Ik ben niet racistisch, maar

‘Het feit dat een traditie diepgeworteld is, kan discriminatie en het gebruik van stereotypen niet rechtvaardigen.’

Het vijfjaarlijkse rapport van het VN-comité voor de uitbuiting van rassendiscriminatie neemt een duidelijk standpunt in over Zwarte Piet. Maar dit is slechts een van de punten die volgens het comité in onze samenleving moeten verbeteren.

Naast het feit dat met dit rapport de inmiddels jaarlijks terugkerende zwartepietendiscussie vervroegd is afgetrapt, zijn er ook andere speerpunten. Bottom lines: onze gelauwerde multiculti-samenleving is wel degelijk racistisch, de politie gebruikt etnische profilering en de positie van de gekleurde Nederlander is niet best. Overheid, burgers en politie moeten meer doen aan het voorkomen van dit soort praktijken.

Niet bepaald positief dus. En om nog maar wat knuppels in het hoenderhok te gooien: ook met die xenofobe en antisemitische leuzen bij voetbalwedstrijden moet het maar eens afgelopen zijn. Verder zegt het comité zich zorgen te maken over racistische uitspraken van ‘een aantal extremistische politici’, en in de media en met name op het internet slaat racisme de klok. De Nederlandse samenleving kent wel degelijk nog racisme, maar het wordt opvallend vaak onder het tapijt geschoven of gebagatelliseerd.

Ga voor uzelf na hoe vaak u op een ingekakt verjaardagsfeestje een familielid hoorde zeggen: ‘Ik ben niet racistisch, maar’. Na de ‘maar’ volgde waarschijnlijk een relaas waar Wilders en consorten een puntje aan kunnen zuigen, al dan niet bijgestaan door instemmend gemompel. Zijn dit excessen, of is dit sociale fenomeen typerend voor de Nederlandse volksaard?

We zijn allemaal niet racistisch, maar toch zien we de absurd hoge werkloosheid onder Marokkaanse jongeren vooral als een probleem van henzelf.
We zijn niet racistisch, maar bootvluchtelingen mogen best terug worden gestuurd naar hun land van herkomst.
We zijn niet racistisch, maar er is laatst weer een busje met Roemeens/Pools/Bulgaars kenteken gesignaleerd in de buurt. Oppassen geblazen, dus.

De reactie van onze premier op het VN-rapport is een schoolvoorbeeld van een andere typisch Nederlandse houding ten opzichte van etnische tegenstellingen: het probleem ontkennen of wegschuiven. Hij vindt de zwartepietendiscussie iets voor de samenleving, en niet voor de politiek. Een ietwat makkelijk excuus voor een lastig vraagstuk, en daarbij nogal een verkeerd signaal, gezien de jaarlijkse onrust die de discussie met zich meebrengt.

Helaas is een samenleving zonder vooroordelen een utopie, en profilering op basis van uiterlijk, sociale status, geslacht en andere uiterlijke kenmerken lijkt een symptoom van ons menselijk bewustzijn te zijn. Al is dat geen reden om racisme te ontkennen, dat heeft de VN ons nu hopelijk wel doen inzien.