Neil Young zweert streamingdiensten af – divagedrag met schadelijke gevolgen

‘It’s not because of the money. It’s about sound quality.’ Met die woorden nam Neil Young in een Facebook-post afscheid van streamingdiensten als Spotify, Deezer, Tidal en Apple Music.

Misschien meent hij het echt. Kan hij er inderdaad niet mee leven dat de liedjes waarop hij zo hard heeft lopen zwoegen, worden beluisterd op 320 kilobit per seconde.

Het heeft ongetwijfeld te maken met het moment waarop ik ze spreek – meestal vlak voordat een nieuw album verschijnt –, maar ik ken weinig artiesten die zich honderd procent comfortabel voelen bij het idee dat hun muziek door iedereen te beluisteren is. Dat het een eigen leven gaat leiden, dat luisteraars teksten anders zullen interpreteren dan ze waren bedoeld, dat ze intro’s zullen doorspoelen. Daar moet je tegen kunnen. Anders moet je geen muziek uitbrengen.

Autoradio
Met zijn actie gaat Young volledig voorbij aan de realiteit. De een luistert het liefst via een soudsystem van 60.000 euro, de ander via de brakke speakertjes op zijn telefoon. Platenlabel Motown (Michael Jackson, Diana Ross, Marvin Gaye) snapte dat. Motown testte alle muziek op de autoradio. Als het daar goed klonk, kon het de markt op.

Young wil niet dat zijn fans kunnen kiezen. Van hem moeten we zijn muziek via Pono gaan beluisteren. Dat is audio op hoge kwaliteit, naar het schijnt klinkt het beter dan de cd. Young zelf stond aan de wieg van deze uitvinding. Een album van Neil Young in Pono-formaat kost een kleine twee tientjes. Voor de bijbehorende speler betaal je ongeveer 340 euro. Met een Pono-speler kun je niet bellen.

Consequent
Als Young consequent zou zijn, dan zou hij radiostations verbieden om zijn muziek te draaien. Stel je immers voor dat iemand het via een koptelefoontje van 3 euro tot zich neemt.

Zo ver gaat Young niet. Maar het gaat dus niet om het geld.

Het effect van Youngs besluit is dat het tientje dat miljoenen gebruikers maandelijks aan hun streamingdienst betalen minder waard is geworden. Hij staat niet alleen. Prince liet begin deze maand weten alleen nog via Tidal te streamen te zijn. Ook The Beatles, Taylor Swift en Tool zijn zo niet, of niet overal te horen.

Free Record Shop
Populaire artiesten die hun muziek niet of enkel exclusief aanbieden, ondermijnen de kracht van streaming. Juist de volledigheid maakt het voor consumenten interessant om elke maand tien euro over te maken. Natuurlijk gaat dat ten koste van fysieke verkoop, maar dat was toch al een gepasseerd station. Legale streaming komt niet in de plaats van Free Record Shop, maar van illegaal downloaden. In mijn directe omgeving ken ik tig mensen die 120 euro per jaar uitgeven aan muziek. Dat is 120 euro meer dan vijf jaar geleden.

Het wordt tijd dat zwaargewichten als Neil Young en Prince dat ook inzien en hun verantwoordelijkheid nemen. Hoe meer zij hun eigen plan trekken, hoe onaantrekkelijker streamingdiensten worden. Met hun divagedrag hebben ze niet alleen hun fans te pakken, maar ook hun collegamuzikanten die wél begrijpen dat streaming alleen kan werken als je er met z’n allen achter gaat staan.