Ik geef het toe: ik kijk al drie dagen alleen naar Netflix

Donderdag werd bekend dat het Top Gear-trio Jeremy Clarkson, Richard Hammond en James May een contract heeft getekend met Amazon. Ze gaan programma’s maken voor de streamingservice Amazon Prime, een geduchte concurrent van Netflix. Het is een teken aan de wand: het kijkgedrag van miljarden mensen verandert drastisch. En onomkeerbaar.

Zoals de kop boven dit artikel al aangeeft gooi ik inmiddels ook al de handdoek in de ring van onze publieke en commerciële zenders. Ik bepaal zelf wel wat ik kijk en wanneer ik het kijk. Inmiddels betaalt mijn huishouden voor sport- en filmzenders én Netflix. Ik heb al een paar jaar een Amazon Kindle en zie alleen nog papieren boeken op mijn verjaardag (vrienden blijven ze geven), en ik verwacht dat Amazon Prime binnenkort ook doordringt tot onze huiskamer, al was het alleen maar omdat mijn zonen Top Gear, of de afgeleide daarvan, willen zien.

De vraag of ik dat erg moet vinden stel ik mezelf niet meer. Natuurlijk kan ik om 19.30 uur en vervolgens 20.00 uur naar een journaal kijken. Wat daar langs komt weet ik allang, ik ben toch – net als u – al de hele dag online. Vervolgens zou ik naar Nederlandstalige programma’s kunnen kijken. Over het algemeen genomen is het pulp, in elk geval niet geschikt voor een doelgroep waartoe ik mezelf reken, of slecht gemaakt als je het afzet tegen buitenlandse (drama)producties. En buitenlandse producties zie ik dan wel op Film1 of Netflix. Op een tijdstip dat ik kies. Sport bekijk ik via een betaalzender. Dan zouden aan het eind van de avond wellicht nog Nieuwsuur, Pauw, Jinek en dat soort uitwisselbare programma’s overblijven die het nieuws van die dag nog eens opwarmen met net zulke uitwisselbare deskundologen die geacht worden het nog enig statuur te geven.

Ik maak het voor mezelf nog erger: eigenlijk wil ik – als hij er is – dan nog wel eens ruimte maken van Humberto Tan. Dat schiet dezer dagen dus ook niet op.

Het is ook helemaal geen kwestie van geld, ooit betaalden we in ons land per toestel (daar waren opsporingsambtenaren bij betrokken) kijkgeld. Daar maakten we ons jaarlijks boos over, als het weer eens werd verhoogd, zodat het uiteindelijk niet meer separaat werd geheven maar opgenomen in het normale belastingsysteem. Alleen de openbare budgetten van de publieke omroepen, gesaldeerd met de STER-inkomsten, geven nu nog een indicatie van wat het ons kost. Ik blijk in de praktijk bereid veel meer te betalen, voor wat ik zelf kies.

Een paar honderd miljoen per jaar waar de Netflix-en en Amazons van deze wereld miljarden beschikbaar hebben.

Intussen proberen de NPO en commerciëlen ook wanhopig iets te doen met het streamen. Laat ze daar maar mee ophouden, het kost geld en zal nog jaren verklaard worden als: ‘in de investeringsfase naar een toekomst’. Een toekomst die nooit komt.

Het meest zorglijke is misschien wel mijn leeftijd. Als mijn generatie de overstap maakt, dan gaat het echt heel snel.