De boekenkast van Arthur Japin: ‘Alles wat in de VS uitkwam, ging via ons huis’

Bij tijd en wijle zoekt HP/De Tijd bekende scribenten op om een kijkje te nemen in hun boekenkast. Deze week: schrijver Arthur Japin, van wie eerder deze maand de roman De gevleugde verscheen.

Zit er een bepaalde rangschikking in uw boekenkast? Heeft u bijvoorbeeld alles netjes alfabetisch op achternaam van de auteur weggezet, of op onderwerp, of kleur misschien?
“Er is een onderverdeling in taal en land van herkomst. Amerikaanse literatuur staat bijvoorbeeld ergens anders dan de Britse. Toneelteksten hebben een eigen kast, werk over beeldende kunst ook. Binnen die kasten staat alles inderdaad alfabetisch op naam van de auteur, behalve de beeldende kunst die weer – zo veel mogelijk – per land en stroming is ingedeeld. Muziek en theater hebben een eigen kast, zoals er ook een grote kast is met het werk dat werd uitgegeven door Lex en een kast voor de verzameling Braziliaanse literatuur die Ben heeft opgebouwd.” (Lex Jansen en Benjamin Moser zijn de partners van Arthur Japin, met zijn drieën wonen ze samen in Utrecht – ER)

Ziet u een ‘rode draad’ in uw kast? En zo ja, welke?
“Het boekenbezit van ons drieën staat natuurlijk verenigd en dooreen, maar als het om mij gaat, is een belangrijke rode draad het theater met de beeldende kunst daar doorheen gevlochten.”

Staat er een schrijver in uw boekenkast van wie u vindt dat hij of zij wordt ondergewaardeerd?
“Dat was tot voor kort het werk van de Braziliaanse schrijver Clarice Lispector, maar daar heeft Ben iets aan gedaan. Hij maakte de biografie Why This World: A Biography of Clarice Lispector en is nu bezig al haar werk te vertalen naar het Engels, en heeft haar daarmee in één klap gebracht waar ze hoort: aan de top van de internationale literaire canon. Deze zomer stond zij, veertig jaar na haar dood, als allereerste Braziliaanse schrijver ooit, voorop de NY Times Book Review en Oprah raadt haar werk komende december in de VS aan als kerstgeschenk. Dit is de macht van de door pure passie gedreven biograaf. Je kunt iemand aan de vergetelheid ontrukken. Toen ik Benjamin Moser in 2000 ontmoette was een van de eerste dingen die hij mij vertelde hoezeer hij hield van het werk van Clarice, sinds zijn laatste campagne van afgelopen zomer staat de vrouw, die eruitzag als Marlene Dietrich en schreef als Virginia Woolf, van Caïro tot Saint Tropez op de kaart!”

Stel, er breekt bij u thuis brand uit en u kunt maar één boek uit uw kast redden, naar welk boek grijpt u dan?
“Ik grijp mijn geliefden. Het zou dwaas zijn ergens anders tijd aan te verdoen.”

Staat er een boek in uw kast waarvan u zegt: dát had ik willen schrijven.
“Nee, want dat heeft een ander dan dus al optimaal gedaan. Ik schrijf uit nieuwsgierigheid naar de emotionele lijn onder een leven dat ik nog niet ken. Als dat al ergens al voor me staat uitgeplozen, vind ik het slechts fijn dat ik al die moeite niet meer hoef te doen.”

Wat was het eerste boek dat veel indruk op u maakte en waarom?
“Mijn vaders bibliotheek bevond zich in zijn werkkamer, in een enorme zware, glazen kastenwand die hij gered had uit een oude sigarenzaak die had moeten wijken voor de herinrichting van het Haarlemse station. Daarbovenop stonden dozen met de auteursexemplaren van zijn boeken. Dat hij schreef was een alledaags gegeven, iets waarvan een mens niet per se gelukkig wordt, dat zag ik als kind duidelijk bij hem en bij bevriende schrijvers, maar waar toch door anderen tegenop gekeken werd. Vooral zijn boekjes over taal, waarin hij hetzelfde deed wat Paulien Cornelisse nu doet, waren erg populair, mede door een radiorubriek die hij verzorgde. Ik had die pagina’s tot stand zien komen, droeg er, klein als ik was, soms zelfs onderwerpen voor aan – een gekke formulering in een brief van het hoofd van mijn lagere school bijvoorbeeld. Hierdoor werd een boek voor mij tegelijkertijd iets bijzonders en iets alledaags.”

Arthur Japin. Foto: Corbino.
Arthur Japin. Foto: Corbino.

