In Mauritanië is slavernij afgeschaft, maar alles behalve verdwenen

Officieel bestaat er geen slavernij in Mauritanië. Slavernij is een historisch fenomeen, zo is de officiële lezing van de overheid van het kale woestijnland in Noord-Afrika. Een zwarte bladzijde in de geschiedenis van het land, maar een hoofdstuk dat is afgesloten. Toch plaatsen verschillende mensenrechtenorganisaties Mauritanië bovenaan de lijst van landen waar slavernij nog bestaat. Volgens de Walk Free Foundation leeft vier procent van de bevolking in slavernij – het hoogste percentage ter wereld.

In Mauritanië is slavernij meermaals afgeschaft. De eerste keer was in 1905, toen de Fransen het land als kolonie bestuurden. De tweede keer was in 1961, toen Mauritanië zich onafhankelijk verklaarde, en vervolgens nog eens in 1981. Pas in 2007 werd dit wettelijk vastgelegd.

Sindsdien riskeert een slavenhouder tot tien jaar gevangenis. Formeel is dus iedereen vrij, desalniettemin ontvangt de overheid bij tijd en wijle een klacht van iemand die zegt slaaf te zijn. Na onderzoek blijkt (officieel) meestal dat er geen sprake is van slavernij. Het officiële standpunt van de overheid is immers dat slavernij heeft bestaan, maar niet meer bestaat. Ze spreekt dan ook liever van een voormalige afhankelijkheid, die als gevolg heeft dat mensen bij hun voormalige meesters blijven, zelfs als ze vrij zijn.

Doordat geruchten rondom het bestaan van slavernij bleven bestaan, stuurden de Verenigde Naties in 2009 en in 2014 een speciale rapporteur om de situatie te onderzoeken. Die bevestigde dat er inderdaad slavernij bestaat in Mauritanië, en slavernij wordt doorgegeven van generatie op generatie. Een traditionele slaaf wordt geboren als eigendom van een meester, zijn lijfeigene.

In het rapport van de rapporteur wordt waardering geuit voor de stappen die op het gebied van wetgeving zijn gezet, maar wordt tevens geconstateerd dat de uitvoering in de praktijk te wensen laat. Politie en justitie zouden beschuldigingen van slavernij niet willen onderzoeken en de meeste zaken worden zonder grondig onderzoek gesloten. Opzienbarend is tevens dat er sinds 2007 sprake is van slechts één succesvolle veroordelingen.

Honderden jaren geleden woonden deze zwarte boeren in het zuiden van het land, toen zij tijdens razzia’s gevangengenomen werden en tot slaaf gemaakt door de Witte Moren, Arabisch Berbers uit het noorden. Toen deze slaven tijdens de vorige eeuw gaandeweg bevrijd werden, kregen ze de naam Haratin, afgeleid van het Arabisch woord voor ‘vrijheid’. Maar erg vrij zijn ze nog altijd niet. De Haratin zijn in Mauritanië een gediscrimineerde bevolkingsgroep, een soort van kastenlozen in een samenleving waar etnisch geweld aan de orde van de dag is.

De meerderheid van de Haratin leeft in een situatie tussen tussen moderne en traditionele slavernij. Ze zijn volledig onderworpen in een omgeving waarin slavernij diep verankerd is in de normen en waarden, in traditie, in religie. Hierdoor kunnen ze zich, ondanks de formele afschaffing van slavernij, niet vrijmaken.

De afstammelingen van de eerste slaven zijn al vele generaties geen ander leven gewend, omdat ze nooit vrij geweest zijn. Het heeft geleid tot het opmerkelijke fenomeen dat de slaaf daadwerkelijk houdt van zijn meester, zelfs trots is op hem en hem als belangrijker als zijn eigen vader ervaart.

Mauritanië is overigens niet het enige land waar nog slavernij bestaat. Volgens de Global Slavery Index ligt ook in Oezbekistan het aandeel slaven op bijna 4 procent van de bevolking. India (14 miljoen) en Pakistan (2,1 miljoen) scoren in absolute aantallen hoog. Maar dan gaat het wel om moderne slavernij, niet om de variant die diep geworteld is in het Noord-Afrikaanse Mauritanië.