La Loi du Marché: grimmig portret van de mens als economisch goed (****)

Heimelijk wachten we erop: die officiële verklaring die het einde van de economische crisis in Europa markeert. Onze economie groeide het eerste kwartaal van dit jaar weliswaar, maar beelden van wegblokkades in Frankrijk en België en de economische misère in Griekenland houden een somber beeld in stand. Een veelgehoorde oplossing in Den Haag en Brussel: de flexibilisering van de arbeidsmarkt. Een verandering die niet voor iedereen even prettig is. La Loi du Marché van regisseur Stéphane Brizé brengt dat op indringende wijze in beeld.

Thierry (gespeeld door de gevierde Franse acteur Vincent Lindon) is na jaren vaste dienst ontslagen. Sinds zijn aanstelling is de arbeidsmarkt veranderd. Niet alleen wordt hij, omdat hij ouder dan vijftig is, talloze reïntegratietrajecten ingeduwd, ook moet hij ineens een sollicitatiegesprek via Skype voeren – het raamwerk voor een onthutsende scène. Na wat gestuntel met de camera  krijgt het gesprek tussen Thierry en de recruiter een grimmig karakter. Thierry wordt vermanend toegesproken over zijn tekortkomingen en slechte cv. De recruiter blijft buiten beeld, de focus ligt op Thierry. De kijker ziet de woede en frustratie van zijn gezicht druipen. Naar de uitkomst van het gesprek kunt u zelf wel raden.

Vincent Lindon in La Loi du Marché
Vincent Lindon in La Loi du Marché

En dat is slechts het begin voor Thierry, een arbeidskracht uit een verloren tijd. In een vernederende sollicitatietraining wordt hij negatief bejegend (‘Waarom zou iemand überhaupt met je willen praten?’), in een ander gesprek wordt hem voorgehouden dat hij best zijn appartement kan verkopen. Een spaarcentje voor de oude dag, best handig toch? “Misschien bent u straks wel dood.” Marktdenken pur sang.

Stéphane Brisé was tot nu toe een vrij onbekende regisseur, maar met La Loi du Marché – eerder dit jaar lovend ontvangen op het Filmfestival in Cannes – staat hij nu internationaal op de kaart. En daarvoor mag hij hoofdrolspeler Vincent Lindon bedanken. Lindon kreeg voor zijn fenomenale acteerprestatie terecht de prijs voor Beste acteur in Cannes. Zelden weet een acteur de emoties van zijn personage zo goed te onderdrukken op het scherm. In de meeste scènes blijven de tegenspelers van Lindon buiten beeld, zodat de camera iedere spiervertrekking op zijn gezicht kan registreren. Het zijn kleine zenuwtrekjes die verraden dat er in het hoofd van Thierry een woeste, emotionele draaikolk raast.

Je moet als kijker van steen zijn om niet mee te leven met Thierry, al legt regisseur Brisé het er niet dik bovenop. De scènes spreken voor zich. Brisé doet niet aan effectbejag door aangezette muziek of pamflettistische dialogen, en ook het gegeven dat Thierry een gehandicapte zoon heeft, wordt niet uitgebuit. La Loi du Marché is dan ook geen drammerige film geworden. Integendeel, het beeld van een keiharde maatschappij komt door deze subtiliteit alleen maar beter uit de verf.

Een goed voorbeeld hiervan is een prachtige scène waarin Thierry zijn stacaravan moet verkopen. Het echtpaar dat geïnteresseerd is, ontkent een eerder, hoger bod te hebben uitgebracht. Thierry moet kiezen: minder geld of het afblazen van de deal. Het laat op geraffineerde wijze zien hoe het economische systeem ons op sociaal gebied beïnvloedt. 

La Loi du Marché valt grofweg in twee delen uit elkaar. Na de sollicitatie-ellende in het eerste deel, zien we Thierry zich halverwege de film in een uniform hijsen. Hij heeft een baantje als bewaker in een supermarkt kunnen bemachtigen. Maar dan laat Brisé een andere kant van de medaille zien; de permanente onzekerheid of je morgen je baan nog wel hebt. Thierry moet elk foutje van winkelmedewerkers dat hij via bewakingscamera’s ziet doorgeven aan zijn chef. Zo staat hij sterker bij de eerstvolgende ontslagronde. Dit dilemma – hoe ver ga je om je eigen positie te behouden? – is overheersend.

Iedereen doet mee met het marktdenken, zo luidt de cynische en grimmige conclusie van La Loi du Marché. En het houdt ons in de greep, zowel op een sollicitatiecursus als op de werkvloer. Toch heeft Stéphane Brisé geen loodzwaar drama afgeleverd. Er is ook ruimte voor lucht en plezier. Zelfs de harde gesprekken werken soms op de lachspieren door de absurditeit van bepaalde vragen en opmerkingen.

De boodschap van La Loi du Marché is helder: de mens is een economisch product waarmee geheel naar wens kan worden omgegaan. De vraag is dan ook hoe lang Thierry, en met hem vele anderen, het vermoeiende spel volhouden. Een relevantere film had Brisé niet kunnen maken.

film4