Waarom Natuurmonumenten blij moet zijn met de gigastal van superboer Kees Koolen

Of Kees Koolen nu zo begaan is met de natuur en het milieu? Mwah. Zijn deelname aan de Dakar Rally, de jaarlijkse dollemansrit door de Zuid-Amerikaanse woestijn, doet anders vermoeden. En toch is de pavlov-reactie van Natuurmonumenten op de plannen van deze investeerder en multimiljonair om in het Gelderse Wichmond een megastal – gigastal volgens Natuurmonumenten – te bouwen, misplaatst.

Boerenzoon Koolen, die in 2005 een fortuin verdiende met de verkoop van zijn aandelen Booking.com aan het Amerikaanse Priceline, heeft een vergunning gekregen voor de bouw van een stal met maximaal 1455 koeien. Regionaal dagblad De Stentor bracht dit nieuws afgelopen donderdag als eerste. Daags daarna sloeg Natuurmonumenten alarm. De stal komt op dertig meter afstand van het cultuurhistorisch waardevolle natuurlandschap Hackfort en vormt daarmee een regelrechte bedreiging van de natuur en cultuurhistorische waarden, aldus de organisatie. Natuurmonumenten wil graag met Koolen in gesprek en denkt na over te ondernemen vervolgstappen, vervolgt het persbericht.

Praten met Koolen, dat had Natuurmonumenten beter eerder kunnen doen. Daags na het bericht in De Stentor blijkt de stal aanzienlijk minder giga dan de belangenorganisatie graag wil doen geloven. Er komen geen 1455 koeien maar hooguit 400, nuanceert de adviseur van Koolen tegenover de Volkskrant. Meer koeien passen er eenvoudig niet in de 120 meter lange stal. En 400 is groot, maar zeker niet giga. Nederland telt al een kleine vijftig melkveebedrijven van die omvang.

Bovendien zorgt de stal niet voor extra belasting van het milieu. Koolen heeft ammoniakrechten overgenomen van twee naburige bedrijven. Per saldo heeft er dus geen extra uitstoot plaats.

Koolen heeft ambitieuze plannen. Hij wil in het Braziliaanse Jaborandi het grootste melkveebedrijf ter wereld laten verrijzen met op termijn een miljoen koeien. De aarde wordt volgens hem op termijn te klein om de groeiende wereldbevolking van voedsel te kunnen voorzien. Met de Braziliaanse gigastal wil hij een hier iets aan doen. In Wichmond moeten de koeien worden gefokt voor dit bedrijf. ‘De moederkoeien zullen in de Nederlandse proeftuin staan, de dochters in Jaborandi’, aldus Koolens adviseur.

Er is nog een misschien wel veel belangrijker argument waarom Natuurmonumenten de plank grotendeels misslaat. Koolen bouwt zijn gigastal in Brazilië en niet in Nederland. Toegegeven, hij zal wel moeten. Hij heeft voor het project 31.000 hectare grond gekocht. Zo’n lap ter grootte van Schouwen-Duiveland is in Nederland niet te krijgen en onbetaalbaar. En wat te denken van de 26 miljoen kuub mest die een miljoen koeien produceren op jaarbasis. Dat is genoeg om maar liefst twintig voetbalstadions mee te vullen. Die mest zou Koolen dan grotendeels weer moeten exporteren. Op de marginale landbouwgrond in het Amazonegebied komen die mineralen juist uitstekend van pas. De behoefte om regenwoud om te kappen om die grond te gebruiken voor illegale landbouw neemt daarmee af. Brazilië is bovendien ook nog eens de grootste leverancier ter wereld van niet-gemodificeerde sojabonen, de belangrijkste grondstof voor de productie van veevoer.

Als ik Kees Koolen was, wist ik het wel: aan de koffie met Natuurmonumenten. Zo snel mogelijk!