Debatteren over de Dikke Ik-mentaliteit: schoenmaker blijf bij je leest

Mark Rutte trok ten strijde tegen Dikke Ik, een versie van de Nederlander die het eigenbelang boven alles stelt. Vandaag moet hij op verzoek van de ChristenUnie om 13.45 uur op het matje komen in de Tweede Kamer om deze uitspraken toe te lichten, want de oppositie ruikt (wederom) bloed: om praatjes zit de premier nooit verlegen, maar handelt hij er ook naar?

De Dikke Ik was weer zo’n stuntje, net als ‘geen geld naar de Grieken’. Een belofte – in dit geval zo vaag dat ook niet te controleren is of hij zich eraan houdt – om het profiel wat aan te scherpen, want de VVD heeft toch het imago van ‘huisvriend van de Grote Graaiers’. Rutte deed zijn uitspraak eind mei, op het partijcongres van de VVD, wij mogen aannemen in zijn hoedanigheid als leider van de liberalen – het wat immers een clubfeestje van het clubje waar hij de politiek leider van is. Overigens: net zoals hij de Griekenland-uitspraak als VVD-campaigner deed bij een debat voorafgaand aan de verkiezingen.

Toch moet de premier nu voor de tweede keer in korte tijd de Tweede Kamer uitleg komen geven over zo’n partijpolitieke uitspraak, terwijl het parlement niet de VVD-leider, maar het kabinet controleert. En dat maakt het ongemakkelijk: de brief die premier Rutte alvast aan de Kamer zond is namens het voltallige kabinet geschreven, dus inclusief PvdA.

Als het kabinet niet handelt in lijn met uitspraken uit het regeerakkoord, of wanneer bewindslieden vanuit hun functie opmerkelijke uitspraken doen, kan dat aanleiding zijn hierover als Kamer een debat aan te vragen. Natuurlijk is het soms lastig dat een premier of minister ook lid is van een partij, maar zo ingewikkeld is het niet te bedenken dat partijleider Mark Rutte op een partijcongres als VVD’er spreekt en niet als premier namens de PvdA. Privé of partijpolitiek-gedrag maakt in principe geen deel uit van de parlementaire controle, tenzij het van dusdanige aard is dat het politieke functioneren betwijfeld kan worden. Hoe gratuit Dikke Ik ook mag zijn, hiervoor komt de uitspraak niet in aanmerking.

Het debat kan een leuk robbertje vechten worden, maar het is een gevecht voor de bühne waar de Dikke Ikken uit de Tweede Kamer die hun persoonlijke electorale gewin boven hun functie als kabinetscontroleur stellen.