Het geheim van de Jamaicaanse sprinters

Het waren twee bijzondere namen op de deelnemerslijst van de NK atletiek, afgelopen weekeinde: de Jamaicaanse topsprinters Yohan Blake (25) en Warren Weir (25). Ze gebruikten het NK als aanloop om weer op topsnelheid te komen met oog op de Olympische Spelen van Rio, volgend jaar. Waar Jamaicaanse sprinters ook komen: er wordt verwacht dat ze gaan winnen. Wat maakt ze zo bijzonder?

Hoe Blake en Weir naar Amsterdam zijn gehaald? Dat is niet een heel ingewikkeld verhaal, zegt Ad Roskam, technisch directeur van de Atletiekunie. “Veel internationale topatleten zijn op dit moment in Europa voor World Leaguewedstrijden. Blake en Weir hebben een sukkelperiode achter de rug met wat blessures en zijn niet op het niveau van drie jaar geleden en komen daarom niet op alle wedstrijden binnen. Dan zoeken ze wedstrijden om weer op niveau te komen.” De twee atleten namen via hun management het initiatief naar Amsterdam te komen. Ze kregen toestemming van de NK-organisatie. Het NK is volgens Roskam voor de Jamaicanen een goed meetmoment, omdat ze met de Nederlandse topsprinter Churandy Martina een ideale sparringpartner hebben.

Jamaicaanse sprintkanonnen
Blake en Weir maken samen met iconen als Usain Bolt en Shelly-Ann Fraser-Pryce deel uit van een lichting Jamaicaanse sprintkanonnen die de sprintafstanden domineren bij de mannen en vrouwen. Blake pakte achter Bolt zilver tijdens de Spelen van Londen in 2012 op de 100 meter en 200 meter. Op de 100 meter is zijn persoonlijk record 9,69 seconden, elf honderdste van een seconde achter het wereldrecord van Bolt. Weir pakte het brons op de 200 meter tijdens de Spelen van Londen en in 2013 werd hij onder meer met Bolt wereldkampioen op de 4×100 meter estafette.

Weir, Bolt en Blake (vlnr) als brons, goud en zilver op de 200 meter tijdens de Spelen van Londen in 2012.
Weir, Bolt en Blake (vlnr) als brons, goud en zilver op de 200 meter tijdens de Spelen van Londen in 2012.

Snelheid. Het zit bij de Jamaicanen in het DNA, want het zijn niet alleen de atleten die ermee geboren worden. Voetballers als Theo Walcott, Alex Oxlade-Chamberlain (beiden Arsenal), Daniel Sturridge (Liverpool) en de afgelopen maand nog voor 68 miljoen euro naar Manchester City getransfereerde Raheem Sterling: allemaal hebben ze Jamaicaanse wortels en allemaal staan ze bekend om hun snelheid.

Sprintgenen
Maar wat maakt Jamaicanen zo snel? Het is een vraag die wetenschappers al jaren stellen. Een groep Amerikaanse wetenschappers onderzocht Jamaicaanse topatleten op de aanwezigheid van een bepaalde variant van het ACE-gen – de D allele-variant. Deze variant wordt als nuttig gezien voor een explosieve sporter als een sprinter, omdat het de mogelijkheid vergroot op het hebben van een groot hart dat sneller zuurstofrijk bloed naar de spieren pompt dan de gemiddelde mens. De kans dat mensen beschikken over dit gen zou op Jamaica relatief hoog zijn zijn.

Blake tijdens een 100 meter in Luzern, eerder deze maand.
Blake tijdens een 100 meter in Luzern, eerder deze maand.

Daar komt bij dat Jamaicanen vaker over een bepaald proteïne zouden beschikken, aangemaakt door de 577RR-variant van het ACTN3-gen, waardoor spiervezels sneller en krachtiger kunnen samentrekken. Het zou de explosiviteit helpen.

Sommige onderzoeken tonen aan dat de variant van dit gen vaker voorkomt bij Jamaicanen dan bijvoorbeeld bij mensen uit West-Afrika, waar de varianten ook relatief vaak worden gezien in vergelijking met mensen uit Japan en Europa. Een verklaring voor de sprintgenen van de Jamaicanen zou de trans-Atlantische slavenhandel kunnen zijn tussen de zestiende en de achttiende eeuw. Volgens schattingen zijn ruim tien miljoen mensen voor de slavenhandel uit West-Afrika zijn gehaald. De laatste stop van de slavenschepen was Jamaica. Wie dit overleefde, was taai en moest dus wel sterke genen hebben.

