Het onbewuste racisme in u blootgelegd

Racisme is in Nederland niet iets van gisteren, of eergisteren. Zwarte Piet is een stigmatiserend overblijfsel uit ons koloniale verleden, er wordt volop etnisch geprofileerd door politieagenten en discriminatie van mensen met Afrikaanse afkomst neemt toe. De autoriteiten bagatelliseren deze kwalijke zaak, en de politiek speelt de hete aardappel gemakshalve door naar het volk.

Na de publicatie van een kritisch VN-rapport, afgelopen vrijdag, vergt het een knap staaltje redeneren om te beweren dat ‘wij Nederlanders’ niet racistisch zijn. Toch bestaat de kans dat velen zich niet of nauwelijks aangesproken voelden door de beschuldiging – al is het omdat er in het rapport niet wordt gegeneraliseerd. Of omdat zij nooit verkleed gingen als Piet bijvoorbeeld, of niet werkzaam zijn bij de KLPD, of nog nooit een sollicitatiebrief van Mohammed hebben ontvangen. Dat zou te makkelijk zijn. De mensenrechtenexperts spreken in het rapport immers over een verschijnsel dat diep geworteld is in de Nederlandse volksaard. Een kwaad waar wij ons mogelijk niet eens bewust van zijn.

Vraag een willekeurige persoon of hij of zij zichzelf als racistisch beschouwt; de kans is klein dat er een ‘ja’ volgt. Racisme is een faux pas, en de Nederlander is tolerant. De vraag zal mogelijk als aanvallend of zelfs beledigend worden ervaren. De ondervraagde heeft het beste voor met zijn medemens, ongeacht huidskleur.

Tot zover het racisme waar wij ons bewust van zijn.

Psychologieleraar Ap Dijksterhuis van de Radboud Universiteit in Nijmegen zet in zijn bestseller Het slimme onbewuste bondig uiteen hoe onze bewuste mening zich verhoudt tot onze onbewuste mening. Kort samengevat: “Je kunt een behoorlijke positieve bewuste mening hebben over iemand, maar een negatieve onbewuste mening.”

Om die mening te achterhalen is een spontane, onmiddellijke reactie nodig op een confrontatie met de persoon in kwestie. Zoals de filosoof Arthur Schopenhauer het treffend formuleerde: “Als je wil weten wat iemand echt van je vindt, let dan op de indruk die een onverwachte brief van die persoon op je maakt op het moment dat deze op de deurmat valt.” Vervang de brief door een telefoontje of whatsappjes van een bekende, en u kunt zich waarschijnlijk wel in die uitspraak vinden.

Je zou voorzichtig kunnen stellen dat deze eerste indruk een grote rol speelt in het cruciale moment waarop een agent besluit of iemand verdacht is of niet, en de minuut waarin een HR-medewerkster bepaalt of zij Mohammed of Mark uitnodigt voor een sollicitatiegesprek. Sluimerend racisme, wellicht, dat zelfs de meest welwillende mens corrumpeert.

In 1998 ontwikkelde een viertal onderzoekers, onder wie Anthony Greenwald, de Impliciete Associatie Test (IAT). De test meet of de persoon in kwestie negatieve of positieve associaties heeft met allerhande zaken, waaronder ras en huidskleur. Hij krijgt een aantal woorden te zien met een positieve associatie (vreugde, liefde, vrede, et cetera) en negatieve associaties (pijn, erg, horror, et cetera) – aan hem de taak deze te categoriseren in een linker- en rechterkolom. Hetzelfde doet hij met afbeeldingen van personen met een donkere huidskleur en een blanke huidskleur. Snelheid is bepalend. Reactietijden worden gemeten in milliseconden.

Vervolgens moet de testpersoon positieve woorden én afbeeldingen van blanke gezichten categoriseren in de linkerkolom, en negatieve woorden én donkere gezichten in de rechterkolom.

Tot slot herhaalt hij die opdracht, alleen – nu brengt hij negatieve woorden en blanke gezichten onder in de linkerkolom, en positieve woorden en donkere gezichten in de rechter.

U voelt ‘m waarschijnlijk al aankomen: het kost het gemiddelde brein meer tijd en moeite om een woord als ‘goed’ of ‘liefde’ te associëren met het gezicht van een donkere man of vrouw, dan met blanke. Met ‘het gemiddelde brein’ wordt hier verstaan: de respondenten op de website van Harvard, waar een voor-de-mensen-thuis-versie van de IAT kan worden gemaakt. Het exacte profiel van de respondenten is niet bekend. Daarbij moet worden vermeld dat de mensen die volgens de test een onbewust (voor)oordeel hebben, zich in de praktijk niet aan discriminatie schuldig hoeven te maken.

Over de oorzaak van dit onbewuste racisme valt veel te zeggen. Dijksterhuis schrijft het in zijn Het slimme onbewuste toe aan de media, waarin bepaalde etnische groepen louter in een negatieve context worden gepresenteerd.

De onbewuste racist in u legt u hier bloot.

De auteur van dit artikel is blank en beschouwt zichzelf niet als een racist. Uit zijn IAT bleek – tot zijn ontsteltenis – dat hij een ‘sterke voorkeur voor blanke mensen in vergelijking met zwarte mensen’ heeft.