Nieuwe Suezkanaal: zegen voor Egypte of geweldige pr voor Al-Sisi?

De uitbreiding van het Suezkanaal kost Egypte acht miljard dollar. De uitbreiding zou de Egyptische economie een boost moeten geven, maar binnenlandse en buitenlandse analisten plaatsen grote vraagtekens bij deze optimistische voorspellingen van de regering.

Volgens de Egyptische president Abdel Fattah Al-Sisi zal het nieuwe Suezkanaal buitenlandse investeerders aantrekken. De voorspellingen zijn meer dan positief; tegen 2023 zou de omzet van het Suezkanaal meer dan verdubbelen. Daarnaast zou deze bedrijvigheid een miljoen broodnodige arbeidsplaatsen creëren. “Voedsel zal sneller arriveren. Medicijnen zullen sneller arriveren. Olieproducten zullen sneller arriveren,” zei admiraal Mohab Mohamed Hussein Mameesh, hoofd van de Suezkanaal Autoriteit, bij de afronding van de werkzaamheden. “Egypte bewijst de hele wereld een dienst door deze passage sneller te maken.”

Experts van het Britse maritieme adviesbureau Drewry schatten dat de positieve effecten van de uitbreiding van het Suezkanaal – vaak gepresenteerd als het ‘nieuwe kanaal’, terwijl er eigenlijk slechts een tweede zeeweg van 72 kilometer parallel aan een deel van het oorspronkelijke kanaal is bijgekomen – ernstig overdreven zijn en dat de beloofde banen niet gerealiseerd gaan worden. Zij bagatelliseren het belang van het kanaal, omdat de Europese Unie steeds minder olie uit het Midden-Oosten via het Suezkanaal importeert. Ook als het om vloeibaar gas gaat, was de uitbreiding niet nodig stellen zij, want het kanaal kon het grootste schip op dat gebied al aan.

Politiek analist Mahmoud Salem stelt zelfs dat het kanaal geen enkel economisch doel dient, en alleen geweldige pr is. Een strategische zet van president Al Sisi, om de populariteit van zijn regering te vergroten. Egypte kampt met een sterke bevolkingsgroei, lage economische groei, hoge inflatie en een meer politiek bewust geworden bevolking, waardoor het voor Al Sisi van belang is in een goed daglicht te staan.

Toch wordt de uitbreiding van het kanaal door de autoriteiten neergezet als een zegen voor het Egyptische volk, waar de burgers van het land de vruchten van gaan plukken. Vergeten wordt te vermelden dat duizenden Egyptenaren hun woning en inkomstenbron verloren bij de aanleg van het Suezproject. De dorpelingen van het Sinaïschiereiland – de meesten waren mangoboeren, sommigen hielden ook vee waarmee ze in hun levensonderhoud konden voorzien – werden een week voordat hun woningen werden gesloopt hiervan op de hoogte gesteld. De door de autoriteiten aan de thuisloze dorpelingen uitgekeerde schadevergoeding was ontoereikend om een huis te kunnen bouwen op het door de overheid aan beschikbaar gestelde stuk grond. Om te overleven zien de meeste dakloze bewoners zich genoodzaakt te werken voor de Suezkanaal-autoriteiten, de enige werkgever in de regio.

Het is nog te vroeg om te zeggen of de uitbreiding van het zogeheten nieuwe Suezkanaal de investering is die de Egyptische economie nodig heeft om haar uit het slop te trekken. Hoe hoog de opbrengsten zullen zijn is volstrekt ongewis, maar het is onwaarschijnlijk dat Egypte kan leven van enkel de inkomsten uit het kanaal. Zelfs als aanleg een rendabele ontwikkeling tot gevolg heeft, zal dit vooralsnog geen effect hebben op de welvaart van de doorsnee Egyptische burger, die zich geconfronteerd ziet met de gevolgen van de financiële en politieke onrust tussen 2011 en 2013. Stijgende prijzen en armoede zijn de dagelijkse realiteit. Aan de andere kant heeft alle promotie die gepaard ging met het Suezkanaal wel effect gesorteerd door de nationale eenheid en trots van het land te herstellen. Met dit prestigeproject is president Al Sisi wat steviger in het zadel komen te zitten.