Rusland gebruikt Srebrenica herdenking in geo-politiek machtsspel

Vandaag is de 20ste herdenking van de genocide in Srebrenica. Bosnische Serviërs vermoordden er in juli 1995 ongeveer 8.000 moslims. Een resolutie van de VN-Veiligheidsraad die deze week de misdaden in Bosnië-Herzegovina moest veroordelen, heeft het niet gered. Rusland zette afgelopen woensdag zijn veto in en stopte daarmee de resolutie van het Verenigd Koninkrijk en Nederland.

Moskou zei vooral moeite te hebben met de in de tekst gebruikte term genocide. Vanuit het perspectief van Rusland, een traditionele medestander van Servië, legt de tekst te veel de nadruk op de misdrijven van Serviërs in de Bosnische oorlog.

Op 11 juli 1995 marcheerden Bosnisch-Servische milities de voormalige VN veiligheidszone Srebrenica binnen. Lichtbewapende Nederlandse blauwhelmen – die geen ondersteuning kregen van de NAVO om het Servische leger te stoppen – zagen toe hoe ongeveer 8.000 moslims, voornamelijk mannen en jongens, ontvoerd en gedood werden. De Amerikaanse VN-gezant Samantha Power was in 1995 als verslaggever in Sarajevo. “Ik herinner me hoe ik stukken, delen van menselijke overblijfselen zag. Half begraven schoenen ook. En wandelstokken van de islamitische slachtoffers”, aldus Power. “Het veto van Rusland is hartverscheurend voor de nabestaanden en is een smet op het blazoen van deze (VN) Raad”.

Voor Rusland is de ontkenning van de Srebrenica genocide een manier om zijn invloed op de Balkan te vergroten. Servië is, net als de rest van voormalig Joegoslavië, op weg naar toetreding tot de EU. Moskou wil dit proces verstoren en zijn invloed in Belgrado, Banja Luka en Skopje vergroten. Eerder al trachtte Rusland de crisis in Macedonië verder op te hitsen door te beweren dat corruptie-onthullingen omtrent hooggeplaatste politici en ambtenaren ‘een westers complot’ zou zijn om de Russisch-gezinde premier van het land ten val te brengen. De houding van Moskou ten aanzien van de Srebrenica genocide nu is te zien als een gebaar dat Belgrado duidelijk moet maken wie zijn echte vrienden zijn.

Het Russische veto kon dan ook rekenen op de instemming van de Servische premier Aleksandar Vucic, die zei dat zijn land ‘niet nog meer mag worden vernederd’. Het leidde ook tot grote vreugde bij de Bosnisch-Servische leider Miroslav Dodik, die van plan is om een ​​straat in de Bosnisch-Servische hoofdstad Banja Luka te vernoemen naar na Ratko Mladic. Mladic is een van de Servische commandanten die verantwoordelijk is voor de moordpartij in Srebrenica.

Het bloedbad van Srebrenica wordt beschouwd als de ergste oorlogsmisdaad in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog en is door twee onafhankelijke rechtbanken – het Internationale Hof van Justitie en het Internationaal Tribunaal voor oorlogsmisdaden in het voormalige Joegoslavië (ICTY) – wettelijk geclassificeerd als genocide. ICTY onderzoekers verzamelden over de afgelopen 15 jaar miljoenen pagina’s aan getuigenverklaringen, audio en video opnames en forensisch bewijsmateriaal. De Servische regering blijft evenwel weigeren de oorlogsmisdaden tegen de moslims als genocide te erkennen.