Recensie: ‘Victoria’, de zeldzame one-takefilm uit Duitsland (*****)

De one-takefilm, zo staat het Duitse Victoria bekend sinds de wereldpremière op het filmfestival in Berlijn, begin dit jaar. En dat is begrijpelijk. De film bestaat namelijk uit één onafgebroken opname van 140 minuten. Maar het zou onterecht zijn om het meesterwerk alleen op de techniek op af te rekenen. Victoria is zeer meeslepend en ontzettend spannend.

De film begint met schimmen en pulserende dancemuziek. Langzaam zie we hoofdpersoon Victoria (een aandoenlijke Laia Costa) opdoemen in een bunkerachtige club. Ze danst een gat in de nacht.

Als ze rond vier uur ’s ochtends naar buiten loopt – ze is alleen – en haar fiets pakt, wordt ze aangesproken door wat jongens die baldadig om haar heen blijven hangen. Ze dollen wat met haar fiets, en weten haar over te halen om nog ergens iets te gaan drinken. Nadat ze een fles drank jat uit een avondwinkel gaan ze met z’n vijven op het dak van een flatgebouw zitten. Al drinkend en rokend leert Victoria de jongens – Sonne, Boxer, Fuss en Blinker – beter kennen.

De wat jolige sfeer wordt al snel grimmig zodra blijkt dat Boxer (Franz Rogowski) net uit de gevangenis is gekomen en openstaande schulden heeft. Regisseur Sebastian Schipper neemt dan nog even wat gas terug met een intieme scène tussen Victoria en Sonne, om daarna gas te geven. Victoria wordt meegesleept in een nacht en ochtend die ze zich nog lang zal heugen. Onderdeel van die nacht is een van de meest bloedstollende achtervolgingsscènes van de afgelopen jaren.

De kijker wordt meegenomen langs 22 plekken in nachtelijk Berlijn, voornamelijk in de buitenlucht. Er zijn in het verleden al talloze pogingen gedaan om de illusie te wekken van één take, al werd er meestal toch in geknipt. Hitchcock had met Rope (1948) te maken met de beperking van een filmrol, maar wist toch de indruk te wekken dat de film lange opnames bevatte door in te zoomen op een muur of gordijn, en daar te knippen.

Veel recenter nog struinde Michael Keaton in Birdman door een theater: een ellenlang shot dat in werkelijkheid bestaat uit meerdere takes. Een film als Russian Ark (2012) – wat zich afspeelt op een bal in het Winterpaleis in het vroegere St. Petersburg – werd wel in een vloeiende beweging opgenomen, maar meer voorbeelden blijven uit.

Regisseur Schipper weet de one-taketechniek zo te integreren, dat je het als argeloze kijker al snel niet meer opmerkt. Het is alsof je met Victoria meeloopt door de uitgestorven straten van Berlijn. Het is knap dat van een script van slechts twaalf pagina’s zo’n tour de force is gemaakt. Hulde dus voor het camerawerk van Sturla Brandth Grøvlen, die een Zilveren Beer in Berlijn won. Maar ook hulde voor de cast, die een groot deel van de film al improviserend bij elkaar heeft geacteerd. En ook de muziek van de Berlijnse muzikant Nils Frahm mag verdient een vermelding. De score, melancholisch, dan weer en hard en energiek, weet het tempo van het verhaal goed bij te houden, of eigenlijk: te versterken.

Niettemin ontbreekt er op sommige momenten wat dramatische diepgang; niet altijd wordt goed duidelijk waarom de personages doen wat ze doen. Maar door de uitstekende afwisseling van rust en adrenaline, naturel acteerwerk en natuurlijk dat verdomd strakke shot van Brandth Grøvlen, laat Victoria zien hoe overweldigend het medium film kan zijn.

film5