Ajax voetbalt om 10 miljoen euro. Waarom?

Ajax keert woensdagavond terug op historische grond. De Amsterdammers spelen in het Ernst Happel Stadion tegen het Oostenrijkse Rapid Wien, daar waar in 1995 AC Milan in de finale van de Champions League werd verslagen. Twee decennia later voeren de mannen van trainer Frank de Boer een heel andere strijd. Er staat maar liefst tien miljoen euro op het spel.

Het tweeluik tegen Rapid Wien mag dan slechts een duel om de voorronde van de Champions League zijn, het belang van kwalificatie voor de groepsfase van de Champions League is enorm. Hoe het zit? De startgelden voor de Champions League zijn sinds dit seizoen verhoogd: van 8,6 miljoen euro naar 12 miljoen euro. Dat is leuk voor de deelnemers, en Ajax zal zich daarom maar al te graag willen plaatsen. Daarvoor moeten twee tegenstanders worden verslagen. Te beginnen met Rapid Wien.

Mocht Ajax niet winnen van de Oostenrijkers, dan wacht de Europa League. En dat zou een debacle zijn voor de Ajacieden. De startgelden van het tweede toernooi van Europa zijn dan wel verhoogd van 1,3 miljoen euro naar 2,4 miljoen euro, maar het verschil tussen deelname aan de Europa League of de Champions League bedraagt inmiddels een kleine tien miljoen euro. De tv-inkomsten en de recettes van de Champions League, die ook veel hoger zijn dan die van de Europa League, komen daar nog eens bovenop.

De enige kanttekening: deelnemers uit hetzelfde land delen de tv-gelden in de groepsfase. Het al geplaatste PSV ziet in dat geval de volledige tv-pot bestemd voor Nederland op de bankrekening gestort worden. Bovenop de 12 miljoen euro startgeld.

De Champions League mag dus gerust iets lucratiever genoemd worden dan de Europa League. Dat bleek ook afgelopen seizoen. Toen spekte Ajax de clubkas met 27,6 miljoen euro, bovenop een totale omzet van zo’n 105 miljoen euro. Het belang? Zonder deelname aan het zogenaamde miljoenenbal zal Ajax mogelijk geen winst maken.