Hoe China een valutaoorlog begon

Het was een verrassende week op de beurzen. Beleggers die hoopten op een rustige zomer kwamen bedrogen uit. Ex-beurslieveling Imtech werd een pennystock, belandde op het strafbankje en ging failliet. Het Griekse parlement haalde een nachtje door en stemde uiteindelijk in met de voorwaarden van het derde steunpakket en de olieprijs koerste richting de 40 dollar. Maar China bezorgde de wereldwijde markten echter de grootste shock door de yuan te devalueren.

De People’s Bank of China gooide aan het begin van de week alle kaarten op tafel met een onverwachte afwaardering van de yuan. De Chinese munt, die is gekoppeld aan de Amerikaanse dollar, liet daarop de sterkste daling in meer dan twintig jaar zien. De devaluatie volgde op een sterke afname van de Chinese export en werd gezien als een signaal dat het veel slechter gaat met de centraal geleide economie van de Volksrepubliek dan gevreesd. De aandelen van bedrijven die veel producten verkopen aan de Chinezen doken daarop omlaag.

Het was niet de eerste keer dat China zijn munt devalueerde, maar de afwaardering was wel vijf keer groter dan eerdere valutastappen in de afgelopen tien jaar. De devaluatie toonde volgens experts aan dat de Grote Leiders ‘radeloos’ zijn geworden en alles uit de kast halen om de economie weer op de rit te krijgen.

Meer marktgedreven wisselkoers
Paniek en kritiek alom. Washington beschuldigde Peking van oneerlijke handelspraktijken door het voortrekken van de eigen exportbedrijven en China leek hard op weg om een nieuwe valutaoorlog te ontketenen met de devaluatie van zijn munt. De Chinese centrale bank benadrukte op de dag van de devaluatie nog wel dat het slechts een eenmalige afwaardering betrof, maar niemand die dat geloofde. Vooral niet doordat de yuan de dagen erna verder wegzakte.

China komt met het nieuwe wisselkoersmechanisme echter tegemoet aan de critici, die jarenlang hebben gehamerd op een meer marktgedreven wisselkoers van de yuan. De Volksrepubliek wil zelf ook dat de yuan erkend wordt als een internationale reservevaluta, zoals de dollar en de euro, vanwege de voordelen die deze status biedt. Peking moet dan wel zijn greep op de yuan loslaten en de waardering van de munt overlaten aan de markt.

Onder het nieuwe mechanisme beweegt de yuan nog verre van vrij, maar wordt de waarde wel iets meer dan voorheen bepaald door het principe van vraag en aanbod. Communistisch China lijkt daarmee ook op valutagebied een voorzichtige stap richting het marktkapitalisme te zetten. De timing van de valutastap is wel verdacht en ook de communicatie verdient geen schoonheidsprijs.

Verder waardedaling
De bestuurders van de People’s Bank of China, die zelden de pers te woord staan, haastten zich om het een en ander te verduidelijken. De centrale bankiers herhaalden geen grond te zien voor een verdere devaluatie van de yuan en beloofden bij marktverstoringen de waarde van de eigen munt te ondersteunen. Deze boodschap stelde beleggers enigszins gerust.

Of we de boodschap moeten geloven is nog maar de vraag. De macrocijfers van de Chinese planeconomie worden ook met een korreltje zout genomen. Wat de ware motieven achter de valutastap ook mogen zijn, de symbolische werking is groot en het besluit lijkt onder het mom van meer marktkapitalisme te zijn gericht op een verdere waardedaling van de yuan. Dat Chinese producten daardoor goedkoper worden dan buitenlandse producten is een leuke bijkomstigheid voor China. Maar ach, onze exportsector heeft ook geprofiteerd van de goedkopere euro.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Martijn Mom