Binnenkijken: het (opgeruimde) atelier van kunstenaar Maurice Braspenning

Van een bezoekje aan het woonatelier tot gluren bij de buren – iedere week gaat HP/De Tijd op zoek naar opmerkelijk ontwerp en waardevol woonadvies. Deze week: het atelier van kunstenaar Maurice Braspenning.

Kunstenaars en opruimen, het blijft een lastige combinatie. Kunstenaar Maurice Braspenning ruimt zijn atelier precies één keer per jaar op. En het fijne toeval wil dat die ene keer net is geweest. Braspenning (1968) begon met het schilderen van landschappen en later verhalende schilderijen of fragmenten uit een film. Op een dag ging hij met zijn kinderen tekenen op het schoolbord in het lokaal bij zijn atelier. “We maakten draken en ridders. Zij vonden het leuk en ik ook. Ze hebben me geïnspireerd en uiteindelijk ben ik er niet meer mee gestopt.”

Lynch duif
David Lynch met duif
hp maurice cirkel
De tekening van dichtbij

Cirkels
De kunstenaar werd een paar jaar geleden gevraagd door Museum De Lakenhal om los te gaan op een grote muur van 11 bij 4 meter in een oude, leegstaande meelfabriek. “Ik dacht aan een portret, het hoofd geklemd tussen de muren. Ik zat in het vliegtuig te schetsen en kwam opeens op het idee cirkels te gebruiken. Een cirkel is een goede manier om een gezicht op te bouwen. Van dichtbij lijken het poriën en van een afstand is het een geheel. Het contrast met de haren is mooi, dat zijn gewoon lijnen. Het werkt snel en zorgt voor levendigheid.”

Grote tekeningen
Zo tekende hij in de oude Meelfabriek Peter Zumthor, de architect die de fabriek nieuw leven gaat inblazen (“Hij moet dus zijn eigen hoofd uit de fabriek slopen.”), David Lynch, Martin Scorsese, Francis Coppola en Clint Eastwood. Zijn laatste werk is een enorm zelfportret in zijn eigen atelier. Het proces van de grote tekeningen is vastgelegd op camera. Hier ziet u de totstandkoming van David Lynch:

Lynch from Maurice Braspenning on Vimeo.

Hand met potlodenCartoonesk
Tijdens het tekenen is Braspenning flink aan het associëren. Zo moest hij bij het werken aan zijn zelfportret aan het rode oog van de Terminator denken. “Bij het traditionele portret maak je de ogen af met een penseelstreekje wit voor het licht. Het brengt het gezicht tot leven. Ik doe het nu juist met een spuitbus met een neonkleur, zo wordt het bijna cartoonesk. Dat bevalt me wel.”

hp maurice dagboek Zijn atelier ligt vol met witte potloden en onmisbare elektrische puntenslijpers. Kwasten gebruikt hij bijna niet meer, alleen rollers om de muur te sauzen. Verder hangen er aan de muur wat ingelijste schilderijen. Ze zijn afkomstig uit zijn dagboekje waarin hij veel tekent. “Op vakantie met mijn gezin weet ik soms even niet wat ik moet doen. Als ik elke dag een tekening maak, voel ik me oké.”

Vergankelijkheid
Voor de komende tijd heeft hij het idee zijn atelier helemaal zwart te schilderen, misschien zelfs ook het plafond, zodat je als het ware een reis maakt langs alle voorstellingen. Het zelfportret kunt u waarschijnlijk nu alleen nog op deze foto’s zien. Braspenning wil het werk beschadigen, gaten erin boren en takken erin te steken. “Het benadrukt de kwetsbaarheid en de vergankelijkheid van het beeld, het werk en het leven. Dat aspect speelt een belangrijke rol in mijn oeuvre. Met destructie creëer je nieuwe mogelijkheden. Het geeft een andere lading aan het werk, een lading die niet gaat om gelijkenis maar om iets heel anders.”

Gelukkig hebben we de foto’s nog.

Braspenning in het trappenhuis van zijn ateliercomplex. Op zijn schouder de vijf portretten. Foto: Andor Kranenburg