Interview met Frank Heinen over dromen, ambities en het nieuwe voetbalcolumnseizoen

We kennen hem allemaal: hij schreef voor websites als hpdetijd.nl en grote, papieren tijdschriften als HP/De Tijd. Hij werd de held van Nederland toen hij vorige zomer drie weken lang columns met louter aantoonbare onjuistheden schreef en siert nu de muur van talloze tienermeisjeskamers. Je zou kunnen zeggen dat Frank Heinen allang geen columnist meer is, maar een icoon. Wij spraken hem aan het begin van het nieuwe voetbalcolumnseizoen in Utrecht, waar hij nog altijd woont, samen met zijn vriendin. Een gedenkwaardige middag, die doorloopt tot in de vroege uurtjes…
Als de afgesproken tijd voor het interview er al lang en breed op zit en we aanstalten maken om op de stopknop van onze voicerecorder te drukken, vraagt de columnist verbaasd: ‘Jullie gaan nu toch nog niet?’ Het is het startschot voor een tweede helft van een dan al inspirerend vraaggesprek, dat alle kanten opgaat en iedere keer weer verrast. Over bananen, Ajax, Messi, de bonuscultuur, servies van Janneke Brinkman, herfst, micro-organismen, bougainvilles in een pot, thuisbevallingen, Zomergasten (‘Kijk ik altijd’), eczeem, Lex Immers, Dostojevski (‘Nooit iets van gelezen’), de herkomst van het woord condoleren, ander fruit dan bananen, de verschillen tussen Bijenkorf en V&D, vakantieplannen, kerststukjes, eerlijke koffie (‘Willen jullie nog een bakje?’), Guido Weijers, potplanten in het algemeen, de fraudegevoeligheid van Iens.nl, films van Werner Herzog, Viggo Waas (‘Ja, die bedoel ik!’) en het wel of niet aanschaffen van een Cineville-pas (‘Het leukste cadeau in het donker’).

Inspirerende jaloezie
Frank Heinen, je houdt van hem.
Al jaren een vaste waarde in de Nederlandse voetbalcolumnistiek. Van alle beste stuurlui aan de wal is hij de meest intrigerende, de meest scherpe, de meest ironische en soms ook de meest ontroerende. En zijn vriendin? Geen typische voetbalcolumnistenvrouw, maar een vrouw van de wereld, met een eigen baan en een mening.

Frank, als dit interview wordt afgedrukt is het voetbalcolumnistenseizoen officieel afgetrapt met jouw column over de Johan Cruijff-schaal. Hoe ben je door de voorbereiding gekomen?
‘Heel leuk dat je dat vraagt. Het zal voor veel mensen misschien gek klinken, maar ik heb dus van geld verdienen mijn beroep gemaakt. Je zou dus een soort van kunnen zeggen dat ik columns schrijven leuk vind. Dan is vakantie natuurlijk best een ding, want dan kun je opeens niet meer doen wat je leuk vindt. Dat is lastig.’

Ben je er nog lekker tussenuit geweest? Even het hoofd leeg, de batterij opladen, even terugkijken misschien op al het moois dat het achterliggende voetbalcolumnistenseizoen je heeft gebracht?
‘Mooi geformuleerd, daar ben ik gevoelig voor. En leuk dat je het vraagt: we zijn naar Ibiza geweest.’

Heerlijk! Je bent nog behoorlijk bruin! Goed weer natuurlijk?
‘Jaaaa, heel lekker. Wat ik zo fijn vind aan Ibiza, is dat er een vibe hangt, iedereen doet maar wat daar. Heel inspirerend.’

Over inspiratie gesproken: wat inspireert jou?
‘Op dit moment dus Ibiza. Überhaupt eilanden. In der Beschränkung zeigt sich der Meister, dat gevoel leeft bij mij heel sterk. En het werk van Dostojevski.’

Wat inspireert je als je Dostojevski leest?
‘Nou ja: ik kijk vooral naar zijn boeken in de kast.’

Laten we onze vraag anders stellen: wat voel je als je naar Dostojevski kijkt?
‘Van alles, ik krijg daar echt zin van om zelf te scheppen.’

Korte vraag tussendoor: ben je ijdel?
‘Gezond ijdel, denk ik.’

En jaloezie?
‘Ik ben bekend met het concept. Het mooie aan jaloezie is dat het soms geen afgunst is. Dus dat ik bijvoorbeeld een columnist in een grote krant lees, ik noem maar wat, The New York Times, en dat ik dan denk: was ik dat maar, was ik maar die gast met die kolom waar de hele wereld naar kijkt. Het hoogste podium. Inspirerende jaloezie, noem ik dat. Mooi.’

