 graden. Dinsdag trad het Nationaal Hitteplan in werking, om risicogroepen te beschermen tegen de gevaren van aanhoudende hitte. Er bestaan nogal wat opvattingen over de zon en gezondheid, de ene iets juister dan de andere. Negen feiten en fabels op rij.

1. Zolang je niet verbrandt, is er geen probleem
Bruinen is al een reactie van de huid op dna-schade. “Daarvoor bestaat geen veilige drempel”, zegt dermatoloog Frank de Gruijl. “Maar het lichaam is doorgaans in staat die schade te herstellen. Naarmate je de blootstelling opdrijft, neemt natuurlijk ook het risico toe. Maar het heeft geen zin panisch te doen over de zon en ze als grotbewoners te mijden.”

Dat vindt ook dermatoloog Han van der Rhee. “In de loop van de evolutie hebben we een huidskleur ontwikkeld die optimaal is. Maar in vergelijking met onze voorouders komen wij heel weinig in de zon. En als we het dan toch doen, doen we het meteen heel uitbundig, of ergens op een strand in Zuid-Europa. Dan moet je je goed beschermen. Hier wandelen en fietsen in de zon, of een uurtje buiten zitten, is best gezond.”

Van der Rhee verwijst naar de voordelen van regelmatige blootstelling aan de zon. Epidemiologisch onderzoek toont onder meer een verband met een verlaagd risico op multiple sclerose, darm-, borst-, en prostaatkanker en non-Hodgkin-lymfoom, een lymfeklierkanker. “Hoewel dat nog geen bewijs is voor een oorzakelijk verband, brengen studies met proefdieren en celculturen dat bewijs dichterbij. Vitamine D is daarbij een van de mechanismen.”

De zon zorgt er wel voor dat de huid sneller veroudert. Zonlicht – vooral ultraviolet A – doet het collageen in de lederhuid samenklonteren en maakt enzymen vrij die het collageen afbreken. De huid wordt daardoor minder elastisch en gaat sterk rimpelen. Ook voor dat effect bestaat er geen veilige drempel.

2. Mensen die zonnecrème gebruiken, krijgen vaker huidkanker
Zonnecrème houdt uv-stralen tegen en voorkomt dat je verbrandt. Toch blijkt uit verschillende studies dat mensen die zonnecrème gebruiken, vaker huidkanker krijgen – melanoom in het bijzonder. De meest logische verklaring is dat die mensen vaker zonnebaden. Dat ze vaak lichte huidtypes hebben, en dus sowieso een hoger risico op huidkanker lopen, kan een vertekend beeld geven.

Daar komt bij dat we zonnecrème doorgaans niet gebruiken zoals het hoort. Bij de test die de beschermingsfactor van de zonnecrème bepaalt, wordt twee milligram zonnecrème per vierkante centimeter aangebracht. “Zo’n dikke laag brengt niemand aan”, zegt dermatoloog Frank de Gruijl. “De meeste mensen gebruiken nog niet de helft daarvan.” Bovendien smeren we ons niet vaak genoeg opnieuw in.

Toch toont onderzoek ook aan dat goed gebruik van zonnecrème melanoom voorkomt. “Zeker tussen 12 en 16 uur is het goed om een zonnecrème met factor 30 of hoger te gebruiken’, zegt dermatoloog Lieve Brochez. ‘Een T-shirt dragen is nog beter.”

3. Huidkanker is een ongevaarlijke kanker
Dat geldt vooral voor basaalcelcarcinoom. Die huidkanker komt het vaakst voor – 34.000 nieuwe gevallen per jaar in Nederland – maar vrijwel niemand sterft eraan, omdat hij nooit uitzaait. Basaalcelcarcinoom wordt daarom niet altijd in de kankerstatistieken opgenomen, maar kan onbehandeld wel lokaal schade aanrichten.

