Boddé, Sandifort en Van Dongen over depressie: ‘Ik voelde me een naaktslak in ochtendjas’

Grappenmakers lijken bovengemiddeld te worden getroffen door depressies. Cabaretiers Mike Boddé, Lenette van Dongen en Martine Sandifort over hun zwaarmoedigheid. ‘Ik werd helemaal onpasselijk van die hinnikende muilen in het publiek.’

Onder de veel voorkomende ziektes staat de depressie op de tweede plaats, na hart- en vaatziekten. Toch is er nog veel schaamte over. Zijn jullie die voorbij?
Mike Boddé: “Ja, behoorlijk.”
Lenette van Dongen: “Volgens mij zijn wij alle drie wel van de schaamteloze mededelingen, toch?”
Martine Sandifort: “Nee hoor. Ik ben niet helemaal schaamteloos. Ik maak er geen geheim van dat ik depressief ben geweest, maar toch…”
Van Dongen: “Je zet het niet op Facebook?”
Sandifort: “Nee. Maar ik geloof wel dat het minder een taboe is. Dat het misschien zelfs een beetje hip is nu.”
Van Dongen: “Het is vooral de tussen-je-oren-maffia van eigen schuld, dikke bult, die ik lastig vind. Fysieke kwalen zijn minder schuldbeladen. Het is niet echt lekker voor je sociale leven als je de party pooper bent die zegt: ik kan even niet mee, ik red het niet wat jullie allemaal kunnen. Daar heb ik zeker last van gehad.”
Boddé: “Als je in een groot gezelschap zegt dat je depressief bent valt er nog altijd een zware stilte. Dat is echt een gênant momentje. Terwijl als je zegt dat je bloedarmoede hebt, is dat heel gewoon.”
Sandifort: “Ik slik sinds mijn depressie antidepressiva. En dan denk je eerder aan stoppen uit een gevoel van: ik moet het weer zelf kunnen. Dat zeg je niet bij cholesteroltabletjes. Dat is natuurlijk de kronkel. Dat komt ook doordat mensen heel snel het woord depressief gebruiken terwijl dat toch echt iets anders is dan de ziekte depressie.”

Het gehele driegesprek, door Nathalie Huigsloot, leest u hier op Blendle. U kunt hier het hele tijdschrift inzien, of hier een voordelig (proef)abonnement afsluiten.

Nathalie Huigsloot