Het klinkt mooi, al die verklaringen voor het sprintsucces van het eiland met nog geen drie miljoen inwoners. Het blijft alleen bij speculeren. Er zijn namelijk ook onderzoeken die de aanwezigheid van de ACE- en ACTN3-varianten in Jamaicaanse lichamen nuanceren, vergeleken met bijvoorbeeld Amerikaanse topsprinters. En er zijn ook weer onderzoeken die symmetrische knieën of de aanwezigheid van aluminium in de Jamaicaanse bodem (wat de variant op het ACTN3-gen zou stimuleren) als factoren aanwijzen voor het succes van de sprinters.

En dan is er nog altijd de zweem van doping. De dopingcontroles op het Caribische eiland zouden niet voldoen. Antidopingbureau WADA kondigde twee jaar geleden aan onderzoek te doen naar de dopingcontroles op Jamaica. In aanloop naar de Olympische Spelen van 2012 zou het Jamaicaans antidopingagentschap JADCO nauwelijks tests hebben uitgevoerd. De laatste jaren werden onder meer hoogspringer Damar Robinson en sprinters Asafa Powell en Sherone Simpson geschorst wegens dopinggebruik. Bolt ligt, tot ergernis van hemzelf, regelmatig onder vuur vanwege zijn overmacht. Het lijkt aan de beterende hand op Jamaica. WADA complimenteerde het eiland in februari van dit jaar nog en zag ‘een sterk verbeterd’ programma.

‘Net als schaatsen in Nederland’
Waar niet over gespeculeerd hoeft te worden, is dat ze sprinten op Jamaica simpelweg heel leuk vinden. “Het is een beetje net als met schaatsen en Nederlanders” , zegt Roskam. “Sprinten is er enorm. Ze doen het op alle scholen. Die scholencompetities zijn echt een feest en gigantisch groot.”

Blake doet zijn kenmerkende 'beast'-pose tijdens de Spelen van Londen in 2012.
Blake doet zijn kenmerkende ‘beast’-pose tijdens de Spelen van Londen in 2012.

En als veel mensen iets doen, is de kans groter dat de juiste toptalenten in de juiste sport op de juiste plek terechtkomen. Zo ook Yohan Blake. Als jongetje was hij gek op cricket, maar toen zijn coaches zagen hoe snel hij naar de wicket kon rennen werd hij geadviseerd te gaan sprinten. In de bloeiende sprintcultuur op Jamaica ontwikkelde hij zich snel.

Roofdieren
En afgelopen weekeinde was hij dus even in het Olympisch Stadion in Amsterdam. De organisatie van de NK betaalde overigens geen cent voor de komst van Blake en Weir. “Ze betaalden alles zelf, van de vliegreis tot het hotel en verblijf. Dat is ook geen probleem voor ze hoor”, benadrukt Roskam lachend. De technisch directeur vindt het vooral ‘mooi meegenomen’ dat twee Jamaicaanse sprinttoppers hun rondjes renden op de Amsterdamse sintelbaan. “Ze zijn er niet om publiek te trekken. We willen gewoon zoveel mogelijk tegenstand voor onze eigen atleten.”

Dat bleek vrijdagavond. Martina was zelfs sneller dan Blake. Hij klokte 10,08 en werd daarmee voor de vijfde keer op rij Nederlands kampioen. Blake werd tweede met 10,27.

De Jamaicanen zijn in de sprintwereld misschien uniek, maar op het hoogste niveau zijn Blake en Weir niet anders dan andere topsprinters, zegt Roskam. De snelste mannen van de wereld delen een aantal eigenschappen met elkaar. “Als je ze op de baan ziet, denk je: die wil ik niet tegenkomen op straat, met die geblokte lichamen en al dat testosteron. Als je ze vervolgens leert kennen, zijn ze heel rustig. Het zijn echte roofdieren. Als het erom gaat, zijn ze fel. Buiten de wedstrijden is het vooral slapen.”