Recensie: ‘Irrational Man’, de nieuwe quasi-filosofische Woody Allen (***)

Deze zomer is in Filminstituut EYE in Amsterdam een groot deel te zien van het gigantische oeuvre van regisseur Woody Allen, die op 1 december zijn tachtigste verjaardag viert. En aan dat repertoire is deze week een nieuwe titel toegevoegd: Irrational Man, de 45e film die Allen maakte. Kan het drama zich meten met klassiekers als Manhattan (1979), Zelig (1983) of Hannah and her Sisters (1986)? Of beter gezegd: is Irrational Man een herhaling van zetten of weet de oude meester ons toch nog te verrassen?

De laatste jaren lijkt Allen zich vooral bezig te houden met citymarketing. Steden als Parijs (Midnight in Paris) en Rome (To Rome with Love) en de Franse Rivièra (Magic in the Moonlight) lijken welhaast esthetisch verantwoorde reiscommercials door zijn lens. Gecombineerd met lege dialogen, een dun plot en flauwe humor zijn deze films zeker geen hoogvliegers in zijn filmografie. Slechts de donkere komedie Blue Jasmine (2013) springt eruit, vooral door de sterke acteerprestatie van Cate Blanchett als instabiele vrouw uit New York die haar zus opzoekt in San Francisco.

Joaquin Phoenix (links) en Parker Posey in Irrational Man
Joaquin Phoenix (links) en Parker Posey in Irrational Man

Het is duidelijk dat Woody Allen na wat lichtvoetige films met Irrational Man weer een serieuze weg wil inslaan. Centraal staat de filosofieleraar Abe Lucas (uitstekend vertolkt door Joaquin Phoenix) die als buitenstaander filosofieles gaat geven op een kleine universiteit in de provincie. Zijn reputatie als rokkenjager is in korte tijd op de hele campus bekend. Het duurt ook niet lang voordat hij een affaire krijgt met Jill Pollard (Emma Stone), een van zijn studentes. Daarnaast heeft hij verzetjes met collega-docente, de getrouwde professor Rita Richards (gespeeld door Parker Posey). Na een wilde nacht verzucht ze: “Christ, you were like a caveman“, een opmerking die zelfs voor een Woody Allen film flauw en gedateerd aanvoelt. Posey speelt haar rol bovendien plat, zonder nuance. Phoenix en Stone weten hun personages wél het nodige karakter te geven.

Abe’s bestaan lijkt niet meer ingrediënten te bevatten dan drank, seks en filosofische clichés – tot hij voor een moreel dilemma komt te staan: zal hij door iets slechts te doen de wereld tot een betere plek maken? Het kwade doen om het goede te bereiken – een bekend thema van Dostojevski’s klassieker Misdaad en Straf – heeft Allen eerder al gebruikt in Crimes en Misdemeanors (1989). Alleen kwam in die film de morele innerlijke strijd beter naar voren dan in Irrational Man. Allen dwaalt hier teveel af, met geforceerde subplotjes, oninteressante personages en een groot aantal scènes die losstaan van de kern van het verhaal.

Abe zegt: “Veel filosofie is verbaal masturberen”. Helaas heeft Allen dit motto van zijn personage ook ter harte genomen; een groot deel van Irrational Man bestaat voornamelijk uit oeverloze en gekunstelde dialogen van figuren die zichzelf maar al te graag horen praten. Hier en daar is wat suspense en humor te bespeuren. Allen berijdt wederom de welbekende paden: Irrational Man bestaat quasi-filosofische bespiegelingen, relaties met jonge vrouwen en een wat gekunsteld scenario.

Toch stijgt Irrational Man uit boven het Woody Allen-gemiddelde. Dat is voor een groot deel te danken aan de acteerprestatie van Joaquin Phoenix, en een sterk staaltje spanningsopbouw – gecombineerd met een prettige, jazzachtige soundtrack van het Ramsey Lewis Trio, een paar goede oneliners en een nogal grimmig einde. Uiteindelijk kun je niet anders dan concluderen dat de nieuwe Woody Allen vermakelijk is. En een reden om uit te kijken naar zijn 46e werk.

film3