Exotische muggen en dodelijke wormen in opmars: reden tot zorg?

De economie globaliseert, de natuur volgt. Steeds meer uitheemse dieren en planten verhuizen naar onze streken en daar zitten ook giftige exemplaren bij. Een gevaar voor de volksgezondheid, of loopt het allemaal zo’n vaart niet?

Lichtoranje wormpjes van ongeveer twee millimeter dik: dat vonden onderzoekers in 2012 in de Oosterschelde bij Zierikzee en Sint-Annaland. Snoerwormen waren het, maar wat voor soort? Amerikaanse wetenschappers gaven na dna-onderzoek het antwoord: de Cephalothrix simula, oorspronkelijk uit de noordwestelijke Grote Oceaan. Een exoot dus, maar een gevaarlijke. Deze soort snoerworm heeft het neurotoxine tetrodotoxine in zijn lijf, hetzelfde gif als van de bekende en zeer giftige kogelvis. Het gehalte schommelt van worm tot worm, maar in één onderzocht exemplaar is de voor mensen minimale dodelijke dosis van ongeveer 24 milligram aangetroffen. 48 procent van de onderzochte wormen had meer dan 20 procent van de minimale dodelijke dosis. Dat wil zeggen dat één tot vijf van deze kleine snoerwormen eten al dodelijk kan zijn. Gelukkig is de kans dat zo’n snoerworm op ons bord terechtkomt erg klein.

De Cephalothrix simula is vanuit de noordwestelijke Grote Oceaan aan een opmars bezig in de wereld. In 2007 en 2013 beschreven wetenschappelijke publicaties voor het eerst de aanwezigheid van deze soort aan de kusten rond Spanje en Italië. In 2011 werd de snoerworm ook aan de Noord-Amerikaanse westkust aangetroffen. Hoe de soort bij onze noorderburen terecht is gekomen en of ze momenteel ook al elders op de noordwestelijke Europese kust aanwezig is, weten we niet. Wat wel zo goed als zeker is, is de manier waarop de snoerworm hier belandde: dankzij de mens. Anno 2015 reizen mensen en goederen zonder moeite en in grote aantallen van het ene continent naar het andere en onvermijdelijk liften er dieren en planten mee. De Cephalothrix simula kwam waarschijnlijk in Nederland terecht via ballastwater van schepen of grootschalig internationaal transport van schelpdieren.

Steeds meer
Exoten, soorten die in een bepaalde ecosysteem terechtkomen waar ze normaal niet voorkomen, zijn er in de natuur altijd al geweest, maar de mens heeft de verspreiding doen toenemen. We voeren ze bewust of onbewust in en laten ze al dan niet per ongeluk ontsnappen naar de vrije natuur. Vaak vormen exoten geen probleem. Het merendeel is niet aangepast aan de nieuwe streek en sterft snel een stille dood. Planten, dieren en micro-organismen die het wel volhouden, hoeven daarom niet altijd een slechte invloed te hebben op de inheemse diversiteit. Zo hebben de aardappel of het konijn hun plaats gevonden in de Vlaamse natuur, hoewel ze hier ook maar geïntroduceerd werden door de mens uit respectievelijk Zuid-Amerika en het Iberisch schiereiland.

Maar naar schatting eens op de duizend keer dat een soort hier nieuw verschijnt, loopt het wel mis. Ze kan zich hier vestigen én vormt een bedreiging voor de plaatselijke dieren en planten, die in de verdrukking komen. Buiten de ecologische en economische schade die daaruit voortvloeit, kan de nieuwe soort ook een echt gezondheidsprobleem vormen voor de mens. De reuzenberenklauw bijvoorbeeld, afkomstig uit Azië maar hier geïntroduceerd als tuinplant, kan de huid irriteren. Verwilderde Amerikaanse ambrosiaplanten kunnen dan weer het hooikoortsseizoen verlengen.

De laatste weken waren er wel meer meldingen van gevaarlijke exoten. Begin juli werd op de bloemenveiling van het Zuid-Hollandse Rijnsburg de giftige kamspin uit Latijns-Amerika gevonden. Een beet kan binnen de zes uur dodelijk zijn, al is dat maar in één procent van de gevallen en krijgt negentig procent van de mensen slechts een lichte zwelling. En eind juni werd bekendgemaakt dat er in een Antwerpse supermarkt een Braziliaanse zwerfspin tussen de bananen opdook. Door de kou versuft, gelukkig maar, want ze staat bekend als de dodelijkste spin ter wereld. Enerzijds omdat het dier een sterk gif heeft en er veel van injecteert, anderzijds omdat ze erg agressief is. Dat in tegenstelling tot de meeste andere giftige spinnen, zoals de zwarte weduwe, die zich veel minder snel bedreigd voelen en niet gauw een mens bijten.

Tijgermug
Maar de bekendste gevaarlijke exoot is waarschijnlijk de Aziatische tijgermug. Al lang niet meer enkel in Azië te vinden, maar ook voorkomend in Amerika, Afrika en Zuid-Europa. De bloedzuigende vrouwtjes kunnen tal van virussen overdragen en de mens zo besmetten met bijvoorbeeld de West-Nijlziekte, dengue (knokkelkoorts) of gele koorts. De muggen worden sinds enkele jaren bij regelmaat gespot in onze streken, meegereisd via planten of autobanden uit verre streken. In de plasjes water in de rubberen banden kunnen muggenlarven immers goed gedijen.

