Gekleurde Nederlanders verdienen beter dan Gario, Simons en Bergman

Dit jaar zou het thema van popfestival Valtifest Hottentottententententoonstelling zijn. Een woord dat dankzij zijn lengte en klankherhaling een zekere populariteit geniet onder kinderen in de basisschoolleeftijd. Verder wordt het weinig gebruikt. Veel mensen weten niet eens wat dat is, een Hottentot.

Dat de Nederlander door de bank genomen tamelijk weinig van zijn eigen geschiedenis afweet, is wellicht problematisch. Maar Quinsy Gario zag in het hottentottentententhema een heel ander probleem: hij was bang dat er ‘hoop mensen in blackface’ naar Valtifest zouden komen. Met alle kwetsende gevolgen van dien. Hoe kwam Gario daar bij? Waarom zou het één logisch volgen uit het ander? Het is mij een raadsel.

Ander voorbeeld. Een paar weken geleden sprak Sylvana Simons zich uit over de zoekresultaten op Google. Wie zocht op het woord ‘hand’, zo had Simons ontdekt, kreeg als eerste afbeeldingsresultaat een blanke hand. Op Twitter noemde zij dat “de vanzelfsprekendheid van white privilege, waarbij wit automatisch en achteloos de norm is.” Ook hier is de logica ver te zoeken.

Ten eerste geeft Simons een verkeerde definitie van white privilege. In werkelijkheid betekent het dat blanken voor allerlei voordelen in aanmerking komen: makkelijker een lening krijgen, of juist een boete ontlopen. Ten tweede rangschikt Google zijn afbeeldingsresultaten volgens een complex algoritme, dat onder meer kijkt naar de tekst op de bijbehorende pagina. De blanke hand die Simons vond staat op een pagina waar het woord ‘hand’ maar liefst dertig keer op voor komt, wat de gemakkelijke vindbaarheid verklaart. Samengevat: Simons was verontwaardigd omdat ze een niet-bestaand verband zag tussen twee concepten die ze niet begreep.

En sinds vorige week is daar dan de dood van Mitch Henriquez. De feiten afwachten, dat kon burgerrechtenactiviste Sunny Bergman zich natuurlijk niet veroorloven – voor je het weet zijn je collega’s ermee aan de haal. “Waarom schrijft de media niet over deze zaak: extreem politiegeweld met de dood als gevolg?”, vraagt Bergman zich af in een ‘analyse’ op VPRO.nl. “Als het in Amerika gebeurt is het voorpaginanieuws.” Voor haar lijkt vast te staan dat de politie Henriquez heeft vermoord, met racisme als motief.

Het overlijden van Henriquez aan het optreden van de politie toeschrijven was – op dat moment – prematuur. En ik weet niet welke Amerikaanse kranten Bergman leest, maar ik maak mij sterk dat geen enkel dagblad op basis van alleen een YouTube-filmpje ‘extreem politiegeweld’ zou koppen.

Dat Bergman nu gelijk lijkt te krijgen in haar taxatie van de doodsoorzaak, doet niets af aan het feit dat de oordelen die zij velt (negeren van de geweldsinstructie, racisme, wegkijken door de media) veel te vroeg kwamen en nauwelijks worden onderbouwd. Met activisme heeft dat niets te maken, met ophitsing des te meer. De ‘analyse’ van Bergman is minstens zo ridicuul als de vrees voor festivalgangers met blackface en vooringenomen zoekmachine-algoritmes.

De voorbeelden van Gario, Simons en Bergman doen denken aan de jongen die ‘wolf’ riep, een sprookje dat populair is in de VS en de uitdrukking ‘crying wolf’ (vals alarm slaan) heeft voortgebracht: een jongen roept zo vaak zonder aanleiding ‘wolf’ dat niemand hem gelooft wanneer er daadwerkelijk één voor zijn neus staat. Uiteraard eet de wolf de jongen op. Het is dan ook betreurenswaardig dat dít nu de mensen zijn die zich vaak opwerpen als spreekbuis van de gekleurde Nederlander. Want die kan nauwelijks slechtere vertegenwoordigers treffen dan dit trio.

Walt van der Linden is schrijver en journalist.

Walt van der Linden