Zijn Asscher en Wiebes niet gewoon overschatte mooiboys uit Amsterdam?

Dat het in Amsterdam al jaren een puinbak is op het gebied van financiële organisatie kan u niet of nauwelijks zijn ontgaan. Toch wordt de ene Amsterdamse wethouder na de ander op het schild gehesen zodra ze hun wethouderschap vaarwel zeggen.

Voor een politicus is het sowieso zaak z’n pr goed te (laten) regelen want wij, het volk, willen een welbespraakte representant die er ook nog een beetje acceptabel uit ziet. De juiste (lees: verwachte) antwoorden moeten op de juiste momenten worden gegeven. Standpunten mogen, na het lezen van de ochtendkranten, van dag tot dag variëren. Want zo staat het volk er ook in. Vaardigheden? We hebben geen idee, de suggestie dat iemand er over beschikt is voor ons genoeg om er op te stemmen of hem of haar als partijbestuur naar voren te schuiven. Weten wij veel.

In Amsterdam gebeurt op dit moment iets unieks: een enquête naar het beleid van een bonte stoet aan oud-wethouders. Legendarische lichtgewichten als Laetitia Griffith – een klein jaartje wethouder van tussen 2005 en 2006, waarna ze als lijsttrekker de lokale verkiezingen verloor – en Pieter Hilhorst – waarvan we eigenlijk alleen wisten dat hij columns schreef in de Volkskrant – komen voorbij. Maar ook de huidige vicepremier Lodewijk Asscher en staatssecretaris van Financiën Eric Wiebes.

Beiden waren de heren Asscher en Wiebes ooit verantwoordelijk voor de portefeuille van Financiën van de stad Amsterdam, waarna ze doorstootten naar de landelijke politiek.

Vandaag zit Asscher voor de enquêtecommissie en zijn pr-circus draaide de afgelopen weken op volle toeren. Hij maakte lange dagen met het doornemen van alle relevante stukken. Misschien had hij dat beter in zijn tijd als wethouder al kunnen doen want het gaat dan vooral ook om de stukken waarop hij destijds zijn beleid baseerde en de toezeggingen die hij aan de gemeenteraad deed.

Wiebes kwam al eerder en wuifde alle mogelijke beschuldigingen, over zijn gebleken desinteresse in het daadwerkelijk toezien op de uitvoering van maatregelen waarvan hij in de gemeenteraad stelde ze te hebben genomen, weg met een soort van Nederlandse variant van wir haben es nicht gewusst.

Beide mannen zouden in Amsterdam hebben bewezen dat ze toptalenten waren wier interesse voor een overstap naar Den Haag maar moeilijk gewekt kon worden. Heel lang duurde dat natuurlijk niet, als het minister- of staatssecretarisschap roept en je als de beste weet dat je in Amsterdam over je uiterste houdbaarheidsdatum heen bent.

Intussen zien we Asscher zwemmen in wereldvreemde wetten en oplossingen die stuk voor stuk één probleem kennen: ze werken niet. Wiebes maakt het nog bonter. Hij zegt bijna automatisch nee of stelt veel meer tijd nodig te hebben zoals bijvoorbeeld het nieuwe belastingplan. Zodra de Belastingdienst in beeld komt is alles onmogelijk.