Recensie: Schone Handen, zinderend kat-en-muisspel (****)

We zijn de afgelopen jaren om onze oren geslagen met matige tot slechte verfilmingen van goede Nederlandse thrillers. Rendez-vous van Antoinette Beumer (naar het boek van Esther Verhoef), De Reünie van Menno Meyes (naar het boek van Simone van der Vlugt), De Verbouwing van Will Koopman (naar het boek van Saskia Noort). Tegelijkertijd tonen tv-series als Penoza aan dat er in Nederland wel degelijk uitstekende thrillers kunnen worden gemaakt. Maar nu is daar de verfilming van Schone Handen van René Appel.

Wat Schone Handen onderscheidt van eerdergenoemde thrillers is het scenario, geschreven door Carl Joos (verantwoordelijk voor het eveneens sterke The Broken Circle Breakdown) en Tjebbo Penning – tevens de regisseur van de film. Naast dat de film komische dialogen bevat, voltrekt het verhaal zich in een hoog tempo. Bovendien zijn de schrijvers de kijker continue een stap voor.

Jeroen van Koningsbrugge in ‘Schone Handen’

Jeroen van Koningsbrugge speelt Eddie, een drugshandelaar met een vet Amsterdams accent. Zijn handel is kleinschalig, tot hij door overmoed verstrikt raakt in een groot crimineel web. En u raadt het al: er is geen weg meer terug.

Eddie dacht het voor elkaar te hebben: een mooie vrouw, twee kinderen en een groot huis – de inrichting is op en top kitscherig, inclusief geschilderd statieportret van het gezin. Vrouw Sylvia – een glansrol van Thekla Reuten – ziet dat Eddie fout bezig is, maar blijft achter haar vent staan. Al is het alleen al omdat hij haar een eigen strandpaviljoen heeft beloofd zodra alles voorbij is.

Een onhaalbaar doel, blijkt al snel. En het duurt niet lang of Eddie keert zich tegen haar. Ze weet te veel. En dan wordt de situatie grimmig. Sylvia wordt als opgejaagd wild op de hielen wordt gezeten door de politie, in de hoedanigheid van een agent gespeeld door Cees Geel, en haar man.

Schone Handen begint waar vrijwel ieder misdaadverhaal begint, maar ontwikkelt zich tot een kat-en-muisspel tussen twee geliefden. Dit culmineert in een scène die ergens ver weg doet denken aan een iconisch beeld in The Shining (Stanley Kubrick, 1980) waarbij Jack Nicholson met een bijl de deur aan stukken hakt waarachter zijn vrouw schuilt.

Oké, Van Koningsbrugge gebruikt in Schone Handen geen bijl. Maar de maniakale houding tegenover zijn vrouw alleen al is genoeg voor een analogie met Nicholson, en de vele huis-tuin-en-keukenpsychopaten die na The Shining zijn verschenen.

Tussen Van Koningsbrugge en Reuten bouwt zich langzaam een psychologische spanning op, die ertoe leidt dat iedere stap die ze zetten voor suspense zorgt. Geen expliciete actie, maar voelbare dreiging.

Net als de hittegolf die over Nederland trekt tijdens het kat-en-muisspel van Eddie en Sylvia (Van Koningsbrugge zweet in de film als een otter) is Schone Handen soms beklemmend. Niet langer zegeviert de Nederthriller slechts op televisie.

film4