Interview Bob Schrijber: “Ik was als vechter roekeloos, ondoordacht en dom”

Vannacht (Nederlandse tijd) vecht de Nederlander Stefan Struve in Rio de Janeiro een UFC-gevecht tegen de Braziliaan Antonio Rodrigo Nogueira. Zijn trainer Bob Schrijber uit Krommenie, zelf meervoudig wereldkampioen, zal hem daar bijstaan.

In een moderne sportschool in Krommenie die volhangt met bokszakken loopt een kale man lachend rond. Hij geeft aanwijzingen aan mensen die zich op zijn commando in het zweet werken. “We proberen hier van een mus een spreeuw te maken”, zegt Bob Schrijber (50) even later. “Een eigen sportschool en mensen wat bijbrengen, dat is het leukste wat er is.”

Vechten als tweede natuur
Hij was zelf eerder een adelaar als sportman. Vechten is Schrijbers tweede natuur. Hij werd wereldkampioen in eigenlijk alle harde vechtsportdisciplines (“Het liefst in een kooi met zo min mogelijk regels”) en levert als trainer al jaren kampioenen af. Naast het trainen van vechters geeft hij op FOX commentaar bij UFC-gevechten en timmert hij aan de weg als acteur in onder meer Nachtrit, Penoza, Goede Tijden, Slechte Tijden en de nieuwe serie Vechtershart.

Schrijber werd geboren in Alkmaar, maar groeide op in Castricum als zoon van een vertegenwoordiger en een pedicure. “Eigenlijk een heel doorsnee gezin, behalve dat mijn vader een enorm onaangename kerel was. Hij was weinig thuis, maar als hij er was sloeg hij mij en mijn broer geregeld in elkaar. Geweld werd ons met de paplepel ingegoten.”

Schrijber tijdens een wedstrijd tegen de Braziliaanse Hugo Duarte
Schrijber tijdens een wedstrijd tegen de Braziliaanse Hugo Duarte

Toen hij tien jaar oud was gingen zijn ouders scheiden en ontspoorde Schrijber naar eigen zeggen volledig. Hij werd door de kinderrechter aan zijn moeder toegekend, zijn twee jaar oudere broer Fred ging bij vader wonen. “Maar mijn broer en ik zochten elkaar zo vaak als het kon op en we waren enorme punkers. Daarom begonnen we een eigen band: het in die tijd behoorlijk populaire Jesus and the Gospelfuckers. Nadat we een optreden hadden in Amsterdam zijn we daar blijven hangen en in een kraakpand gaan wonen: Huize Chaos op de Sarphatistraat. We gingen vervolgens van kraakpand naar kraakpand. Jatten, knokken, roven, zo zorgden we voor onszelf. We waren nog te jong voor werk of een uitkering. Wel gebruikten we heel veel drugs en door onze gewelddadige reputatie, die volledige klopte overigens, kregen we steeds minder optredens. Mijn broer en ik werden weleens opgepakt en bij onze ouders afgeleverd, maar dan gingen we gewoon weer naar Amsterdam.

Tot inkeer gekomen
Vooral het drugsgebruik van Schrijber (“echt alles wat voorhanden was”) liep de spuigaten uit. Hij werd om die reden niet alleen uit de band gezet, door een geweldsdelict belandde hij op zijn vijftiende ook voor enige tijd in de jeugdgevangenis. “Daar kwam ik tot inkeer en raakte ik van de drugs af. Nadat mijn straf erop zat, ging ik weer bij mijn moeder wonen en kreeg ik via mijn vader een baan bij een kopergieterij in Haarlem. Verdiende ik 150 gulden per week.”

Omdat hij nog geen rijbewijs had, maar door zijn werk wel een treinabonnement naar Haarlem, ging hij bij Kenamju, de sportschool van Cor van der Geest, op judo en karate. “Daar kon ik legaal vechten, zonder te worden opgepakt. Dat was gaaf. Ik stopte mijn hele ziel en zaligheid in de vechtsport. Tot er op de sportschool kickbokslessen werden geïntroduceerd: ik was gelijk verkocht. Dat was het echte beuken.”

