Mannen die huilen om poëzie: Dries van Agt

Mannen huilen niet om poëzie. Of toch wel? In de bundel Gedichten die mannen aan het huilen maken vertellen meer dan zestig vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse mannen welk gedicht hen de tranen naar de ogen jaagt. HP/De Tijd licht de komende weken enkele van deze ‘huilende mannen’ uit. Deze week: oud-premier Dries van Agt (1931) over Nestoriaanse kwatrijnen I van Hugo Pos.

“Toen ik werd verzocht bij te dragen aan de bundel Gedichten die mannen aan het huilen maken, schoten onmiddellijk twee korte teksten te binnen. Het zijn twee gedichten van elk nauwelijks vier regels lang, en ze hebben allebei te maken met afscheid bij overlijden.

“Het eerste is een tekst van Adriaan Roland Holst die heb ik aangetroffen op de overlijdensannonce van Manusama, president van de Republiek der Zuid-Molukken, wiens leven in Nederlandse ballingschap ten einde kwam. De tragiek van diens leven blijft hieruit spreken:

‘Ik zal de halmen niet meer zien
noch binden ooit de volle schoven
maar doe mij in den oogst geloven
waarvoor ik dien…’

Het gedicht dat ik graag voor deze bundel aan zou willen dragen, komt uit de ‘nestoriaanse kwatrijnen’ van de Surinaamse dichter Hugo Pos. Wel curieus dat ik u dit schrijf op de dag dat ik 84 jaar word, besef ik nu. Dit is namelijk de tekst die straks op mijn eigen overlijdensannonce zal worden gezet.”

Nestoriaanse kwatrijnen I
Hugo Pos (1913 – 2000)

Beloof me, kind, als ik van hier verdwijn
treur niet om mij, straks bloeit weer de jasmijn
en geurt de kamperfoelie. Erger zou het wezen
als zij verdwenen waren, — ik er nog zou zijn.

De bundel ‘Gedichten die mannen aan het huilen maken’ is onder meer te koop via de website van AKO.

Lees ook de bijdragen van:
Matthijs van Nieuwkerk
Ed van Thijn
André Kuipers
Typhoon
Robbert Dijkgraaf
Lucky Fonz III