Juliette Gréco (88) neemt afscheid: ‘Geen adieu, maar merci’

Deze week neemt ‘la grande dame’ van het Franse chanson, Juliette Gréco, afscheid van het Nederlandse publiek. Ze vindt dat ze, uit beleefdheid naar haar fans, moet stoppen met optreden. Tegenover dagblad Trouw verklaarde ze: ‘Ik wil niet aftakelen op het podium.’ Dit weekeinde treedt Gréco nog tweemaal op in ons land: zaterdag op De Nacht van de Poëzie in Utrecht, zondag in theater Carré in Amsterdam.

Juliette Gréco (1927) is een icoon van het Franse chanson. In 1949 werd ze ontdekt door Jean-Paul Sartre, die de toen 21-jarige Gréco ontmoette in een van de vele etablissementen in de Parijse wijk Saint-Germain-des-Prés. Hij zei: “Gréco heeft miljoenen in haar keel zitten: miljoenen gedichten die nog niet geschreven zijn, en waar men er enkele van zal schrijven.” Op uitnodiging van Sartre toog Gréco, zonder ooit een noot gezongen te hebben, naar het huis van de wereldberoemde filosoof. Daar werd ze overladen met poëzie. Ze grasduinde wat door de bundels, koos wat gedichten uit die haar raakten, en liet ze door componist Joseph Kosma op muziek zetten. Enkele dagen na deze toevallige ontmoeting beleefde Gréco haar premère als chansonnière. Sartre zei: “Het Franse lied heeft een muze nodig.” En die muze had hij gevonden.

Bijna zeventig jaar staat ze op het podium – nog altijd uitgedost met zwart haar, zwart oogpotlood en zwarte jurk. Gréco heeft in die jaren een glansrijke carrière opgebouwd. Ze scoorde hits met Les Feuilles Mortes, Sous Le Ciel De Paris en Déshabillez-moi, deelde als actrice het witte doek met Ava Gardner, Peter O’Toole en Orson Welles en gaf de toen nog onbekende zangers Leo Ferré, Serge Gainsbourg en Jacques Brel een flinke duw in de rug door hun chansons te vertolken – en overleefde ze allemaal.

HP/De Tijd sprak de vedette aan de vooravond van haar afscheidsconcerten in Nederland.

U zegt: ‘Ik vind het vreselijk om afscheid te nemen van mijn publiek.’ Waarom gaat zo’n vitale vrouw als u dan niet nog even door?
“Ik stop met optreden voor het geval ik binnenkort naar boven vertrek. Ik ben achtentachtig jaar oud en weet niet hoe lang ik nog heb. Met deze tournee wil ik mijn fans nog een laatste keer bedanken, voordat het misschien te laat is. Ik zeg dan ook geen ‘adieu’ maar ‘merci’.”

U gaat niet, net als uw collega Charles Aznavour, de komende jaren een hele reeks van afscheidstournees geven?
Lachend: “Nee, dat ben ik niet van plan. Dit is echt mijn laatste tournee. Al is het einde van dit tournee nog niet in zicht: ik weet nog niet precies wanneer ik mijn laatste optreden ga geven. Dus het zou zomaar kunnen dat dit tournee nog heel lang gaat duren…”

Wat gaat u doen zodra u officieel bent gepensioneerd?
“Ik heb nog niets gepland. Ik hoop dat ik de tijd krijg om nog een album op te nemen. Stoppen met zingen doe ik in ieder geval niet – ik ga alleen niet meer op een podium staan.”

Uw meest bekende chanson is het erotisch getinte ‘Déshabillez-moi’, vrij vertaald: ‘Kleed me uit’. Voelt het niet raar om dat op uw leeftijd te zingen?
“Gelukkig heb ik een groot gevoel voor humor, anders had ik dat lied nu niet meer durven zingen. Maar het is zo’n mooi lied dat ik zo vaak heb gezongen, dat ik het niet over mijn hart kan verkrijgen om het niet meer te zingen.”

Welke van uw chansons is u eigenlijk het meest dierbaar?
“Dat is altijd het laatste lied. Elke nieuwe chanson is als een kind voor me: ik zet het op de wereld en geef het een duw in de goede richting zodat het, als ik er niet meer ben, voor zichzelf kan zorgen. Toevallig heb ik deze week een nieuw nummer opgenomen: Merci, met een tekst van Miossec en muziek van mijn man en vaste begeleider Gérard Jouannest. Dus dat is momenteel mijn meest dierbare chanson.”

Aanstaande zondag treedt u voor het laatst op in Amsterdam. Weemoedig?
“Natuurlijk. Als ik aan Amsterdam denk, denk ik natuurlijk aan dat prachtige nummer van Jacques Brel. En aan de aardige mensen die er wonen, en al die fietsen… Als ik mensen door Amsterdam zie fietsen lijkt het wel of ze vleugels hebben.”

Wat vindt u van de nieuwe generatie francofone muzikanten, van Stromae bijvoorbeeld?
“Stromae vind ik formidable! Alles aan hem is goed. Zijn muziek en videoclips zijn zeer verrassend en tot in detail uitgewerkt. Daarnaast vind ik hem een heel interessante persoonlijkheid.”

Heeft het chanson eigenlijk nog wel toekomst?
“Jawel. We leven alleen in een andere tijd, met een andere generatie die een andere taal spreekt dan wij, pak ‘m beet zestig jaar geleden spraken. Maar neem mensen als Abd Al Malik of Miossec. Zij staan in de traditie van de dichters die de bekende chansons hebben geschreven.”

Tot slot: hoe wilt u herinnerd worden?
“Dat kan me eigenlijk geen donder schelen. Als ik dood ben kan ik het beeld dat mensen van mij hebben toch niet veranderen. Dus iedereen moet mij zich maar herinneren zoals hij of zij wil.”

Juliette Gréco treedt op zaterdag 19 september op tijdens De Nacht van de Poëzie in Utrecht. Op zondag 20 september geeft ze een allerlaatste concert in theater Carré in Amsterdam. Er zijn nog kaarten.