Verhofstadt: het tandeloze orakel van Brussel

Ik kreeg deze week veel lezerspost omtrent de Griekse crisis met vragen in de trant van: ‘Doctorandus Van Amerongen, ik vind het zo moeilijk een standpunt in te nemen in deze kwestie en toch wil ik graag gevat en getapt uit de hoek komen bij de waterkoeler op de zaak. Kunt u mij niet een pittige mening schenken, gratis en voor niks?’

Mijn eerste gedachte is dan steevast: waarom moet een insipide kantoorklerk überhaupt een opinie over wat dan ook hebben? Wat is die obsessie met meningen toch, vandaag de dag? Vroeger keek men naar de treurbuis en las men het Algemeen Dagblad en ouwehoerde dan ‘s anderendaags op kantoor slap over voetbal en allerhande programma’s van de TROS. Een politieke mening kreeg men voorgelepeld van de actualiteitenrubriek die bij partij hoorde waarop men stemde. Tijdens de VrijMiBo ging het over de tieten van Ria Valk en Joke Bruijs in de Playboy, maar vooral over de derrière van de koffiejuffrouw. Vandaag de dag kwebbelen zelfs de juffies van secretaresseopleiding Schoevers over de Chinese beurscrisis en de proxy war in Jemen.

Natuurlijk schrijf ik zulks niet op want ik heb in mijn journalistieke leven al genoeg abonnees huilend hun lidmaatschap van uiteenlopende media doen opzeggen. Voordat ik de lezerspost ga beantwoorden, ga ik eerst een uur schreeuwend en gillend als een maanzieke door het oerwoud achter mijn hut rennen. Daarna maak ik een stokvissmoothie en schrijf ik compleet zen de verontruste lezers terug. Deze week opende ik standaard met: ‘l.s. Het is verdraaid lastig kiezen tussen de duivelse trojka (Europese Commissie, ECB, IMF) en de aartsluie, flessentrekkende Grieken. Aanvankelijk koos ik partij voor de trojka, vanwege mijn levensmantra ‘Arbeid adelt’.’

Echter! Ik besloot mijn neoliberale, meritocratische levensopvatting radicaal overboord te zetten na het zien van de haatpreek van Guy Verhofstadt deze week. Ik meende zelfs even de heer Goebbels te zien tijdens zijn Berliner Sportpalastrede in 1943: Wollt ihr den totalen Krieg?

Ik mocht gedurende mijn langdurige drugsloopbaan vele slechte gebitten zien maar nog nooit zag ik zo’n stuitend fietsenrek als dat van Verhofstadt, die sowieso al een bakkes heeft als een versleten koeienvagijn, nog even los van zijn vette spuuglok en zijn veelkwabbige bierbuik. Tuutuutuutuu, hoor ik u denken: wat kinderachtig om iemand op zijn uiterlijk te veroordelen. Nou, beste lezer, deze man is volksvertegenwoordiger en als je het durft om met zo’n grafkop de politiek in te gaan, dan heb je minachting voor je achterban. En dat bleek ook tijdens zijn populistische donderpreek. Er is genoeg geschreven over ‘s mans geheime agenda en zijn talloze bijbaantjes en financiële belangen in Griekenland en Oekraïne, dat moet u zelf maar uitgoogelen.

Er is maar één verzachtende omstandigheid: de volgevreten Verhofstadt is een typisch product van het veelkoppige monster ‘Brussel’. Ik ken Brussel op mijn duimpje. Voor ik de blockbuster Brussel Eurabia schreef, was ik getrouwd met een Europarlementariër (nota bene van de PvdA). Ik had een fijne echtgenootpas en bezocht vrijwel dagelijks de parlementariërsbar, waar je wegzakt in het pluche en waar klassieke obers langskomen met een drankorgel met daarin een dertigtal soorten puike whisky’s die uiteraard verkocht worden tegen taxfreeprijzen. Ik klaag daar verder niet over.

Het viel me al direct op dat alle parlementariërs uit de zuidelijke landen copieus ‘nat’ lunchten terwijl Max van den Berg, de baas van mijn ex, treurig in een hoekje van de kantine zat te mokken met zijn broodtrommeltje en zijn glaasje karnemelk, waarvoor hulde. Verder zag ik vrijwel alle Oostblokkers van het parlement om negen uur in de ochtend naar de receptie van het EP strompelen (nog dronken van de vorige avond), hun handtekening zetten als bevestiging van hun aanwezigheid die dag om daarmee het daggeld van 500 pop op te strijken. Vervolgens kropen ze weer terug naar hun Trabant waarin ze hun roes uitsliepen want dat scheelde weer een overnachting in een hotel.

U begrijpt dat ik als rechtgeaarde moralist, diepgeworteld in onze judeo-christelijke traditie, al snel riep: EP, weg ermee!

Ik heb ook nog een verloofde gehad die half-Grieks is, hetgeen uiteraard niet impliceert dat ik dan automatisch pro-Griekenland ben. Integendeel! Toch geef ik schoorvoetend toe dat ik met haar best wel fijne tijden heb gehad in de grote stad Thessaloniki, ook wel Saloniki genoemd. Het viel me wel op dat iedereen daar de hele dag op het terras zat te borrelen, van schoenpoetser tot advocaat. De enige die werkten, waren de bouzoukimuzikanten in de talloze fijne nachtclubs waar men op last van het EP geen borden meer stuksmeet, maar peperdure bloemen naar deze of gene zangeres gooide (stelletje mietjes). Ik voorzag toen – rond 2001 – al de huidige crisis. Als ik nu terugdenk aan de beide exen, kies ik toch voor Griekenland. En dat is wat ik de verontruste lezer mee wil geven: de keuze tussen het uitvretende monster Verhofstadt en de knappe, feestvierende, platzakke Zorba is snel gemaakt.

Ζήτω η Ελλάδα!