Ondergronds en onderwater riskeren deze Filipijnse goudzoekertjes hun leven

De Filipijnse overheid slaagt er niet in kinderen te beschermen die naar goud graven en duiken in gevaarlijke, nauwe mijnen. Dat stelt mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW) in een vorige week verschenen rapport. In het rapport is gedocumenteerd hoe duizenden kinderen op de Filipijnen, soms niet meer dan negen jaar oud, in illegale goudmijnen werken.

Filipijnse kinderen riskeren dagelijks hun leven op zoek naar goud. Duizenden kinderen. Ze werken in instabiele mijnen van zo’n 18 meter diep die ieder moment kunnen instorten, of onder water staan door de ligging aan de kust of in rivieren. In september vorig jaar stikten een zeventienjarige jongen en zijn broertje in een ondergrondse mijn omdat er geen zuurstofmachine aanwezig was. Bij de goudwinning wordt ook kwik gebruikt, een metaal dat zeer schadelijk is voor de gezondheid.

Human Rights Watch deed veldonderzoek in de provincies Camarines Norte en Masbate in 2014 en 2015. Voor het onderzoek werd gesproken met meer dan 135 mensen, inclusief 65 kinderen tussen 9 en 17 jaar oud. Behalve over de angst om te verdrinken of om te komen bij een instorting, klaagden de kinderen over pijn, huidinfecties, koorts en spasmen.

In ondergrondse mijnen lopen kinderen het risico gewond te raken door vallende rotsen of houten balken, het instorten van de mijn of een gebrek aan zuurstof. Bij onderwatermijnbouw, wat plaatselijk bekendstaat als ‘compressormijnbouw’, lopen duikers het risico te verdrinken in de tunnels waarin zij afdalen. Daarnaast is er het gevaar decompressieziekte of bacteriële huidinfecties op te lopen.

Volgens HRW hebben de Filipijnse machtshebbers niet genoeg gedaan om kinderen te beschermen tegen de gevaren van kinderarbeid in deze kleinschalige goudwinning. Hoewel de overheid verdragen heeft geratificeerd en wetten heeft uitgevaardigd om de ergste vormen van kinderarbeid te bestrijden, is ze er grotendeels niet in geslaagd om deze wetten te implementeren.

De Filipijnse overheid controleert kinderarbeid in de mijnbouw nauwelijks en werkgevers die met kinderen werken worden niet gestraft. Ook de implementatie van een verbod op het gebruik van kwik in de mijnbouw en compressormijnbouw blijft achterwege. Er zijn belangrijke stappen ondernomen om onderwijs voor iedereen op de Filipijnen te garanderen, maar het aantal schoolverlaters dat gaat werken in goudmijnen blijft een punt van zorg.

Het gebrek aan concrete actie van de overheid weerspiegelt niet alleen het gebrek aan personele en technische capaciteit, maar ook ‘een gebrek aan politieke wil bij nationale en lokale ambtenaren om maatregelen te treffen die wellicht gevoelig liggen bij de lokale bevolking in de verarmde gebieden, bij de eigenaren van de mijnen of bij de handelaren die afhankelijk zijn van kinderarbeid’, aldus HRW.

HRW pleit ervoor dat de Filipijnse overheid haar beleid ter bescherming van het kind verbetert, en meer doet om schoolverlaters te bereiken en terug naar school te halen. Dat laatste moet plaatsvinden middels programma’s die de nadelige gevolgen van armoede tegengaan, zoals gratis schoolmaaltijden en sociale steunprogramma’s voor gezinnen in mijngebieden, die vaak afhankelijk zijn van de arbeid van hun kinderen om te overleven. Tevens pleit HRW voor de noodzaak van een legale, kleinschalige goudmijnsector in de Fillipijnen – vrij van kinderarbeid en kwik.

De Filipijnen zijn op negentien na grootste goudproducent ter wereld. Naar schatting werken ongeveer 200.000 tot 300.000 mensen in de Filipijnse goudmijnen. Vanuit de grote en kleine mijnen werd volgens de officiële statistieken in 2014 ongeveer 18 ton goud gehaald, met een marktwaarde van meer dan 620 miljoen euro. De centrale bank van de Filipijnen, Bangko Sentral ng Pilipinas, koopt goud op van lokale handelaren voor de export. Een controle van de herkomst van het goud hanteert de bank niet.