Hoe de sobere Nederlander toch van aanstellers leerde houden

Als natie van polderaars, handelaars en dominees houden we van oudsher niet vanextravagantie of pedanterie. Maar klopt dit nog wel, of krijgen sinds de jaren zestig onbegrensde emoties en de verering van rijke en bekende Nederlanders steeds meer de overhand?

Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg – met die tegelspreuk wordt altijd weer de Nederlandse ‘volksaard’ geschetst. Nederlanders zouden niet van uiterlijk vertoon houden, extravagant gedrag niet waarderen en iedereen die zijn kop boven
het maaiveld uitsteekt, genadeloos afstraffen.

Als je vraagt waar die mentaliteit vandaan komt, wordt er doorgaans geroepen dat wij nu eenmaal een calvinistisch volk zijn. En calvinisten zijn sobere mensen, diep doordrongen van het besef dat ze voor God allemaal gelijk zijn. Dus die lopen niet met succes of rijkdom te koop. Ze wagen het niet zich beter te voelen dan de rest. Gewoon is voor hen gek genoeg.

Maar eigenlijk gaat die ‘doe maar gewoon-cultuur’ verder terug dan de opkomst van het calvinisme in Nederland. De befaamde historicus Johan Huizinga zag bijvoorbeeld in de eeuwige strijd tegen het water de wortel van talloze eigenaardigheden van de Nederlanders. Ook Denker des Vaderlands Marli Huijer denkt dat daar het fundament voor de cultuur van het ‘normaal doen’ ligt.

Het artikel van Renate van der Zee leest u hier op Blendle. U kunt hier het hele tijdschrift inzien, of hier een voordelig (proef)abonnement afsluiten.

Renate van der Zee