Het Fietsdepot is zo slecht nog niet

Vorige week circuleerde op het internet een briefje van een Amsterdamse geinponem aan de Algemene Fiets Afhandel Centrale (AFAC). De AFAC, tegenwoordig officieel Het Fietsdepot geheten, is een dienst in onze hoofdstad die fietsen die door de stadsdelen zijn weggeknipt of door de politie in beslag zijn genomen, verwerkt. In weerwil van wat vaak gedacht wordt, knipt AFAC zelf geen fietsen weg. Desalniettemin geniet Het Fietsdepot – mild uitgedrukt – weinig populariteit onder de Amsterdammers. De schrijver van het ludieke kattebelletje (zijn fiets is tweemaal weggeknipt) kon daarom op veel bijval rekenen.

Hij geeft Het Fietsdepot een koekje van eigen deeg door te beweren dat hij een bordje van AFAC heeft meegenomen om zo zijn fiets te kunnen parkeren. AFAC kan tegen een betaling van een joetje het bordje komen ophalen in IJmuiden. “Moertjes en boutjes worden niet vergoed”, aldus de schrijver, Bonne Postma.

Hoewel de brief natuurlijk een gebbetje is, is hij exemplarisch voor de houding van Amsterdammers tegenover Het Fietsdepot. De hoofdstedelingen voelen het als een groot onrecht wanneer hun tweewieler wordt weggeknipt. Uiteraard stond hun stalen ros helemaal niet onreglementair geparkeerd. Dat het vrij makkelijk is om je fiets zo te parkeren dat deze niet wordt weggeknipt horen de hoofdstedeling niet graag. Rommeligheid hoort bij een stad, maar dat wil er bij de fietsverwijderfacisten niet in.

En dan hebben ze ook nog het lef om de fiets helemaal af te voeren naar wat in de volksmond IJmuiden of zelfs Siberië heet. In werkelijkheid ligt het fietsdepot niet al te ver van een woonwijk in Geuzenveld, maar je kunt het Amsterdammers moeilijk kwalijk nemen. Hoewel minstens de helft van de hoofdstedelingen jaarlijks aan de Zuid-Europese kust te vinden is of backpackend de wereld overgaat krijgen zij koude rillingen zodra ze een andere Nederlandse plaatsnaam op een ANWB-bord zien. Dat er binnen de ring niet een paar hectare vrij is voor een fietsendepot heeft de Amsterdammer geen boodschap aan. Minstens zo onverteerlijk is het dat men moet betalen om de eigen fiets terug te kopen, terwijl de kapotgeknipte sloten niet vergoed worden.

Dat zo’n vergoeding voor de rekening van alle (Amsterdamse) belastingbetalers zou komen is irrelevant voor de fietsers. Overigens is het wegknippen van fietsen geen exclusieve Amsterdamse bezigheid. Zo werden er in 2013 maar liefst 126.958 fietsen weggeknipt. Hiervan werden er 73.745 in Amsterdam verwijderd. In Utrecht werden 25.063 fietsen weggeknipt, terwijl in Rotterdam slechts 11.462 fietsen zijn afgevoerd naar de rand van de stad.

Hoe dan ook: met name in Amsterdam hebben AFAC-medewerkers en gemeentelijke fietsenknippers dezelfde status als parkeerwachters en straatverkopers. Het zijn duivels in menselijke gedaante. Dat maakt mij een duivelaanbidder. Stiekem hou ik van de AFAC. Een stad mag van mij rafelrandjes hebben. Fietsen hoeven van mij niet kaarsrecht in de rekken, mooie graffiti kan ik waarderen, kroegen mogen best lawaaiig zijn en Amsterdam is mij allesbehalve te druk. Er zijn alleen belachelijk veel ongebruikte fietsen en fietswrakken in en naast de rekken. Als de gemeente hier de fietsen begint te beplakken met oranje waarschuwingsstickers maak ik een klein vreugdesprongetje. Dit betekent namelijk dat ik over enkele weken, als de niet-geclaimde fietsen worden weggehaald, weer gemakkelijk mijn fiets in de stalling kan zetten. Een zegen! Bovendien zorgt de tandem gemeente-AFAC er (onbewust?) voor dat ik voor nop mijn oude verroeste fiets kan laten meenemen tijdens de volgende verwijderingsactie. Als klap op de vuurpijl geeft Het Fietsdepot mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een kans om mee te draaien in de samenleving. Nogmaals. AFAC, ik hou van jullie! Graag was ik het ze persoonlijk komen vertellen. Maar ik ga natuurlijk niet dat takke-eind naar IJmuiden fietsen.