De verloren zoon is weer thuis – interview met muzikant Theo Lens

“Ik was als puber een redelijke pain in the ass voor mijn ouders,” bekent zanger en muzikant Theo Lens (62) in de muziekstudio naast zijn boerderij in Heerde. “Vooral toen ik de gloednieuwe auto van mijn vader total loss reed waren ze niet echt blij met me.”

Theo Lens heeft een onstuimige carrière in de muziek achter de rug. Van pianobegeleider van hippie-duo Elly en Rikkert naar internationaal befaamd gospelartiest, gevolgd door een carrière in de Nederlandse showbusiness en nu: een solocarrière. Eind vorige maand verscheen het poprockalbum Home at Last, zijn muzikale biografie. Voor hij zijn leven aan de muziek kon wijden, heeft hij heel wat strijd moeten leven. Een verhaal over jongensinternaten, een zwaar auto-ongeluk en rock ’n roll in Raalte.

Schelm
Het leven van Lens leest als een jongensboek. Hij groeide op in Raalte, in een vroom jaren-vijftiggezin. Vader was arts – een man met hoog aanzien in het dorp – moeder zat bij de vrouwenbond. De kinderen werden opgevoed door dienstmeisjes. “We moesten het zelf maar zo’n beetje uitzoeken”, zegt Lens. Rond zijn veertiende begon hij, tegen de zin van zijn ouders, zijn eigen bandje: Exquisite. “Mijn ouders hadden graag gezien dat ik arts was geworden. Dat ik in plaats van met school bezig te zijn liever in de bontjas van mijn moeder door het dorp liep en met gitaren in de weer was, werd mij niet in dank afgenomen.”

Wie een band heeft, wil optreden. Een gitaar had hij niet, die had hij geleend van een vriend. Een versterker had hij ook niet, maar gelukkig was daar de radio van zijn moeder die hij stiekem tot versterker had omgebouwd. Het eerste optreden in de plaatselijke jeugdsoos (‘met meisjes met kniekousen in het publiek’) ging van een leien dakje. Om de show wat meer schwung te geven hadden zijn katholieke vriendjes bossen wierookstaafjes gejat bij de kapelaan, dat achter het podium werd aangestoken voor de nodige rookeffecten. Het gevolg was dat de meisjes in de kniekousen flauw vielen van de walm. “Maar we haalden daarmee wel mooi de plaatselijke courant.” De eerste schreden op het muzikale pad waren een feit.

Sex, drugs & rock ’n roll
De puberjaren gingen gepaard met de nodige problemen. Lens was niet alleen veel met muziek bezig, ook kreeg hij verkeerde vrienden en ging aan de drugs. Zijn ouders stuurden hem naar een conferentie in Cardiff, waar jongeren uit alle windstreken naartoe trokken voor bezinning. “Mijn ouders dachten dat zo’n reis wel goed voor me zou zijn.” Na de spirituele zoektocht van overdag kwam hij ’s nachts op feesten en fuiven terecht. Daar zag en hoorde hij dingen die hij in Raalte nog nooit had gezien en gehoord. “Op een van de feesten draaiden ze Painted Black van The Rolling Stones, en opeens wist ik het zeker: ik wil de muziek in.”

In Engeland kwam hij niet alleen in aanraking met de rock’n’roll, maar ook met de liefde. “Er waren ongelooflijk veel mooie meisjes, van die Kim Wilde-types in lange truien en op Zweedse klompen.” Hij leerde er zelfs een meisje kennen, misschien wel zijn eerste liefde, maar de hartstocht was maar van korte duur. Op de laatste dag werden ze voor eeuwig uit elkaar geritst. Ze voeren tegelijkertijd uit: zij op de boot naar Zweden, hij op de boot naar Hoek van Holland. Zij naar links, hij rechtdoor. Ze verdween als een stip aan de horizon. Uit zijn transistorradiootje schalde zeezender Radio Caroline: ‘I see a red door and I want it painted black…’

Eenmaal terug in Nederland gaat het alweer snel mis als hij de gloednieuwe auto van zijn vader door baldadigheid in de prak rijdt. “De auto, een donkerblauwe Fiat, was nog geen dag oud toen ik ‘m total loss reed”, herinnert Theo zich. “Ik wilde weleens zien of dat ding hard op kon trekken.”En dat kon-ie. “Het leek wel een Porsche 911.” Toen hij met vier wielen los van de grond over een spoorwegovergang sprong, verloor hij de macht over het stuur. “De eerste twee bomen kon ik nog ontwijken, maar bij de derde ging het mis. Toen ik na een korte knock-out weer wakker werd stond er opeens een boom in de auto. De wagen was er helemaal omheen gekruld.”

