Pgb-penarie: de overheid leerde wel, maar Van Rijn deed niks met kennis en advies

Staatssecretaris Martin van Rijn leek op weg de Grote Onbekende Naoorlogse Vernieuwer te worden. Een dealmaker die zo gesteld was op opereren in de luwte als Bram Moszkowicz op aandacht en werd geroemd om de manier waarop hij – achter de schermen dus – zorghervorming na zorghervorming wist te realiseren – mét steun vanuit de beroepsgroep en minimaal vijf partijen.

Tot de pgb-penarie roet in het eten gooide. Van Rijn moest al zes keer op het matje komen in de Tweede Kamer en kreeg twee moties van wantrouwen te verduren die werden gesteund door SP, CDA, PVV, GroenLinks, PvdD, 50Plus en Bontes/Van Klaveren. Na het vernietigende rapport van de ombudsman gisteren is het politieke wantrouwen alleen groter geworden. Nationale ombudsman Reinier van Zutphen stelt in zijn schrijven dat de overheid niet heeft geleerd van fouten bij eerdere grote reorganisaties en dat er voldoende oog is voor het belang van de burger.

Dat is de wijsheid achteraf, makkelijk om nu onder de neus van de staatssecretaris te wrijven. Net als voor heel Rutte II had Van Rijn haast – voor je het weet is je kabinet gevallen of is zelfs je vijfpartijencoalitie onvoldoende voor een meerderheid in de Staten-Generaal. In NRC Handelsblad wijst hoogleraar regionaal bestuur Marcel Boogers er vandaag op dat het debacle ook de Eerste Kamer mag worden aangerekend. Die moet volgens hem wetgeving ook toetsen op haalbaarheid, en heeft dat werk niet naar behoren gedaan. Dat lijkt mij echter meer bij de taken van de Raad van State horen, het adviesorgaan van de regering dat de kwaliteit en uitvoerbaarheid van wetten.

Wie dat advies van de Raad van State (RvS) van 11 november 2013 (!) nog eens bekijkt leest dat Van Rijn ook vooraf al precies dezelfde waarschuwing kreeg die de ombudsman gisteren zo ‘vernietigend’ samenvatte. Ruim een jaar voor de invoering concludeerde de RvS:

‘Beoogd wordt het voorstel per 1 januari 2015 in te voeren. (-) Gelet op eerdere ervaringen met decentralisaties, op de omvang van deze decentralisatie-operatie, op de noodzaak nieuwe deskundigheid (-) op te bouwen en op het feit dat deze decentralisaties ook een inhoudelijke omslag in denken en doen impliceren, is het de vraag of dit realistisch is.’

Overigens adviseerden ook het Sociaal Cultureel Planbureau de OESO voor uitstel. De RvS heeft dus wel degelijk geleerd van in het verleden gemaakte fouten, maar Van Rijn koos er simpelweg voor de adviezen van het belangrijkste adviesorgaan van de regering in de wind te slaan en zijn eigen plan te trekken – met alle gevolgen van dien.