De Hitlersnor – wanneer mag-ie weer?

Nog 25 nachtjes slapen, en dan kunnen de Frans Timmermansen en Humberto Tannen onder ons het bovenliphaar weer laten groeien voor Movember. Een ludieke demonstratie voor het goede doel en tegelijkertijd goeie pr voor de snor, die al enige tijd lijdt onder populariteit van de baard. Ooit was de snor een statussymbool. Een onderdeel van het uniform van Che Guevara, het bewijs van de artisticiteit van Salvador Dalí. De meest beruchte snor verdween zeventig jaar met zijn drager in een bunker onder Berlijn. De centimeter haar verwerd tot een groot taboe. Maar ieder taboe heeft een uiterste houdbaarheidsdatum. Toch?

Er is de mode-industrie door de decennia heen veel schade berokkend door individuen. Op kleine schaal, zoals door Trijntje Oosterhuis en haar karteljurk, en op grotere schaal, zoals de gijzeling van het merk Lonsdale door rechtse extremisten en de kanariegele ballenknijper die Dries Roelvink voor de ANWB aantrok.

Alles valt in het niet bij de schade die hét signatuur van Adolf Hitler aanrichtte. Niet bij de Indiase meisjesnaam Swastika, of het in sommige religies heilige symbool zelf, maar de ooit decente centimeter haar die prijkte op de bovenlip van de Führer.

Heel vroeger, toen manscaping nog heidens was, heette de Hitlersnor nog gewoon de toothbrush moustache. Het model was een reactie op het meer flamboyante type dat Kaiser Wilhelm II populair had gemaakt bij de Europese elite. Het Kaiser-model symboliseerde de gevestigde orde van keizers en koningen: decadent, schuddend op zijn grondvesten. Vanuit het moderne Amerika waaide een veel smaller, bijna nihilistisch model over. De toothbrush moustache werd Europese elitemode, gedragen door de dandy’s en diplomaten in het gesofisticeerde Berlijn en Wenen.

Naar het schijnt liet Hitler zelf pas een Hitlersnor staan nadat hij levend en wel terugkeerde uit de Eerste Wereldoorlog. Volgens een ander gerucht was cineast Charlie Chaplin hem voor, liefst vier jaar. Hitler zou zijn snorretje hebben nageaapt van de Amerikaan die hem (o, ironie) later zou parodiëren in The Great Dictator. De snor zou Hitler zelfs Chaplinesque hebben doen voorkomen, met als schadelijk gevolg een laconieke houding van andere leiders. Zij zagen geen serieuze bedreiging voor de wereldvrede, maar een komische schurk. Misschien had IS-leider Al-Baghdadi voor een Boratsnor moeten gaan in plaats van een plukkenbaard.

De snor is een embleem. Hitler was niet de eerste staatsman die dat begreep, en zeker niet de laatste. Pinochet, Roosevelt, Walesa, Stalin, Hoessein en Guevara – kunt u ze zich inbeelden zonder snor? Dov Charney, de controversiële CEO van textielwinkelketen American Apparel, liet in 2004 een snor staan. Voor eventjes. Een vieze, zo eentje uit korrelige jarenzeventigporno. Toen zijn snor zeven maanden later voorgoed in het gootsteenputje verdween bleek hoe goed zijn nieuwe imago aankleefde. In kranten, tijdschriften en op blogs werd Charney nog jaren als macho playboy afgebeeld. Je kunt de snor van de man scheren, maar niet andersom.

Beruchte snorren:
Beruchte snorren: Wilhelm II, Chaplin, Hitler, Stalin, Guevara, Walesa, Pinochet, Hussein en Mugabe (v.l.n.r.)

In het Midden-Oosten representeert gezichtsbeharing nog altijd je politieke identificatie, vertelde NOS-correspondent Sander van Hoorn deze zomer in een olijke zomercolumn. In Egypte, bijvoorbeeld – waar farao’s ooit hun macht uitdroegen met een valse baard – kun je tegenwoordig de baard beter laten afscheren, om een associatie met de Moslimbroederschap te verkopen.

Bij de barbier kun je gaan voor de wat langere sjiitische baard, het strakke exemplaar van welvarende golfarabier of de weelderige Joodse gezichtsbeharing. Of je kunt niét naar de barbier gaan, met het risico dat de buurman je associeert met Osama bin Laden en consorten.

En zo werd Adolfs snor in de vorige eeuw het logo van zijn nazibewind, zoals die van Jozef symbool stond voor een bloederig periode uit de Sovjettijd, en Che’s vlassige plukken voor revolutie. De laatste twee modellen kunt u gewoon weer dragen zonder de angst ruzies uit te lokken op feesten en partijen. Iedere tijd zijn eigen politiek beladen modetaboe, ieder modetaboe zijn uiterste houdbaarheidsdatum. Maar zo niet het snorretje van Adolf.

Geheel naar verwachting verdween de toothbrush moustache na de Tweede Wereldoorlog. De Ecuadoriaanse president Abdalá Bucaram droeg ‘m, en Robert Mugabe van Zimbabwe een smal aftreksel ervan – vermoedelijk om zijn status als dictator wat krijgt bij te zetten –, maar naast wat imitatoren van Hitler hebben weinigen het aangedurfd.

Er zijn twee bekende pogingen gedaan om de Hitlersnor te ontdoen van zijn negatieve lading, om de toothbrush moustache terug te brengen naar zijn onschuldige zelf. De Britse komiek Richard Herring liet ‘m in 2009 staan voor zijn show Hitlers Moustache, de Joods-Amerikaanse schrijver Rich Cohen om – zo schreef hij in Variety – ‘de lont uit het kruitvat te trekken. Ik wilde het eigen maken. Ik wilde het terugwinnen voor de Amerikanen en de Joden’. Op de vraag of de Hitlersnor ooit nog gedragen kan worden geeft Cohen het enige juiste antwoord: ‘Als je de toothbrush moustache draagt, draag je het meest afschuwelijke verhaal uit de wereldgeschiedenis recht onder je neus.’