Onveilige abortus bedreigt nog altijd de volksgezondheid

Onveilige abortus is een van de belangrijkste oorzaken van moedersterfte. Ten minste 8 procent, maar mogelijk 15 procent van de gevallen van moedersterfte is te wijten is aan de onveilige beëindiging van een zwangerschap. Desalniettemin is die praktijk nog steeds gangbaar in ontwikkelingslanden, waar naar schatting ieder jaar 22 miljoen vrouwen een gevaarlijke ingreep ondergaan.

Onder onveilige abortus verstaan we het door vrouwen zelf (laten) opwekken van een abortus, veelal onder slechte hygiënische omstandigheden, of het laten beëindigen van de zwangerschap door ongeschoolde artsen of medisch assistenten die niet beschikken over de juiste medische training. Vaak gaat deze ingreep gepaard met complicaties, zoals infecties, bloedingen, beschadiging van de baarmoeder en toxische effecten van middelen die gebruikt worden om abortus op te wekken.

Uit onderzoek van het Guttmacher Institute, gepubliceerd in vakblad voor gynaecologie BJOG, blijkt dat jaarlijks zeven miljoen vrouwen na zo’n onveilige abortus medische behandeling nodig hebben. Het Guttmacher Institute analyseerde hiervoor officiële statistieken en wetenschappelijke studies in 26 ontwikkelingslanden. Deze officiële cijfers laten echter niet de gehele omvang van het probleem zien. Zeker in ontwikkelingslanden hebben vrouwen niet altijd de mogelijkheid om naar een gezondheidsdienst te gaan, zelfs als ze wel behoefte hebben aan medische zorg. Het is aannemelijk dat het werkelijke aantal vrouwen dat na een onveilige beëindiging van de zwangerschap te maken krijgt met complicaties en zich aan adequate medische zorg zou moeten onderwerpen een stuk hoger ligt.

Hoe armer, hoe gevaarlijker
Van de zeven miljoen geregistreerde gevallen sterven er ieder jaar 22.000 als gevolg van de complicaties. Die komen bovenop de 800 dagelijkse moedersterfgevallen met een andere oorzaak, voortkomend uit zwangerschap en geboorte. Tegelijkertijd is het aantal gevallen van moedersterfte wereldwijd gestaag gedaald in de afgelopen 20 jaar, net als het aantal sterfgevallen als gevolg van onveilige zwangerschapsbeëindiging. Wereldwijd is moedersterfte met 45 procent gedaald sinds 1990, waarbij vooral in Noord-Afrika en Azië de situatie verbeterd is.

Nog al te vaak – en met name is Azië – lopen onveilige abortussen verkeerd af voor de moeder. Per duizend onveilige beëindigde zwangerschappen (bij vrouwen tussen 15 en 45 jaar) zijn 8,2 vermijdbare medische behandelingen nodig. Het is vooral slecht gesteld met Pakistan, waar 14,6 medische behandelingen per duizenden onveilige abortussen plaatsvinden. Brazilië valt in positief opzicht op, met slechts 2,4 behandelingen per duizend vrouwen. Over het algemeen geldt: hoe armer vrouwen zijn, hoe waarschijnlijker het is dat zij – wanneer zij ongewenst zwanger zijn – zelf een abortus zullen opwekken of naar iemand toegaan zonder medische opleiding.

Ongewenst zwanger
Het grote aantal vrouwen dat in de derde wereld behandeld moet worden voor complicaties als gevolg onveilige abortus duidt op de noodzaak de kwaliteit van medische zorg te verbeteren.
Volgens het Guttmacher Institute moet in ieder geval aandacht worden besteed aan adequate medische procedures die in noodsituaties worden toegepast, net als voorlichting over contraceptie en de toegang tot voorbehoedsmiddelen, als een verplicht onderdeel van post-abortus zorg, om toekomstige ongewenste zwangerschappen te voorkomen .

Daarnaast is betere toegang tot veilige abortusklinieken natuurlijk bittere noodzaak. Het Guttmacher Institute stelt ook dat het verminderen van onveilige beëindigingen van de zwangerschap niet alleen de gezondheid van vrouwen ten goede komt, maar ook het welzijn van hun gezin. Het zou ook economische voordelen opleveren doordat de productiviteit van vrouwen gewaarborgd blijft en zorgkosten dalen door verminderde noodzaak en behoefte aan post-abortus gerelateerde zorg.