Melanoom  – goed voor 5.000 nieuwe gevallen per jaar in Nederland – zaait wel uit. Van elke honderd mannen bij wie melanoom wordt vastgesteld, sterven er 25. Per honderd vrouwen 13. Dat vrouwen sneller naar de dokter stappen, kan een verklaring zijn – vooral een vroege diagnose vergroot de overlevingskansen. Maar ook hormonale verschillen en verschillen in het immuunsysteem zouden een rol kunnen spelen.

Aan alle niet-melanome kankers samen – basaalcelcarcinoom, plaveiselcarcinoom en andere zeldzamere types – sterft zo’n twee procent van de patiënten.

4. Een zonnecrème met een hoge factor is beter dan een zonnecrème met een lage factor
Met een zonnecrème met factor veertig kan je ongeveer twee keer langer in de zon voor je verbrandt dan met een zonnecrème met factor twintig. Een hoge factor biedt dus meer bescherming. Logisch. Tot zover de theorie.

Wetenschappers die een groep Franse en Zwitserse jongeren op vakantie stuurden met een zonnecrème met factor tien of dertig, kwamen tot een verrassende conclusie. Noch de jongeren, noch de wetenschappers wisten wie welke zonnecrème had meegekregen. Na afloop bleken de proefpersonen die de betere zonnecrème hadden meegekregen langer in de zon te zijn geweest, en evenveel te zijn verbrand. Conclusie: met een betere zonnecrème blijf je gevoelsmatig langer in de zon, en eindig je evengoed bien cuit. Een zonnecrème met hogere factor is dus beter, als je hem verstandig gebruikt.

5. Bruinen beschermt tegen verbranden
Onder invloed van de zon maakt de huid meer pigment aan. Dat bruine tintje levert maximaal een bescherming die overeenkomt met een zonnecrème met factor vier. Dat betekent dat het vier keer langer duurt voor je verbrandt. Is dat normaal bijvoorbeeld na een kwartier, dan kan je gebruind een uur in de zon blijven. “Daarnaast doet de zon de opperhuid verdikken en ontstekingsremmende stoffen afscheiden”, zegt dermatoloog Frank de Gruijl. “Door de combinatie van die effecten kan de beschermingsfactor oplopen tot tien.”

“Toch raad ik niemand aan om bewust in de zon te gaan zitten om te bruinen”, zegt dermatoloog Lieve Brochez. “Dat geldt zeker voor mensen met een gevoelig huidtype, vaak met rood of bleek haar, die moeilijk bruinen en heel snel verbranden.”
‘”Doe maar gewoon’, is het beste advies”, beaamt De Gruijl. “De blootstelling aan de zon tijdens dagelijkse bezigheden doet de huid wennen aan de zon en zorgt voor voldoende vitamine D. Zonnebaden en zonvakanties kan je beter achterwege laten.”

6. Zonnen is gezond, want het levert ons vitamine D
De zon is onze belangrijkste bron van vitamine D, noodzakelijk voor gezonde botten en spieren. Onder invloed van ultraviolet-B-straling uit de zon maakt de huid vitamine D aan. Maar daar hoeft u niet voor te liggen braden. Voor iemand met een lichte huid levert een kwartier tot een half uur middagzon op het hoofd en de onderarmen ’s zomers genoeg vitamine D op. Vroeger en later op de dag, en voor mensen met een donkere huidskleur, duurt het iets langer. In zwembroek of bikini gaat het nog sneller.

“Zonnebaden is misschien leuk, maar voor je gezondheid is het niet nodig”, zegt dermatoloog Frank de Gruijl. “Lang in de zon zitten levert geen extra voordeel, omdat de huid niet eindeloos vitamine D blijft produceren, maar vrij snel een maximum bereikt.”