Toen was voor zijn ouders de maat vol. Het moest maar eens afgelopen zijn met dan losbandige leven van hun zoon. Ze besloten hem naar een internaat in Bilthoven te sturen – daar was het namelijk alles behalve rock’n’roll. “Ik voelde me als een jonge vogeltje dat uit zijn nest werd gehaald en niet meer terug mocht.” De tijd in het internaat was de vervelendste tijd van zijn leven. “Onze koppen werden kaalgeschoren en we moesten allemaal een blauwe blazer aan. Daar zaten we dan, als een stel Verkade-jongens. Ik heb me daar ongekend alleen gevoeld.” In de weekenden, als hij verlof kreeg om naar huis te gaan, bezocht hij met zijn internaatvriend Willem stiekem popconcerten in het Kralingse Bos. Opnieuw zocht hij zijn uitvlucht in de muziek, en opnieuw kreeg hij de bevestiging: ik moet later iets in de muziek gaan doen.


Producer Michael Brauer, onder meer verantwoordelijk voor de sound van John Mayer, Coldplay en The Rolling Stones, mixt het album in New York

Verdieping
Toen hij zijn schelmenjaren achter zich had gelaten ging Lens zelf op zoek naar bezinning. Rond zijn negentiende – begin jaren tachtig – sloot Theo zich aan bij leefgemeenschap De Hobbitsee, een commune die overigens nog steeds gevestigd is aan de rand van een uitgestrekt natuurgebied in zuid-west Drenthe. Hij verbleef er enkele jaren. Hij leerde er over filosofie (Erich Fromm, Jean-Paul Sartre), het bewerken van de aarde en macrobiotiek – het oogsten van groenten als de maan op een bepaalde stand staat, bijvoorbeeld. “Onder de mensen daar heerste het idee: I still haven’t found what I’m looking for, en dat sprak me wel aan. Er was meer in het leven dan de Wehkampgids en Ron Brandsteder.”

Geld verdienden ze door het maken van kaarsen, soms tot wel negenduizend per maand, en de verkoop van Drents boswater in de Randstad. Lens: “En daar ging het mis. We haalden dat water op een gegeven moment gewoon uit de waterleiding. We dachten niet maar aan onze idealen, maar aan geld.” Net op het moment dat Theo klaar was met communes (“Alles bleek daar zo fake en zo zweverig”) kwam Elly Zuiderveld, van het toen bekende hippie-duo Elly & Rikkert, langs en nam hem onder haar hoede. Hij trok bij hun in huis en speelde ongeveer een jaar lang de piano tijdens de concerten van het duo. “We trokken van provadja naar provadja. Het was een dromerige tijd, waarin veel thee werd gedronken en veel werd gediscussieerd.” Het bleek de start van zijn muzikale carrière – onder meer als voorman van een internationaal befaamde gospelband en leider van een succesvolle showband.

Na twintig jaar in de entertainmentbranche te hebben gewerkt (Lens organiseerde tal van feestelijke evenementen en verdiende daarmee een klein kapitaal) is hij weer terug waar hij ooit begon: de rock’n’roll, met een gitaar op het podium. Met zijn biografische conceptalbum Home at Last vat hij zijn levenswandel in zeventien poprocksongs samen. De eerste zeven nummers gaan over de periode die vormend bleek te zijn: zijn jeugd in Raalte, en alle perikelen die daaraan zijn verbonden. Voor het album liet Lens zich inspireren door het schilderij ‘De terugkeer van de verloren zoon’ van Rembrandt. “Want zo voel ik mij na het uitbrengen van dit album ook: als een verloren zoon die eindelijk weer thuis is.”

Het album Home at Last van Theo Lens is hier te beluisteren via Spotify en is hier te koop.