Terug naar je vakantie. Hou je de ontwikkelingen in de voetbalcolumnistenwereld eigenlijk bij als je op vakantie bent?
‘Ik weet dat veel voetbalcolumnisten het zeggen, maar ik lees niks. Dat is geen cliché, dat is gewoon gelogen. Ik ben liever met mijn familie bezig. En mijn familie met mij, dat ook.’

Over jou gaan ook veel geruchten…
(lacht klaterend) ‘Dat zal best. Ik weet zelf het beste wat waar is en wat niet, toch? Op dit moment schrijf ik columns voor HP/De Tijd, maar praten kan altijd.’

Zou je hogerop willen? Kunnen? Moeten?
‘Iedereen heeft z’n dromen.’

Wat is jouw droom?
‘Een eenhoorn die de was doet.’

En verder?
‘Engeland is natuurlijk de top, daar kom je columnisten tegen waar je zelf weer beter van wordt. Daar moet je er iedere week staan, want voor jou tien andere stukjesschrijvers. Bij een beetje krant is iedere kolom dubbel bezet. Daar word je alleen maar beter van.’

Qatar?
‘Ik denk dat ik te jong ben om nu al de woestijn in te gaan, maar de Qatarese columnistiek zit natuurlijk enorm in de lift. Dus als er iemand komt, kan er altijd gepraat worden. Praten staat vrij. Bellen, appen. Mailen. Communicatie. Mooi.’

Is geld belangrijk voor je?
‘Geld is gewoon een ding, zeker. Geld inspireert en inspiratie is mijn levensader en mijn levensader is mijn kapitaal. Dus als je zo redeneert is geld mijn kapitaal, haha.’

Hoe belangrijk is in dat kader of je vriendin een overstap naar een ander medium ziet zitten?
‘Dat moet je aan mijn zaakwaarnemer vragen.’

(Franks vriendin schuift aan, we krijgen een vriendelijke handdruk en een verse kop koffie.) Eerlijke filterkoffie, heerlijk.
Vriendin, je hebt een eigen leven. Is dat belangrijk voor Frank?
‘Ik denk dat mijn eigen leven voor Frank minstens zo belangrijk is als geld.’

Wil jij hogerop?
‘Er kan altijd met Frank gepraat worden.’

Heb jij iets met voetbalcolumns?
(Frank en Vriendin schieten beide in de lach)

Gekke vraag?
Frank: ‘Ik heb haar in het uitgaansleven leren kennen: ze had geen idee wie ik was.’
Vriendin: ‘Hij moest het wel drie keer zeggen.’
Frank: ‘Toen wist ze het wel.’
Vriendin: ‘Maar ik had dus niks met voetbalcolumns. Inmiddels weet ik er natuurlijk iets meer van nu, want ik lees die van Frank altijd. Ze zijn erg goed.’
Frank (lachend): ‘Ze heeft er verstand van.’

Een echte liefhebber.
Wat vind je eigenlijk van de belachelijke bedragen die er tegenwoordig in de voetbalcolumnistiek omgaan? Wij zullen de naam Jan Mulder niet noemen, maar doen het toch.
Frank: ‘Ik denk dat dat vooral een kwestie van vraag en aanbod is. Wij vragen aandacht en we bieden columns over voetbal aan. Dat versterkt elkaar, een visuele cirkel.’
Vriendin: ‘Frank is een echte liefhebber, die gaat ook weleens gewoon op een doordeweekse avond een columpje zitten schrijven, gewoon, voor de lol, over wat jongetjes in de buurt.’

Jullie maken een ontzettend gelukkige indruk samen. Frank, je moet er toch niet aan denken om in Qatar te gaan wonen en daar drie jaar lang columns te schrijven over de ene zandbak tegen de andere?
‘Nee, alleen zou ik daar nooit heen gaan. Ik zou zoiets alleen doen als de vriendin mee moet.’

Hoe belangrijk is de vriendin voor een voetbalcolumnist?
Frank: ‘Je wordt natuurlijk geleefd, iedereen in huis wil iets van je; dat is de schaduwkant. Maar het is ook: stabiliteit. Rust. Warme prak.’
Vriendin: ‘We hebben natuurlijk allebei drukke werkzaamheden: Frank met z’n voetbalcolumns en ik weer met Frank. Als we dan samen zijn, hebben we rust en lezen we elkaar z’n columns voor.’
Frank: ‘Het gaat erom dat je privé en je relatie gescheiden houdt.’

Hier stopt onze opname. Het gesprek – over van alles, maar vooral over het leven zelf – ging nog lang door. Heel lang. Onze conclusie, als we in het holst van een zwoele zomernacht de A2 op rijden: we gaan een schitterend voetbalcolumnseizoen tegemoet.