Na een lerarenopleiding bij Mejiro Gym in Amsterdam ging hij daar rond zijn achttiende zelf ook trainen, met de absolute top. Met in zijn achterhoofd: ik wil heel goed worden. En met zijn natuurlijke agressie en doorzettingsvermogen lukte dat ook. “Ik stelde mezelf doelen: eerst wilde ik op een aankondigingsposter komen van een evenement waar ik moest vechten. Daarna dacht ik: Nederlands kampioen worden, dat lijkt me gaaf. En zo verlegde ik dat steeds. Tot ik in Ahoy en de Amsterdam Arena stond als wereldkampioen, of ergens in Japan en Rusland, in de hoofdpartij en de mensen voor mij kwamen.”

De opkomst van Schrijber.
De opkomst van Schrijber.

Schrijber de publiekslieveling
Doordat hij altijd voor spektakel zorgde in de ring, ook al bij zijn opkomst, werd Schrijber de lieveling van het publiek. Hoe dat kwam?

“Ik heb daar heel lang over nagedacht, en misschien klinkt dit arrogant, maar er is na mij nooit meer een vechter geweest zoals ik. Ik gaf nooit op en had een enorm vechtershart en een groot incasseringsvermogen. Daarnaast ben ik nooit een tegenstander uit de weg gegaan. En ik had een bloederige stijl die aansprak, denk ik. Als je me nu vraagt wat voor vechter ik toen was zeg ik: roekeloos, ondoordacht en dom. Als ik wedstrijden terugkijk denk ik: wat een debiel. Tegen Moti Horenstein brak ik mijn jukbeen, mijn hand en wat ribben. En toch won ik die partij. Tijdens mijn laatste wedstrijd verbrijzelde ik mijn duim, scheurde mijn hamstring en brak mijn kuit. Maar ik vocht wel door. Heel onverantwoordelijk, maar dat is wel wat de mensen willen zien.”

“Ik heb het zelf nooit als karakter of vechtershart gezien, zag het gewoon als een vechtpartij. Ik ben vroeger op straat in zo veel gevaarlijke situaties beland, net als tijdens mijn werk als portier, dat ik goed met angst kon omgaan tijdens wedstrijden. Want geloof me, iedereen heeft angst voor een gevecht, maar niet iedereen kan er goed mee omgaan.”

Imago
Dat Schrijber door zijn keiharde gevechten in de ring en in de kooi en door zijn rollen als acteur (“meestal bodyguard, crimineel of vechtersbaas”) een imago heeft dat niet altijd klopt met hoe hij echt is, is hij wel gewend. Zo mochten vriendjes van zijn dochter vroeger tussen de middag geen broodje eten ‘bij die kooivechters’.

Schrijber met zijn vrouw Irma Verhoeff na een overwinning van hen beiden.
Schrijber met zijn vrouw Irma Verhoeff na een overwinning van hen beiden.

En toen hij laatst in de kroeg stond met zijn vrouw Irma Verhoeff, ook een meervoudig wereldkampioen kickboks en mma, kwam er een meid naar hem toe. “Die wilde weten of ik de bodyguard van Berry was in Penoza. Dat bevestigde ik, waarop zij zei: ik vind jou niet oké, jij gooit zwangere vrouwen in het water. Dat ik dat in de serie deed als acteur ging er bij haar niet in. Pas als mensen mij leren kennen of horen dat mijn vrouw en ik vaak mensen in de problemen helpen, zeggen ze: wat ben je eigenlijk een vriendelijke kerel, dat had ik nooit gedacht. Maar ik vind het allemaal prima. Zo lang ik maar kan doen wat ik leuk vind.”