Il Lombardia: hetisgedaanhetisgedaanhetisgedaanhetisgedaan

Kijk naar de Ronde van Lombardije, zie het gouden licht door de bladeren vallen, het asfalt opdrogen, het Comomeer glanzen, zie hoe zelfs het viezige Astana-blauw een Instagrammerig velletje krijgt, luister naar Renaat, naar José en bedenk dan dat het hierna weer een tijdlang klaar is. De Ronde van Lombardije, de zachtaardige hipster van de wielerkalender, bewegende vakantiefolderporno en een langgerekt tabee aan iedereen die van wielrennen houdt.
Op zo’n dertig kilometer van de streep zei Renaat Schotte het gewoon. Hij had het tegen ons, de kijkers. Tegen mij.
Dat we vooral niet mochten opstaan, na de finish. Dat er nog van alles te beleven was op de zender.
‘Na de Ronde van Lombardije kunt u kijken naar een ruime samenvatting van de Superprestige van Gieten.’
De Superprestige van Gieten… Buiten blies de zon nog een herfstig partijtje mee, maar binnen was het al begonnen met druilen. Je zou zo’n Schotte toch…
Alles gaat voorbij, daar moet je niet flauw over doen en van het concert des wielerseizoens krijgt iedereen vooraf een keurig program, dus zaniken helpt niets, maar wat zou het heerlijk zijn als de UCI (de wereldwielerbond, net als alle andere wereldsportbonden een club met louter fijne leden) ons eens verraste door op de dag van Il Lombardia aan te kondigen dat het ze had behaagd om in de periode oktober-januari nog vier klassiekers en een grote ronde in te plannen, gewoon, omdat ze daar zin in hadden.
(Ja maar, ja maar, zeggen ze dan bij de UCI, die renners hebben ook vakantie nodig! Akkoord, maar verzin dan een alternatief, stelletje laaienlichters! Laat een pelotonnetje zich gedurende het seizoen kalm houden om in de winter te kunnen knallen, organiseer in augustus en september dan wat minder koersen – wij liefhebbers kijken toch niet naar drie wedstrijden tegelijk. Hebben die jongens lekker vrij in de schoolvakanties en hebben wij op die akelige adventsdagen ook nog wat – zo’n kerstboom is op een gegeven moment wel opgetuigd en zo’n vriend of vriendin blijft ook niet een hele winter leuk. Geef ons iets, en dan niet het Open Vlaams Kampioenschap Modderhappen. De Superprestige van Gieten klinkt naar november, naar nachtvorst, naar met verkleumde handen in de stromende regen je kettingslot vast proberen te klikken, naar dagen dat het niet meer licht wordt, naar taaitaai en naar de lawinepijlen van de buurman).

En toen begon José De Cauwer te grommen
Goddank werd de winter nog een hele Dierendag lang uitgesteld. Lombardije toonde zich op z’n voordeligst, en er werd gereden zoals de vriendin zich een ruimte verderop vastbeet in het recept van een pompoenschotel: met panache, met grinta. Op zo’n twintig kilometer van de streep gaf Vincenzo Nibali bovendien nog een seizoensafsluitende masterclass in een van de minst populaire keuzevakken aan de Koersuni: het dalen.
‘Poep op de buis,’ schilderde Renaat Schotte het beeld. Wat hij bedoelde was: Nibali stortte zich in een bochtige vochtige afdaling met zijn handen vooraan op het stuur, de kin op de stuurpen, het perineum op de stang en het scrotum aan weerszijden van de carbon buis die het stuur met het zadel verbindt, om zich met tachtig kilometer per uur naar beneden te laten vallen met een doodsverachting die ik eigenlijk alleen uit strips ken. Een drupje olie hier of een scherp steentje daar en hij lag als een verfrommeld stukje mens tegen een muurtje of in het ravijn.
Voor dat alles had Renaat Schotte maar vier woorden nodig – het kenmerkt de grote commentator.
‘Het zal je kind maar wezen,’ huiverde Schottes kompaan José De Cauwer. Het klonk alsof hij het liefst moeder Nibali had laten inbreken in het interne Astana-communicatiesysteem: ‘Vincenzo! Vincenzo! Wat heb ik nou gezegd? WAT heb ik gezegd?! Niet met je billen van het zadel! Jij komt er vanavond niet in, jongeman!’

En toen begon José De Cauwer te grommen.
Eerst was het nauwelijks hoorbaar, wat kleine grommetjes aan het eind van ieder woord (‘Hoegrrr grrrraaagrrrr wilrrrr je dangrrrrr winnenrrr?’), maar al rap verdwenen de woorden en bleef een langgerekte grom over: ‘Grrrrrrrrrrrrrrrrrr.’
Als hij een Kawasaki was, zou je zeggen ‘Lekker geluid’, maar José is een man van 67 en beslist geen Kawasaki.
Toegegeven: het was een subliem gezicht om Nibali de volstrekt onoverzichtelijke bochten te zien aansnijden. Het sublieme zat hem hierin dat je naar een vorm van vakwerk zat te kijken waar je eigenlijk het fijne niet van begreep – zoals wanneer je een meesterpianist op z’n handen kijkt – en in de dreiging dat dat vakwerk door een onnozel gat in de weg of een langswapperend stuk plastic zou worden gedegradeerd tot zinloos spelen met je leven.
Schotte: ‘Nibali, flirtend met van alles en nog wat!’
‘Zo’n kanonbal, mompelde José. En toen de afdaling achter de rug was, het zweet vijvertjes in de handen had gemaakt en iedereen nog op z’n fiets zat:
‘Hetisgedaanhetisgedaanhetisgedaanhetisgedaan.’
De opluchting klotste door de commentaarcabine.

Het is gedaan
Het was ook gedaan: Nibali won en Renaat Schotte zei: ‘Het is al bij al goed afgelopen, maar doe dit niet thuis.’
Daarna werd er geschakeld met de Superprestige van Gieten.
Hetisgedaanhetisgedaanhetisgedaanhetisgedaan.