7. Zonnen verhoogt het risico op huidkanker
De zon is de belangrijkste oorzaak van melanoom, de agressiefste vorm van huidkanker. Vooral ultraviolet-B-straling beschadigt het dna en kan zo kanker veroorzaken. “Melanoom is een ‘witteboordenkanker’, die vaak voorkomt bij mensen die de hele week op kantoor zitten en dan in het weekend snel willen bruinen, en verbranden”, zegt dermatoloog Frank de Gruijl. “Zonvakanties naar het zuiden blijken in de praktijk vaak verbrandvakanties.” En verbranden verhoogt het risico op melanoom.

Ook basaalcelcarcinoom, een ander type huidkanker, wordt gelinkt met verbranden. Maar ook een hoge blootstelling aan zon in de loop van het leven – ongeacht of je daarbij verbrandt – lijkt het risico te verhogen. Dat is nog meer het geval bij het derde type huidkanker, plaveiselcarcinoom. “Een kanker die typisch is voor mensen met een buitenberoep”, aldus De Gruijl.

De relatie tussen blootstelling aan de zon en huidkanker is complex, en onder meer afhankelijk van de plaats waar ze wordt onderzocht. “Deense bouwvakkers en landbouwers blijken bijvoorbeeld minder risico op melanoom en basaalcelcarcinoom te hebben dan Denen met een binnenberoep”, zegt dermatoloog Han van der Rhee. “Terwijl studies in Zuid-Europa net vinden dat chronische blootstelling aan zonlicht het risico verhoogt.” Hoe dat komt, is nog niet helemaal duidelijk.

Maar onregelmatig bakken en braden is niet aan te raden, dat staat vast. Het Koningin Wilhelmina Fonds Kankerbestrijding adviseert een ‘geregelde, matige blootstelling’ aan de zon.

8. In de winter slik je best vitamine D
‘s Winters maken we minder vitamine D aan, en kunnen we een tekort hebben – hoeveel vitamine D we nodig hebben, is niet duidelijk, vijftig nanomol per liter bloed is een vaak gebruikte norm.

De Nederlandse Gezondheidsraad adviseert een dagelijks supplement van tien microgram vitamine D voor kinderen tot vier jaar – om rachitis te voorkomen – voor vrouwen boven de vijftig en zeventigplussers – om botbreuken te voorkomen – en voor mensen die weinig buitenkomen of een donkere huid hebben.

Het advies is gebaseerd op het belang van vitamine D voor onze botten. Wie in de zon komt en gezond eet – vitamine D zit in eieren en vette vis – komt zelden in de problemen. Dat meer vitamine D ziektes helpt te voorkomen, is volgens de raad onvoldoende bewezen om supplementen aan te bevelen. Ook dermatoloog Brochez pleit voor voorzichtigheid. “We weten dat het adagium ‘baat het niet, dan schaadt het niet’, niet altijd opgaat.”

9. Vooral verbranden in de jeugdjaren verhoogt het risico op huidkanker
Verbranden tijdens de jeugd verhoogt het risico op huidkanker op latere leeftijd. Zo vonden Amerikaanse onderzoekers die meer dan honderdduizend verpleegsters twintig jaar lang opvolgden, dat vrouwen die vijf of meer keren verbrandden tussen hun vijftiende en twintigste, een tachtig procent hoger risico op melanoom liepen.

Maar verbranden op latere leeftijd is even slecht. Dat blijkt uit een meta-analyse van meer dan vijftig studies. De wetenschappers keken naar het aantal keer dat de proefpersonen waren verbrand als kind, adolescent, volwassene en in hun hele leven. Verbranden bleek het risico op melanoom telkens ongeveer evenveel toe te doen nemen, ongeacht de periode waarin het was gebeurd. Conclusie: verbranden is altijd te vermijden, niet alleen in de kindertijd.

Geraadpleegde experts: Frank de Gruijl, dermatoloog aan het Leids Universitair Medisch Centrum. Han van der Rhee, auteur van het boek ZonWijzer. Lieve Brochez, dermatoloog aan het UZ Gent.