Kindvrije horeca: en de tieners, stelletjes en bejaarden dan?

‘Ben jij het ook zo zat om in restaurants, koffiehuizen, café’s en hotels te worden geconfronteerd met gillende, stampende, krijsende, snottebellende kinderen en hun lakse ouders?’ Met deze woorden legde de actiegroep nokidsallowed deze week de vinger op de zere plek: een structureel probleem in ons kinderrijke land.

Een kindvrije horeca, wat zou dat mooi zijn. Dan is het meteen gedaan met die andere lastige kwestie: borstvoeding geven in het openbaar. Want waar geen kinderen zijn, hoeft ook niemand gezoogd te worden. En denk eens aan de immense bedragen die restaurants dan besparen op knakworsten, appelmoes en van die kleine houten parasolletjes (die overigens binnen no-time gesloopt worden door dat miniatuur-krapuul).

Alleen maar voordelen, nietwaar? Zij die nooit kind zijn geweest, zij die als volgroeid volwassenen met baardgroei en tanden uit de baarmoeder kwamen, kunnen dan in alle rust genieten van hun maaltijd. En als we dan toch bezig zijn: wie heeft er geen hekel aan vijftig- –of laten we voor het gemak zeggen – veertigplussers? Van die in alle talen met elkaar uitgesproken ‘stellen’ die niet meer weten hoe het vrijgezelle leven is, en uit macht der gewoonte maandelijks een paar uur kauwend op een schnitzel naar de muur achter hun in een grijs verleden getrouwde echtgeno(o)t(e) staren. Ook niet meer toelaten dat tuig.

En laten we het andere uiterste, de welbekende kopkluivende klefkezen en de uiterst ongemakkelijke eerste Tinderdates dan vooral niet overslaan, als we het toch over stelletjes hebben. Weigeren aan de deur! Ook en vooral omdat zij in de toekomst wel eens een kind bij elkaar zouden kunnen verwekken, en die kleine mormels zijn immers de bron van alle ellende. Het probleem bij de wortel aanpakken.

Maar de weigerlijst mag van mijn part nog wel langer, wie weet is nokidsallowed het hier ook mee eens. Alleenstaande bejaarden zijn ook uitermate deprimerend, met hun sherry’tjes en zoutarme soepjes. Pubers hebben sowieso niets in een zichzelf respecterende horecagelegenheid te zoeken, laat ze lekker naar een McDonald’s gaan. Het staat dus buiten kijf dat deze nog niet geheel volwassen individuen met overmatige talgproductie in de toekomst ook de deur gewezen wordt.

Het klinkt misschien een tikkeltje cru, maar het is puur ter bescherming van de verfijnde restaurantgast: de tussen twintig en veertig zijnde brave Hendrik of Hendrika. Hij of zij die zich nooit schuldig maakt aan luidruchtig gedrag (of welk gedrag dan ook) en de maaltijd rustig, binnen niet al te lange of te korte tijd nuttigt, daarna zwijgend met de armen over elkaar afwacht op de ober, betaalt en zonder enig bravoure weer vertrekt.

Gezellig, toch?