Hoe Amerikaanse en Russische wapens in IS-handen vallen

De VS en Rusland gaan nog meer wapens verkopen aan Irak en Syrië, twee van hun belangrijkste bondgenoten in het Midden-Oosten. Maar die zouden zomaar in handen van rebellengroepen als IS, Al-Qaeda en Al-Nusra Front kunnen vallen. De Irakese en Syrische strijdmacht hebben hun nieuw geleverde wapentuig namelijk al meermaals op het slagveld achtergelaten, terwijl ze hals over kop op de vlucht sloegen.

Volgens Amnesty International zijn de meeste wapens waarover rebellengroepen beschikken, op het slagveld veroverd. Hun herkomst is divers. Ze komen uit Irakese opslagplaatsen, zoals in Falluja, Mosul, Tikrit en Ramadi en werden in 2014 buitgemaakt bij een grootschalig offensief van de Islamitische Staat. Ook in Syrië bewapende IS zich op deze wijze. Daar vielen de legerbasis in Raqqa en de vliegbasis van Tabaqa ten prooi. Wat deze wapens gemeen hebben, is dat ze geleverd zijn door Moskou. Veel wapens die momenteel in Syrië en Irak worden gebruikt zijn, volgens Amnesty, van Russische makelij. Uit het feit dat er bijzonder veel kalasjnikovs – machinegeweren die stammen uit de Sovjettijd – circuleren, blijkt dat zowel het Syrische als het Irakese leger al geruime tijd wapenladingen uit Rusland ontvangen.

Maar niet enkel Russisch militair materiaal valt in de handen van rebellenbewegingen. IS veroverde in oktober 2014 een grote hoeveelheid wapens afkomstig uit de VS. Oorspronkelijk betrof het leveringen aan het Irakese leger, maar inmiddels is het militaire materieel in gebruik bij de rebellen, omdat het werd achtergelaten door vluchtende Irakese soldaten. Het ironische gevolg is dat de VS luchtaanvallen uitvoeren op IS, waarbij de doelen bestaan uit luchtafweergeschut, helikopters en pantserwagens die geproduceerd zijn in en door henzelf.

Toch hindert dat de Amerikanen niet meer wapens te leveren aan het Midden-Oosten. Zo is het de bedoeling om wapentuig ter waarde van 15 miljard dollar aan Irak te leveren, bestaande uit duizend humvee-pantserwagens, 175 Abrams-tanks en diverse gevechtsvliegtuigen, aanvalshelikopters en lasergeleide raketten. Ook de Russen gaan door met het bevoorraden van het Syrische regime onder leiding van president Bashar al-Assad. Het gaat daarbij om 35 pantserinfanterievoertuigen, zes tanks van het type T-90, vijftien houwitsers en straaljagers, gevechts- en transporthelikopters.

Amnesty International heeft nu de vrees geuit dat ook deze wapens uiteindelijk in handen vallen van gewapende rebellengroepen, getuige de nieuwe Russische munitie die bij strijders van IS is gevonden. Enerzijds kunnen wapens en munitie op het slagveld verloren gaan, anderzijds wijst Amnesty naar de zwarte markt in Irak, die tot grote bloei is gekomen sinds Saddam Hoessein ten val is gebracht. Corruptie is ook in het Syrische leger geen onbekend fenomeen en hoge officieren zouden wapentransacties met rebellengroepen afsluiten. Ook bij het samensmelten van gewapende groeperingen en door deserteurs zouden veel wapens van zijde wisselen.

Amnesty bepleit dan ook dat landen die in de toekomst nog leveringen doen, uiterst voorzichtig moeten zijn om mogelijke rampzalige gevolgen te vermijden.