Hoe de Grote Renaissance Dam de armoede in Ethiopië moet bestrijden

Afrika’s grootste waterdam moet Ethiopie rijk maken. Na vier jaar is de bouw van de Grote Ethiopische Renaissance Dam halverwege. Egypte – het land is als de dood zonder Nijlwater te komen zitten – dreigde in 2013 nog met bombardementen. Het waterconflict is inmiddels van de baan. Maar gaat de dam Ethiopische burgers ook brengen wat ze hopen?

De Blauwe Nijl – de tak van de Nijl die in Ethiopië ontspringt in het Tanameer – heeft de Ethiopiërs lang niet altijd voorspoed gebracht. De rivier is ongeschikt voor irrigatiedoeleinden door oncontroleerbare overstromingen, en ongeschikt voor scheepvaart door enorme hoogteverschillen.

Alleen al daarom was het moeilijk om profijt te trekken van de Nijl. Daar lijkt echter verandering in te komen, nu Ethiopië begonnen is met de bouw van een enorme dam op de Blauwe Nijl. Het bouwwerk, een 1,8 kilometer lange dam met 16 turbines en een geschat vermogen van 6.000 megawatt, gaat naar schatting 5 miljard dollar kosten. De dam moet vooral dienen om groene stroom op te wekken, maar irrigatie voor de landbouw, visserij en toerisme behoren eveneens tot de mogelijkheden.

De Grand Ethiopian Renaissance Dam of GERD – voorheen ook bekend als Project X, daarna Millennium Dam – is vooral een prestigeproject van de regeringspartij. Het electorale belang van de GERD was groot, in aanloop naar de verkiezingen, eerder dit jaar, al won de partij van premier Haile Mariam Desalegn alle zetels.

De verkoop van de opgewekte stroom moet de armoede in Ethiopië bestrijden. Toch is niet iedereen blij met de komst van de dam. Zo bleef Egypte – bang droog te vallen door de Ethiopische plannen – lang vasthouden aan een door Groot-Brittannië eenzijdig opgesteld verdrag, dat voor Ethiopië helemaal geen rechten inzake het gebruik van Nijlwater voorzag. Het verdrag uit 1929 had tot doel de Britse belangen in Afrika te dienen en moest voorkomen dat Ethiopië -dat in tegenstelling tot Egypte en Soedan geen Britse kolonie was- ooit te veel macht over zijn buurlanden zou krijgen.

De Ethiopische regering betoogde op haar beurt dat het meeste Nijlwater binnen de landsgrenzen ontspringt, en dat Ethiopië als een soeverein land beschikt over de eigen wateren. Na een decennialange blokkade – het oorspronkelijke plan voor de dam stamt uit de jaren vijftig – trok Ethiopië zijn conclusies en begon in 2011 maar gewoon met de aanleg, zonder verdere afstemming met buurlanden Soedan en Egypte.

Toen het land onder premier Meles (1995-2012) ook nog eens bekendmaakte de loop van de Blauwe Nijl te veranderen, zodat de toekomstige dam beter tot zijn recht kan komen, was de maat voor Egypte vol en beloofde het land de bouw van de dam te verhinderen met bombardementen. Inmiddels zijn we vier jaar verder en lijkt Egypte zich met de ondertekening van een principeverklaring neer te leggen bij de komst van de GERD. Hierbij zal ook de nadrukkelijk in de verklaring opgenomen toezegging van Ethiopië dat Egypte niet zonder water zal komen te zitten een rol hebben gespeeld.

Ethiopië gaat de dam overigens geheel met eigen middelen financieren. Daarvoor verwacht het land wel heel wat van zijn bevolking. Ambtenaren worden ‘geïnspireerd’ om bij te dragen door een maandloon per jaar af te staan. Gebeurt dit niet, dan kunnen zij hun baan verliezen, of in ieder geval hun carrièrekansen schaden. Kleine ondernemers krijgen de ‘mogelijkheid’ staatsobligaties te kopen en grote bedrijven worden op dringende toon gevraagd op welke manier dan ook – maar liefst fors – bij te dragen. Er zijn ook burgers die de dam vrijwillig steunen, met het idee dat de met GERD opgewekte waterkracht zal voorzien in extra electriciteit, waardoor het niet meer nodig is dat delen van het land regelmatig zonder stroom zitten. Ook vanuit economische motieven is er steun: zo wordt er verwacht dat de dam buitenlandse valuta aan zal trekken. En weer ander roemt het bindende karakter van de dam, en is bereid bij te dragen aan het project dat de boeken in zal gaan als groots.

Tegenstanders stellen dat het nog maar zeer de vraag is of de financiën voor de bouw ooit zullen rondkomen. Bovendien wijzen ze erop dat de flora stroomopwaarts onvoldoende beschermd wordt, waardoor de dam dicht zal slibben door sediment. Dat zal het vermogen van de dam beperken.

Voorlopig ondervinden echter vooral de bewoners in de vallei hinder van de dam. Naar een raming uit 2012 van International Rivers zullen meer dan 20.000 mensen gedwongen moeten verhuizen voor de komst van de dam. Dit zijn vooral de Gumuz en de Berta, twee etnische groepen die weinig aanzien hebben in Ethiopië vanwege hun primitieve levensstijl. Zij zijn bijna volledig aangewezen op de Nijl en omliggende bossen, die ze onder meer benutten voor de jacht en het verzamelen van ander voedsel. Nu al zijn meer dan 500 gezinnen gedwongen uit de vallei verhuisd. Voor hun gewassen, land en vee hebben ze nooit enige compensatie ontvangen. Ook de grond waarop hun huidige hutten staan, is niet van hen, maar blijft eigendom van de staat. Aan de dam werken dan wel veel arbeiders uit de rest van het land en de stroom moet ten bate van heel Ethiopië zijn, maar de Gumuz en Berta zullen er de prijs voor moeten betalen.