Eind juni liet minister van Volksgezondheid Edith Schippers weten dat er een wijziging van de Wet publieke gezondheid komt, waardoor er een centrale, landelijk uniforme aanpak komt om vestiging van invasieve exotische muggen zo lang mogelijk te voorkomen. Dat ter vervanging van een overeenkomst met de handelaars in gebruikte banden, die volgens de minister niet werkte.

Wilfred Reinhold van het Nederlands platform ‘Stop invasieve exoten’ is daar niet over te spreken. “Dat de minister nu kiest voor een wetswijziging is onbegrijpelijk. Dat kan jaren duren, en ondertussen gaat de invoer van tijgermuggen en andere gevaarlijke muggen door. Elke ingevoerde mug vergroot de kans op vestiging en verspreiding, en dan krijg je ze bijna niet meer weg. De minister beschikt over een alternatief, dat veel sneller klaar is en minstens even effectief werkt. Zij kan op basis van de Warenwet een landelijke en bindende regeling opstellen om te voorkomen dat bij het importeren en verhandelen van gebruikte banden exotische muggen worden ingevoerd en zich verspreiden. Voor de aanpak van de tijgermug in lucky bambooplantjes heeft haar voorganger in 2009 zo’n regeling uitgevaardigd.” Zo’n wet opstellen is een kwestie van amper enkele weken, stelt Reinhold.

De schrik zit er dus in dat de tijgermug zich hier zal vestigen. Ook Belgisch minister van Volksgezondheid Maggie De Block is daarvan overtuigd. Sinds 2013 vindt het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen het insect geregeld in ladingen die via de havens of luchthavens België binnenkomen. Het instituut controleert exotische ladingen regelmatig op de aanwezigheid van de mug en grijpt zo nodig in met larviciden en adulticiden. ‘Zeker nog een aantal jaar houden we de situatie op die manier perfect onder controle’, zegt Julie Demeulemeester, biologe aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde.

Toch zal die opvolging de opmars van de tijgermug niet tegenhouden. Het European Centre for Disease Prevention and Control (ECDC) denkt dat klimaatverandering de vestiging van de tijgermug in Europa mogelijk kan maken. Het centrum plaatst België bij de landen met een verhoogde kans op de ontwikkeling van de juiste klimatologische omstandigheden voor de tijgermug, wat het ECDC doet besluiten dat we waarschijnlijk niet kunnen voorkomen dat de mug zich uiteindelijk in ons land vestigt. Demeulemeester bevestigt dat. Momenteel lijkt het erop dat België nog te koude winters heeft, maar ‘bij zachte winters kan de Aziatische tijgermug ook hier perfect overleven.’ De problemen zullen beginnen als de muggen met duizenden à tienduizenden tegelijk aankomen. “De kans dat de populatie overleeft, wordt dan groter. Zeker over een aantal jaar, als onze winters naar verwachting nog zachter zullen zijn als gevolg van de klimaatverandering, zal dit zeer realistisch zijn.”

Relatief ongevaarlijk
Toch is grote angst overdreven. West-Nijlziekte of gele koorts klinken erg onaantrekkelijk, zeker als je weet dat er geen vaccinaties tegen bestaan, maar toch zijn de virussen die de tijgermuggen ronddragen voor veel mensen relatief ongevaarlijk. Een beetje zoals de griep: “Je bent er een paar dagen goed ziek van, maar enkel in het slechtste geval sterf je er ook aan. Zoals dat ook kan gebeuren wanneer vatbare mensen als bejaarden of kinderen de griep krijgen”, aldus Demeulemeester. “Je moet weten dat wie vandaag naar Thailand op reis gaat, daar dagelijks door de tijgermug wordt gestoken. En slechts weinigen worden er echt ziek van.”

We moeten er dus mee leven dat door het toegenomen verkeer giftige soorten onze streken succesvol binnendringen. Doemscenario’s zijn echter niet nodig. In andere landen, vaak met een minder goede gezondheidszorg dan bij ons, leeft de bevolking tenslotte ook samen met pakweg de snoerworm en tijgermug. Preventie en sensibilisatie is daarbij belangrijk. Net zoals we nu uitkijken naar teken na een lange blotebenenwandeling in het hoge gras, zullen we in de toekomst misschien leren wat extra muggenmelk te smeren. Sensibilisatie helpt trouwens ook de giftige exoten wat langer buiten te houden. Zo lieten medewerkers van de bloemenveiling van Rijnsbergen de gevaarlijke kamspin in de vrije natuur los, omdat ze niet wisten dat het om een giftig exemplaar ging. Het spinnetje werd nooit meer teruggevonden en loopt dus nog vrij rond. Tenzij een ander dier het opat, natuurlijk. Want u dacht toch niet dat onze inheemse natuur zich zomaar gewonnen gaf?