Gooit u weleens boeken weg?
“Met grote moeite, maar het moet wel. Er is een omslagpunt, waar je van jager, gejaagde wordt. De boeken die je vroeger onophoudelijk aansleepte dreigen je de baas te worden. Dan moet je ingrijpen. We zijn natuurlijk alle drie werkzaam in het literair bedrijf. Dit brengt sowieso al een eindeloze toevloed aan boeken met zich mee. Ben schrijft onder andere voor de NY Times Book Review, was bovendien enkele jaren de recensent van Harper’s en zat in Amerika in de jury van een grote literaire prijs. Jarenlang werd er bij ons in Utrecht vier, vijf maal per dag een doos vol bezorgd. Alles wat in de VS uitkwam, ging via ons huis. Dat helpt. Je moet dan wel in hetzelfde tempo boeken wegdoen anders ga je ten onder. Voor een indruk: alleen terwijl ik deze alinea schrijf zijn er twee pakjes bezorgd, een uit Nederland, een uit Brazilië, in totaal zeven boeken bevattende, ik verzin het niet.”

Is uw leessmaak in de loop van de tijd veranderd?
“De eerste helft van mijn leven las ik liefst fictie. Sinds ik schrijf kan ik echter niet goed meer lezen, vooral fictie kost me moeite. Ik kan mijn fantasie aanwenden om te creëren of om te consumeren. Het zijn echter tegengestelde energieën die zich slecht laten combineren. Ik vind het erg jammer, maar zo is het. Ik lees daarom tegenwoordig makkelijker non-fictie.”

Om welk boek moest u huilen?
“Ik huil veel en vaak bij film, theater of muziek. Bij een boek eigenlijk nooit.”

U heeft een aantal historische romans geschreven. De zwarte met het witte hart, Een schitterend gebrek, De overgave en Vaslav. Wat vindt u de beste historische roman die ooit geschreven is?
Hadrianus’ Gedenkschriften van Marguerite Yourcenar. In dit boek, zoals in al haar boeken spreekt het humanisme me aan. Door empathisch en filosofisch het wezen van haar hoofdpersoon te verklaren, maakt ze tevens een heel tijdsgewricht navoelbaar. Dit was de eerste roman die ik van haar las, juist op een moment dat ik begon na te denken over mijn eerste roman. Achteraf gezien denk ik dat ze van invloed is geweest op hoe ik zelf ben gaan schrijven. Dat een grote Franse krant dat ooit herkende en benoemde, heeft me erg geraakt.”

Een historische roman vereist nogal wat huiswerk. Wanneer weet u genoeg om te beginnen met schrijven?
“Zodra het personage een stem krijgt en zelf met iets komt dat nog nergens staat. Dat kan op verschillende manieren gebeuren. Bij De Droom van de Leeuw bijvoorbeeld, mijn roman over Fellini, kreeg ik dromen zoals hij die had, vol rondborstige regieassistentes. Dan weet je dat het zover is.”

De hoofdpersoon in De gevleugelde – Alberto Santos-Dumont – raakte geïnspireerd door de boeken van Jules Verne. Zelf een groot Verne-liefhebber? En heeft u zijn werk gelezen voordat u aan De gevleugelde begon?
“Ik heb er enkele herlezen. Het meest fascinerende er aan vond ik de volstrekte koelbloedigheid. ‘Wel commandant,’ zegt iemand aan het ontbijt, ‘nog negentien minuten voordat we op het maanoppervlak te pletter zullen slaan, wat stelt u voor?’ Het naderende einde bederft hun eetlust niet. Die onzinnige moed heeft De gevleugelde overgenomen. Telkens stort hij neer en begint dan, vaak dezelfde dag, aan een volgend ontwerp. Het verhaal van een man die vliegen wil, bestaat vooral uit vallen.”

Wat leest u op dit moment?
Eminence, een boek over Richelieu. Een van mijn voorouders was bij hem in dienst, en ik wist daar te weinig van.”

Kunt u al iets prijsgeven over uw volgende roman?
Nou en of! Ik ben alweer een heel eindje op weg. Meestal begint zo op drie kwart van een roman de volgende al te kriebelen. Het wordt opnieuw een historische roman. Ik houd nog even voor me over wie het gaat, maar in dit kader mag ik misschien wel de huidige eerste zin onthullen: Nooit heeft iets me in dit leven zo teleurgesteld als woorden…

Arthur Japins nieuwste roman, ‘De gevleugde’ verscheen bij De Arbeiderspers en is nu verkrijgbaar.

Erwin Reijers