Expo: de moderne mythen van Eva Spierenburg

Het is ’s lands meest prestigieuze aanmoedigingsprijs voor jong schildertalent: de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst, in 1871 in het leven geroepen door koning Willem III. Op vrijdag 9 oktober maakt zijn achterachterkleinzoon Koning Willem Alexander in het Koninklijk Paleis in Amsterdam bekend welke vier kunstenaars de prijs dit jaar krijgen toegekend. HP/De Tijd stelt de komende dagen zeven genomineerden aan u voor. Vandaag: Eva Spierenburg uit Utrecht.

Eva Spierenburg (Lelystad, 1987) studeerde autonome beeldende kunst aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht (2005 – 2009) en is in januari 2015 gestart met een tweejarige residency aan de Rijksakademie van beeldende kunsten in Amsterdam.

Over haar werk
“Het schilderen vormt de basis voor mijn werk, maar sinds enkele jaren maak ik naast schilderijen ook animatievideo’s en ruimtelijke installaties.

“Mijn werk bevat autobiografische elementen en dromen, die vermengd worden met (volks)verhalen en symboliek. Zo ontstaan er archetypische taferelen, bevolkt door antihelden en ambigue wezens. De figuren bevinden zich in een permanente staat van verandering. De status quo is nooit bevredigend genoeg en moet bezworen worden door rituelen en metamorfoses, in een proces vol mislukkingen. Achter de verhalen gaat het om tijdloze menselijke thema’s als schuld en boete, schaamte, angst, kwetsbaarheid en het onvermogen om de werkelijkheid te accepteren.”

“Verschillende van deze thema’s komen samen in de 29-delige serie Nu mag je lijden (2013). Hierin probeer ik de Bijbelse zondeval, en daarmee de schuld en het leed van de hele mensheid, op de vogelwereld af te schuiven. Daarvoor heb ik de lichaamshoudingen van Adam en Eva, vanuit oude afbeeldingen, geschilderd over foto’s uit een vogelencyclopedie.”

‘Dit is dus het moment. De schuchtere zwaluwen worden Adam en Eva. Uit de opgetrokken schouders komen armen, met handen die de schaamstreek bedekken. Een mensenmasker vervangt het vogelhoofd. Met een paar blote benen erbij zijn ze klaar. Klaar om de schuld en het leed van de hele mensheid over te nemen. Klaar om gretig te zondigen. Klaar om in de grond te zakken van schaamte. Klaar om te sterven. Nu mag je lijden.’

“Sinds januari van dit jaar ben ik gestart met een tweejarige residency aan de Rijksakademie in Amsterdam. Hier kan ik me intensief focussen op mijn artistieke ontwikkeling. Het Bijbelse scheppingsverhaal speelt nog steeds een grote rol in mijn werk, maar binnen dat verhaal is de nadruk verschoven naar het begin en einde van het leven, het vergankelijke lichaam, naar de moeder en de vader, vrouw en man. De verschijningsvorm verandert momenteel van hoofdzakelijk schilderijen naar een dynamische samenkomst van sculpturen, schilderingen en performatieve video’s. Hierbinnen kan elk element op zichzelf staan, maar ze werken ook samen en vullen elkaar aan, als scènes in hetzelfde verhaal.”

Meer werk van Eva Spierenburg vindt u hier.

1. maar dan verloor hij zijn bestaansgrond 120x160
Maar dan verloor hij zijn bestaansgrond (120 x 160)
2. de boeman - video loop 59sec
De boeman (video loop)
3. le conte des contes (detail)
Le conte des contes (detail)
4. laat me hier 130x190
Laat me hier (130 x 190)
5. nu mag je lijden (16) 26,8x23
Nu mag je lijden (16) (26,8 x 23)
6. de zielzoeker 16x12
De zielzoeker (16 x 12)
7. je moet nog verder 190x245
Je moet nog verder (190 x 245)
8. verloren hoofd met tietjes 39.5x29.5
Verloren hoofd met tietjes (39,5 x 29,5)
9. de man die de tijd nam, deel 2 - video loop 1.40min
De man die de tijd nam, deel twee (video loop)
10. over het verloren lijf en de zon die je niet zag 150x200cm
Over het verloren lijf en de zon die je niet zag (150 x 200)

Het werk van Eva Spierenburg is van 10 oktober tot en met 15 november 2015 te zien in het Koninklijk Paleis op de Dam in Amsterdam en op 28 en 29 november 2015 op de expositie RijksakademieOPEN – ook in de hoofdstad.

Ben je een jonge kunstenaar (student of pas afgestudeerd) en heb je tien kunstwerken die je in HP/De Tijd Expo wilt tonen? Neem dan contact op.