Tafeltennis: campingvermaak of topsport?

Er bestaat zo’n algemene wijsheid die stelt dat je ieder talent kunt vervolmaken als je er maar genoeg tijd insteekt. Een algemene wijsheid, dus hij moet ook opgaan voor professionele tafeltennisspelers. Maar dat mensen vrijwillig twee derde van hun toch gelimiteerde leven rondom een tafeltennistafel gaan staan lijkt me net zo waarschijnlijk als Geert Wilders die een vluchteling in zijn woonbunker opvangt.

Dat moest in mijn optiek dan ook de reden zijn dat deze sport al decennialang wordt gedomineerd door Chinezen. In de beruchte sportinternaten voeren veel Chinese jongelingen hun sporten uit met hetzelfde plezier waarmee kinderen tijdens het avondeten een paar spruitjes naar binnen schuiven. Als tiener koos ik alleen vrijwillig voor tafeltennis tijdens de beruchte piepjestest bij gym, waarbij je steeds een beetje sneller moet hardlopen. Mijn gymleraar hanteerde de regel dat je mocht gaan tafeltennissen als je was uitgevallen bij deze test. Verplicht hardlopen zag ik tijdens mijn puberteit als een misdaad tegen de menselijkheid. Dus liep ik de minimaal vereiste afstand voor een voldoende om daarna te tafeltennissen. Nog steeds stom, maar draaglijk. Voor veel Nederlanders is tafeltennis of pingpong, net als badminton, niet meer dan een campingsport. Ieder jaar een paar rondjes om de tafel, bij gebrek aan een batje slaan we de bal met de hand. De officiële regels kent niemand. Je moet tafeltennis immers niet meer respect geven dan het verdient.

Onze nationale tafeltennistrots en China-expert Bettine Vriesekoop moet dan ook wel op een Drentse camping zijn opgegroeid. Uit plattelandsverveling is ze met campinggasten gaan tafeltennissen en er per ongeluk heel goed in geworden. Want wie in zijn jeugd vrijelijk een sport kan kiezen, opteert niet voor het gehandicapte broertje van tennis. Groot was mijn verbazing in mijn late tienerjaren dat een collega vrijwillig voor tafeltennis gekozen bleek te hebben. Hij nodigde mij uit om in de avonduren eens mee te gaan naar de tafeltennisvereniging. Gezellig was het zeker, maar ik heb geen bal geraakt zien worden. De vereniging leek voor velen vooral een excuus voor goedkope biertjes.

Enkele maanden geleden nodigde een vriend mij, na een smalende opmerking over tafeltennis, uit om eens te gaan kijken bij zijn eredivisieclub. Als sportliefhebber moest ik dit volgens hem kunnen waarderen. Afijn, het was er nog niet van gekomen. Maar ik werd aan de uitnodiging herinnerd toen ik in het kader van het huidige EK tafeltennis (onze mannen zijn 33e geworden en de vrouwen twaalfde) het onderstaande filmpje voorbij zag komen. Laat ik tafeltennis maar eens een kans geven. Niet als sporter. Nee, gewoon een kans geven als toeschouwer. Cynisme en flauwe grappen zijn geen talenten die 10.000 uur arbeid nodig hebben. Topsport daarentegen is kunnen doorzetten, afzien, pijn lijden, dingen des levens opgeven en totale overgave. En dat soms voor een appel en een ei. Dat verdient mijn bewondering. Met een biertje in de hand. Dat wel.