Hoe Airbnb verwordt tot een pain in the ass van de Nederlandse hotelwereld

Nachtportiers die bij Airbnb-verhuurders aanbellen en hen, geïnspireerd door de taxioorlog rond Uber, pardoes op de bakkes slaan omdat zij hen het brood uit de mond stoten, zijn er voor zover bekend nog niet geweest. Hoteliers beperkte zich tot nette leuzen als ‘Stop de wildgroei!’, ‘Concurrentievervalsing!’ en ‘Voldoen zij wel aan de legionellavoorschriften?’, en meestal gebruiken ze de Koninklijke Horeca Nederland (KHN) als roeptoeter. Maar dat gaat mogelijk veranderen. Tenminste, als we het Economisch Bureau van ING mogen geloven.

Alleen al het afgelopen jaar hebben 72.500 Nederlanders hun huis via websites als Airbnb en Wimdu te huur aangeboden. Binnen drie tot vijf jaar zal dit aantal verdubbelen, leidt ING af uit eigen onderzoek. Die raming is volgens de bank nog aan de conservatieve kant. Afgaand op de uitkomsten van het onderzoek zou het aantal verhuurders zelfs kunnen stijgen tot boven de 400.000.

Daarmee zou het aanbod van particuliere accommodaties dat van hotels veruit overtreffen. Nederland telt momenteel 118.000 hotelkamers.

Een kanttekening is daarbij op zijn plaats. De bezettingsgraad van hotelkamers (70 procent) ligt ver boven die van woonruimten die particulieren verhuren (20 procent). Maar wanneer het aanbod de 400.000 daadwerkelijk overtreft, overnachten er jaarlijks meer toeristen en andere gasten bij particulieren dan in een hotel.

Geen wonder dat KHN aan de bel trekt. Volgens de belangenorganisatie is er sprake van concurrentievervalsing. Immers, in tegenstelling tot hotels betalen particulieren geen belasting over de verhuurinkomsten; geen toeristenbelasting, maar dikwijls ook geen inkomstenbelasting. Verder zijn ze vaak onvoldoende verzekerd en voldoen ze niet aan de benodigde veiligheidsvoorschriften, zoals de brandblusser, de nooduitgang en het vluchtplan.

Die klachten vinden deels gehoor. Particulieren die via Airbnb in Amsterdam woonruimte verhuren moeten daarover inmiddels toeristenbelasting betalen. Ook de Belastingdienst zint op maatregelen.

Maar dat het speelveld van hotels en particulieren ooit helemaal gelijk wordt getrokken, lijkt een illusie. Alleen al met het oog op de handhaving.

Bovendien: een substantiële categorie reizigers – ouderen, groepen, zakenmensen – blijft een hotelkamer verkiezen boven het ongewisse avontuur – kelderberging, veredelde bezemkast, couch surfing – van een Airbnb-adres.

De deeleconomie is een feit. Ook voor de nachtportier.