Onze oubollige arbeidsmarkt moet nodig worden afgestoft

Het gaat goed met de Nederlandse economie. Althans, dat verkondigt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). We exporteren veel, consumenten geven meer geld uit, er gaan minder bedrijven failliet dan voorheen en onze economie is een van de meest competitieve ter wereld. Maar er schort nog genoeg aan.

Hosanna over de status van de Nederlandse economie. Wie deze week naar de door het CBS uitgebrachte cijfers over de staat van de Nederlandse economie kijkt, zal louter positiviteit zien. De publicatie, gericht op het tweede kwartaal, staat bomvol lyrische uitspraken over de economie. Het vertrouwen van ondernemers en consumenten in de economie neemt toe. De export groeide sterk; we exporteerden 5,4 procent meer goederen dan een jaar geleden. En als klap op de vuurpijl groeide onze economie met 0,2 procent.

Eén dag eerder publiceerde het World Economic Forum een onderzoek rond de economische competitiviteit van 140 landen. Waar de onderzoeken van het CBS zich richten op de korte termijn, kijkt het World Economic Forum naar de lange termijnstatus van onze economie. Nederland staat in The Global Competitiveness Report 2015-2016 op de vijfde plek, de hoogste notering sinds 2000. De Nederlandse economie is volgens het rapport van het World Economic Forum ‘een van de meest innovatieve en geavanceerde ter wereld’, maar Nederland moet echt nog werken aan de banen- en arbeidsmarkt.

Ouderwets marktdenken
Dat ziet ook econoom en journalist Mathijs Bouman. Nederland heeft een sterke arbeidsmarkt. Momenteel staan we volgens het rapport van het World Economic Forum zeventiende in de lijst van meest efficiënte arbeidsmarkten. Desondanks is onze markt volgens Bouman aan hervorming toe. “De regelgeving op onze arbeidsmarkt is extreem achterhaald,” zegt Bouman desgevraagd. “We hanteren nog steeds het marktdenken van de vorige eeuw. Je bent als werknemer als loonslaaf in dienst bij je werkgever, die dan weer wordt afgeschilderd als kapitalist.” Door dat ouderwetse marktdenken is volgens Bouman nog een te groot grijs gebied rond de freelancers en zzp’ers, een arbeidsklasse die de afgelopen decennium is komen opzetten. “Maar hopelijk komt daar met de nieuwe wetgeving verandering in.”

Doorgroeipotentieel
De tweede hindernis voor de Nederlandse economie ligt volgens Bouman in het populistische marktdenken. Het Nederlandse economische landschap zit vol met innoverende initiatieven, maar het is op de lange termijn volgens Bouman geen goed investeringslandschap achter. “We moeten het ‘Silicon Valley van Europa’ worden, met zulke termen kan je als politicus scoren. Alleen is de Nederlandse economie niet voorzien op een start-up die na twee jaar de volgende stap wil maken,” vertelt Bouman. “We hebben basaal gezien na TomTom geen innoverend Nederlands bedrijf gehad dat doorgroeide tot wereldformaat.” Op de lange termijn – de ‘nerddingetjes’, zoals Bouman het beschrijft – zit niemand te wachten.

Toch gloort er voor Nederlandse bedrijven met doorgroeipotentieel hoop. De Europese Commissie heeft een actieplan aangenomen om van Europa een Kapitaal Unie te maken. Het idee is dat deze Unie alternatieve financieringsbronnen aanboort – crowdfunding, durfinvesteringen en samenwerkingen met kapitaalmarkten – om zo meer te kunnen investeren in startups en het midden- en kleinbedrijf in Europa. “Dit om de concurrentieslag met de VS aan te gaan. Een startup die nu door wilt groeien, krijgt daar nu wel de investeringen rond, die het hier niet krijgt,” legt Bouman uit.

Als Nederland verder wil concurreren, moeten er dus twee dingen verbeterd worden: de arbeidsmarkt en de wetgeving rond geëvolueerde start-ups. De huidige situatie van de Nederlandse economie biedt perspectief. Het beleid van de huidige regering heeft geleid tot gezondere overheidsfinanciën en een groeiende economie. Maar voor we echt door kunnen groeien, moeten Rutte en consorten werk verzetten en de plannen van de Europese Commissie steunen.