Deze column gaat niet over U2

Meisjes en jongens die besluiten om muziekjournalist te worden vallen grofweg in twee groepen uiteen. De eerste wil graag in contact komen met zijn idolen. Al snel komen zij erachter dat artiesten niet zitten te wachten op slijmballerij en al helemaal niet op vriendschap. Zij willen zoveel mogelijk concertkaartjes verkopen en zien de journalist slechts als doorgeefluik, als middel om een doel te bereiken. Dit soort jongens en meisjes gaat later vaak bij een platenmaatschappij werken.

Zelf behoor ik tot de tweede categorie: zij die hun eigen smaak hoger achten dan die van de medemens en de wereld wel eens even zullen vertellen dat ze er al die tijd naast hebben gezeten.

Het is een hopeloze bezigheid gebleken. Slechts zelden word ik bedankt omdat ik iemand op zijn nieuwe favoriete band heb gewezen. Schrijven over onbekende muziek betekent voornamelijk dat je niet gelezen wordt. Toch gaat ook deze column niet over U2.

Dat ik nog steeds doe wat ik doe, zit hem er deels in dat ik plezier heb gekregen in het spel. Van een liefhebber met een missie werd ik steeds meer een neutrale verslaggever. Ik analyseer hoe Kensington op Pinkpop terecht kon komen en waarom The Homesick daar vermoedelijk nooit in zal slagen. Steeds meer voel ik me verwant aan die voice-overs van natuurdocumentaires, die geen enkele emotie verraden wanneer ze verslag doen van een gorillamoeder die haar eigen kinderen verscheurt en opvreet. Ik maak me heus nog wel eens kwaad, maar richt mijn pijlen liever op instituten dan op muzikanten. Wie inwisselbare meuk wil maken moet dat vooral doen.

Subroutine
Afgelopen zaterdag vierde het platenlabel Subroutine zijn tienjarige bestaan in poppodium Vera te Groningen. Er kwam een man of honderd op het feestje af van de twee jongens die hun label begonnen om onder de aandacht te brengen wat niet ongehoord mocht blijven. Het leek ze weinig te kunnen schelen dat ze hun jubileum in Vera moesten vieren en niet in de Ziggo Dome.

The Homesick, een strakke rammelband uit Friesland, speelde in de zweterige kelder en ik kon alleen maar denken: ja, zo moet het zijn. Dit zouden bezoekers van megaconcerten ook eens mee moeten maken.

Tot mijn vreugd mocht The Homesick gisteren aantreden bij De Wereld Draait Door. Het was jammer dat Matthijs van Nieuwkerk de band neerzette als een groepje schattige jochies die nog bij hun ouders wonen. In het minuutje dat volgde wist The Homesick dat beeld niet te kantelen. Die minuut is eigenlijk alleen geschikt voor muzikanten die met een couplet en een refrein hun punt kunnen maken. Dat vereist niet alleen een niet te onderschatten klasse, maar bovenal een type muziek dat gemaakt is om zich zo snel mogelijk in je hoofd te nestelen. Dat soort muziek maakt The Homesick niet. Je moet even doorbijten, door de galm en de dissonantie heen luisteren, maar dan heb je ook wat. Doe je best.