Alweer nieuwe hockeyregels: houdt het dan nooit op?

Worden de hockeysters van Den Bosch dit jaar voor de zeventiende keer in negentien jaar landskampioen? En weet Oranje Zwart voor het derde jaar op rij de landstitel te pakken bij de heren? Favorieten aanwijzen in de hoofdklasse van het hockey, die vanaf zondag weer van start gaat, is simpel. Ze hoeven het alleen nog maar even waar te maken. Wat ook voorspelbaar was:  dat er dit seizoen wéér nieuwe spelregels zijn.

“Jij bent nog zo jong, je hebt niet eens de buitenspelregel in hockey meegemaakt.” Dat kreeg ik eens te horen toen ik als junior bij de senioren van mijn plaatselijke hockeyclub mocht meespelen. Buitenspel in het hockey? Een grap, dacht ik gelijk.

Maar de buitenspelregel heeft toch echt bestaan. In 1996 werd-ie afgeschaft. Niet iedereen was er destijds even blij mee. “Waanzin”, zei toenmalig assistent-bondscoach Maurits Hendriks in de Volkskrant. Hendriks vond dat de doorgaans zo conservatieve hockeyfederatie een duidelijke knieval had gemaakt naar de commercie.

Veranderdrift
Nu, bijna twintig jaar later, heeft die hockeyfederatie allang niet meer het predikaat ‘conservatief’. De afschaffing van de buitenspelregel bleek het begin van een lange reeks spelregelwijzigingen. Ieder seizoen opnieuw. De bal die niet meer stil hoeft te liggen bij de strafcorner, een vrije slag die genomen mag worden met een selfpass en een vrije slag in het 23-metergebied die niet meer gelijk de cirkel ingeslagen mag worden.

Alle veranderingen zijn bedoeld om het hockey aantrekkelijker te maken, sneller en minder gevaarlijk voor de hockeyers. Dat is althans de claim van de International Hockey Federation (FIH). Belangrijke motor achter de veranderdrift van de FIH lijkt de bedreigde Olympische status van de sport. En daarnaast zijn er nog de commerciële belangen, die er bijvoorbeeld bij gebaat zijn dat de sport meer toeschouwers trekt en dat het spel vaker wordt onderbroken. Wat vinden de betrokkenen zelf? Het karakter van de sport verandert te veel, zeggen verschillende spelers en coaches.

Eigen doelpunt
En niet iedere wijziging blijkt even succesvol. In 2012 werd de mogelijkheid een eigen doelpunt te maken ingevoerd. Het zou tot minder discussie moeten leiden: was degene die ‘m aanraakte in de cirkel nou een aanvaller of verdediger? Anderhalf jaar later was de regel alweer afgeschaft, halverwege het hockeyseizoen. De FIH vond dat de regel tot gevaarlijke spelsituaties kon leiden: het moedigde spelers aan hard en blind een bal de cirkel in te slaan.

Vanaf dit seizoen is er geen lange corner meer, betekent een groene kaart een tijdstraf van twee minuten en mag een vrije slag, in tegenstelling tot de afgelopen jaren, wél weer binnen vijf meter van de cirkel genomen worden. De bal boven schouderhoogte stoppen mag, mits niet gevaarlijk en tijdens een seniorenwedstrijd. Want bij de junioren mag het stoppen boven schouderhoogte niet. En een hockeywedstrijd bestaat uit vier keer vijftien minuten, in plaats van twee helften van 35 minuten. Behalve in het amateurhockey dan, daar blijft de oude wedstrijdlengte behouden. Volgt u het nog?

Een beetje innovatie in een sport is leuk, voetbal kan wat dat betreft nog wat van het hockey leren. Maar je kunt natuurlijk ook overdrijven. Het zou niet voor het eerst zijn dat de onduidelijkheid over nieuwe regels leidt tot heftige discussies op het veld tussen scheidsrechters en spelers.

Nog even en de hockeyfederatie gaat sleutelen aan de derde helft. Bier wordt verboden op een Thé Dansant. En verplicht douchen na de wedstrijd. Dat zou de hockeywereld pas echt op z’n kop zetten.

Beeld: HP de Tijd