Bioscoopexploitant Jos Stelling: ‘Nederlandse filmjournalistiek niet van erg hoog niveau’

Eind vorige week werden de vijf genomineerden voor de Louis Hartlooper Prijs voor Beste Filmpublicatie bekendgemaakt. Voorheen maakten alleen namen uit de vaderlandse filmjournalistiek kans op een nominatie, dit jaar prijkt er geen enkele filmjournalist op de lijst. Een sneer naar de branche? HP/De Tijd sprak met initiatiefnemer Jos Stelling.

De Louis Hartlooper Prijs – vernoemd naar humoristisch acteur en bioscoop-explicateur – heette voorheen nog de Prijs voor de Filmjournalistiek. Hij werd in de voorgaande edities in wacht gesleept door Joyce Roodnat (NRC Handelsblad) in 2005, Dana Linssen (De Filmkrant) in 2009, Erik Koch (De Telegraaf) in 2011, Gawie Keyser (De Groene Amsterdammer) in 2012 en Bor Beekman (de Volkskrant) in 2013. Bovendien won Peter van Bueren, een van de nestors van de Nederlandse filmjournalistiek en jarenlang het filmboegbeeld van de Volkskrant, vorig jaar nog een oeuvreprijs. En ook regisseur Paul Verhoeven won eens, samen met Rob van Scheers, voor het boek Volgens Verhoeven.

Dit jaar gooide Jos Stelling – oprichter van de prijs, filmregisseur en eigenaar van de bioscoop Louis Hartlooper Complex en theater Springhaver in Utrecht – het roer om. Hij doopte de prijs om tot Beste Filmpublicatie en maakte de prijs toegankelijk voor buitenstaanders.

Jos Stelling
Jos Stelling (foto: ANP)

Was het reservoir aan goede filmjournalisten uitgeput?
“Nee, dat is het niet. We wilden, omdat de prijs voor de elfde keer wordt uitgereikt, de scope wat breder trekken. Maar verder speelt zeker mee dat de filmjournalistiek – op een paar namen na – in Nederland niet van een erg hoog niveau is. Het gaat vaak alleen om meningen verkondigen. Helemaal op internet. En meningen verkondigen is geen journalistiek. In Rusland heb je een universitaire graad nodig als filmjournalist, hier noemt iedereen zich zo. Iedereen schrijft maar wat. Er is ook geen corrigerende houding naar elkaar. Ze kunnen weinig kritiek hebben en voelen zich veel te snel aangevallen. Wat recensenten doen, is geen echte journalistiek.”

Geen recensentenprijs dus. Wordt het nu een boekenprijs?
“We willen onze nek uitsteken voor goede filmpublicaties. Maar het is zeker geen boekenprijs. Dat het dit jaar zo is, is toeval. Het kan volgend jaar weer anders zijn. En filmjournalistiek blijven we belangrijk vinden.”

Hier, in alfabetische volgorde, de vijf genomineerde boektitels. De winnaar wordt bekend gemaakt op donderdag 24 september in het Louis Hartlooper Complex, tijdens een bijeenkomst van – hoe ironisch – de Kring van Nederlandse Filmjournalisten.

1. Jean Desmets Droomfabriek – De avontuurlijke jaren van de film (1907-1916) – redactie en samenstelling: Marente Bloemheuvel, Jaap Guldemond en Mark-Paul Meyer
Met het archief van filmondernemer Jean Desmet (1875-1956) beschikt EYE Filmmuseum over een collectie die op de UNESCO Werelderfgoedlijst staat, met negenhonderd films uit de begintijd van de cinema, maar ook affiches, foto’s en documenten. In de winter van 2014/2015 was in EYE een tentoonstelling over deze collectie te zien. Daar kwam deze publicatie uit voort, met artikelen over het leven en werk van Jean Desmet, de filmhistorische betekenis van de collectie en de artistieke kwaliteit van de films en de affiches.

2. Circus Bloteman – biografie van Wim Verstappen, filmpionier uit de West, Ruud den Drijver
Filmregisseur, producent en journalist Ruud den Drijver schreef een monografie over het leven en werk van filmregisseur Wim Verstappen. De omvangrijke biografie is een voorbeeld van oral history, want er werden meer dan 60 personen geïnterviewd of geciteerd. Het resultaat is een bundeling van persoonlijke herinneringen en anekdotes, vanuit verschillende perspectieven. Wim Verstappen was een markant Nederlandse regisseur, producent, lobbyist, docent en essayist.

3. De Geheimen van de Cinema: over de structuur en betekenis van narratieve films – Chris Craps
De Vlaamse filmjournalist Chris Craps slaat twee vliegen in één klap in De Geheimen van de Cinema. Niet alleen verklaart hij de filmjournalistiek “morsdood” en bindt hij de strijd aan met de alom tegenwoordige oppervlakkigheid en willekeur, ook neemt hij de moderne, van nature gemakzuchtige kijker mee op een speurtocht langs de verschillende manieren waarop filmverhalen worden verteld. Een kolfje naar de hand van Jos Stelling?

4. CUT and PRINT’: de analoge jaren van Hollywood – Thomas Leeflang
Een persoonlijke terugblik op de Hollywood filmproductie, waarbij de focus ligt op de verscheidenheid aan genrefilms. In de Nederlandse bioscopen was ooit een gevarieerd aanbod te zien van melodrama’s, westerns, sciencefiction films, musicals, gangsterfilms, animatie, horrorfilms en oorlogsfilms. De auteur wil het historisch besef van vergane glorie vergroten en mijmert over de filmcultuur in het verleden.

5. Een weergaloos leven in muziek en tekenfilm / De kunst van Børge Ring – Børge Ring
De Deense Nederlander Børge Ring (1921) kijkt terug op zijn leven als muzikant in populaire jazzorkesten, maar bovenal als striptekenaar en maker van animatiefilms. Hij werkte voor grootheden als Walt Disney, Steven Spielberg, Pink Floyd en Marten Toonder. Met zijn eigen werk werd hij wereldberoemd, Zo won Anna & Bella in 1985 de Oscar voor de korte animatiefilm.